Het nieuwe ietsisme: God bestaat niet, maar wel ‘iemand’


Emanuel Rutten
is de filosoof van het godsbewijs, althans, van de veronderstelling dat er een logisch mogelijke wereld is waarin God bestaat. Hij veronderstelt (los van de vraag of God bestaat) dat het bestaan van God in ieder geval logisch mogelijk is. Rutten gaat er dus niet op voorhand al vanuit dat God bestaat…

…maar wel ‘iemand’, zoals hij stelt in het artikel ‘Van ‘iets’ naar iemand’. Zo komen we steeds verder: eerst was er ‘iets’, nu ‘iemand’ en ooit komen we natuurlijk uit bij God zelf.

Het is daarom niet onredelijk te stellen dat de ultieme drager van de wereld tevens het ultieme subject van de wereld betreft en dus dat de oorsprong van alles geen ‘iets’ maar een iemand is.

Het nieuwe ietsisme?
Volgens Rutten lijkt het verdedigbaar dat het eerste beginsel van alles, een ‘waardigheid’ heeft die in elk geval niet lager is dan de waardigheid van ieder mens. En omdat ieder mens een waardigheid heeft die boven die van alle levenloze objecten uitgaat, volgt volgens hem hieruit dat de wereldgrond niet onpersoonlijk kan zijn. Zij is derhalve geen ‘iets’, maar een iemand. – Een en ander zegt hij op de site Geloof en wetenschap.

We zien dus dat de overtuiging dat de wereld tenslotte is gegrond in een persoonlijke eerste oorzaak goede papieren heeft. Wie, zoals ook een deel van de atheïsten doet, erkent dat het niet onredelijk is om te veronderstellen dat er een absoluut oorsprongsprincipe moet zijn waarop de hele werkelijkheid uiteindelijk teruggaat, kan nauwelijks meer volhouden dat het onzinnig is om te denken dat deze eerste oorzaak geen ding, maar een subject is. Het is daarom alleszins redelijk om de ultieme grond van de werkelijkheid als persoon te zien. Maar dat is ‘wat wij allen God noemen’, zou de middeleeuwse filosoof Thomas van Aquino zeggen.

Rutten behaalde in 1994 een propedeuse in de economie aan de UvA, een master of science in de wiskunde in 1997 aan de TU Delft en een master of arts in de wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit in 2010. Begin 2010 begon hij aan de Vrije Universiteit aan een promotie in de wijsbegeerte. Zijn werkterrein betreft primair ontologie, epistemologie en esthetiek. De voorlopige titel van zijn dissertatie luidt: Causation, Parthood and Modality: Towards a combined formal theory that implies the existence of a First Cause.

Zie: Van ‘iets’ naar iemand (Geloof en Wetenschap)

Illustr: ‘Amoris Divini Emblemata Studio Et Aere Othonis Vaenii Concinnata’, Antwerpen, Officina Plantiniana (Balthasar Moretus), 1660.
De tekst is afkomstig uit de Vulgaat (1 Cor. 2:9). De Statenvertaling geeft ‘[Hetgeen] het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord …’

Grondrechten òòk bedoeld als bescherming tegen religie


Het is wrang om in deze tijd van grote aantallen slachtoffers van misbruik door de katholieke kerk André Rouvoet (ChristenUnie) te horen pleiten voor artikel 6 van de Grondwet, waarin staat dat ieder het recht heeft zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. 

Rouvoet: ‘Iedereen mag geloven wat hij of zij wil. Die vrijheid van godsdienst en levensovertuiging koesteren we in een open democratische samenleving. In zo’n samenleving mogen religie en levensovertuiging ook bekritiseerd worden. Maar je begeeft je op glad ijs als je vanuit kritiek op religie politiek gaat ingrijpen. Grondrechten zijn juist bedoeld om mensen tegen de overheid te beschermen.’

Grondrechten zijn ook bedoeld om mensen (kinderen) tegen religie te beschermen! André Rouvoet noemt misbruik niet in zijn bijdrage ‘Confronteren is iets anders dan verbieden’,  in de bundel Breekpunt of bindmiddel – Religieus engagement in de civil society. Dan gaat het slechts over hoofddoekjes, besnijdenis en het SGP-verbod voor vrouwen op actieve politieke participatie. Geen woord over dat enorme misbruik in de kerk. ‘Maar je begeeft je op glad ijs als je vanuit kritiek op religie politiek gaat ingrijpen,’ zegt Rouvoet. – Het is mijns inziens meer zo dat de politiek zich op glad ijs begeeft als zij niet ingrijpt.

Rouvoet: ‘Het is immers eerst en vooral aan de leden van de betreffende gemeenschappen om te bepalen of zij zich aan een geloofsleer of aan bepaalde vormen van geestelijk gezag willen onderwerpen. Dat is niet, of in elk geval niet in eerste instantie, aan politici of politieke partijen.’

Grondrechten zijn niet bedoeld om politiek en overheid op afstand van het privé-domein te houden. Anders kunnen genoemde mensonterende excessen zoals misbruik een kans krijgen. Dan heb ik toch liever te maken met mensen als Femke Halsema die de nodige kritiek uitte op hoe binnen sommige religies met die godsdienstvrijheid wordt omgegaan.

Breekpunt of bindmiddel, Religieus engagement in de civil society, onder redactie van Paul Dekker, Gürkan Çelik en Iris Creemers, ISBN: 978-90-211-4318-7

Zie: Grondrechten als bescherming tegen de overheid – door André Rouvoet (Theoblogie)