‘Wij zijn ons brein’ is een geloofsuitspraak

Alles wat je kunt zeggen over het brein komt uit het brein. Publicist, kunsthistoricus en ‘dwarsligger’ Huub Mous is van mening dat ‘de wetenschap die het brein onderzoekt zelf een product van ons brein is. Hier sluit zich dus een cirkel. Je kunt niet met je eigen tanden je eigen tanden opeten.’ Mous zegt dit in zijn blog: ‘Het geloof dat wij ons brein zijn.’

De bewering ‘Wij zijn ons brein’ berust evenzeer op een geloof als de stelling dat wij méér dan ons brein zouden zijn, dat wij een geest hebben of een ziel, of hoe je het ook wilt noemen.

Mous haalt emeritus hoogleraar theoretische natuurkunde Gert Vertogen aan, die zaterdag jl. in de Volkskrant stelde dat voor de uitspraak ‘Wij zijn ons brein’ geen wetenschappelijk bewijs kan worden gevonden. ‘Het is een geloofsuitspraak.’

Hij verwijst ook naar Carl Gustav Jung die zegt dat we immers met evenveel recht konden beweren, dat de fysieke bestaansvorm alleen maar een abstracte conclusie is uit de reeks van innerlijke (psychische) beelden, die wij dankzij onze zintuigen van de materiële werkelijkheid ontvangen.

Volgens Jung is de enige bestaansvorm waar we werkelijk weet van hebben de psychische bestaansvorm. Zo geredeneerd zou het een misvatting zijn om aan te nemen dat het bestaan alleen maar een bijzondere constellatie van atomen zou zijn.

Mous verwijst verder naar Egbert Tellegen die afstand neemt van de eenzijdigheid van de ‘biologisch’ georiënteerde psychiatrie en de toenemende trend om geestelijke processen te reduceren tot psychische of lichamelijke processen. Hij deed dat in zijn boek Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose.

De kunsthistoricus gaat in zijn blog in op de ziel waarvan hij zegt dat ‘die ondenkbaar is geworden, om over de onsterfelijkheid van de ziel maar te zwijgen.’ Niettemin zegt hij:

Toch zou de ziel ook vandaag de dag nog altijd bestaansrecht kunnen hebben. Niet daar waar een kortzichtig begrip haar bestaan ontkent, maar in de wijze waarop we vanuit onze psyche over de werkelijkheid spreken.

Zie: Het geloof dat wij ons brein zijn (Huub Mous)

Illustr: Neuronen (hersencellen) maken contact met elkaar (kennislink.nl)

De Filosofie Nacht: wat is de ziel?


‘Wat is dat nou? Iemand die gelooft dat er alleen maar moleculen zijn. Hoe toont zich dat, in die man of vrouw? Hoe leef je naar dat idee? Gooi je dan een kind op het vuur als je het koud hebt – een kind is toch ook slechts een verzameling moleculen?’ Aan het woord is Bert Keizer. In zijn essay ‘Waar blijft de ziel?’ verzet hij zich tegen het populaire idee dat ‘wij ons brein zijn’. Hij is een van de sprekers tijdens de Filosofie Nacht ‘De Ziel’.
 

De ziel is al meer dan 2500 jaar het onderwerp van gesprek van theologen, filosofen, wetenschappers en kunstenaars. Men heeft de ziel geprobeerd te vinden, in het lichaam, in de taal en in de wetenschap, maar de ziel laat zich niet vatten. Wat is de ziel? Waar kunnen we haar vinden? Behoort de ziel enkel aan mensen toe? Neurowetenschappen hebben de afgelopen jaren nieuw licht geworpen op menselijk gedrag en de herkomst van complexe emoties. Sommigen verklaarden de ziel zelfs dood. Dit heeft invloed op ethische, politieke en existentiële vraagstukken. (Filosofie Magazine)

Debat Keizer – Swaab
Op 13 april 2012 vindt de 11e editie van de Filosofie Nacht plaats. De Filosofie Nacht staat in het teken van De Ziel. De verscheidenheid aan vragen die de zoektocht naar de ziel oproept krijgen op de Filosofie Nacht een podium door middel van interviews, lezingen, debatten, literatuur en theater. Bert Keizer (schrijver, filosoof en verpleeghuisarts), dit jaar de auteur van het essay voor de Maand van de Filosofie, gaat in debat met hersenonderzoeker Dick Swaab. Beiden zijn het erover eens: wij zijn ons brein. Maar Keizer gelooft wel degelijk in ‘de ziel’. Hoe zit dat?

Het feit dat je een bepaald fenomeen óók terugziet als een chemische reactie, wil niet zeggen dat het enkel daaruit bestaat. Als je mijn verdriet over het verlies van mijn moeder wilt bespreken in termen van de chemische samenstelling van mijn tranen, zeg ik: nou, prima, maar het blijft ellendig. Die chemische tranenanalyse zegt mij niets, het is geen kennis die maakt dat ik iets beter begrijp.’

Het essay ‘Waar blijft de ziel?’
is geschreven met de humor en de nuchtere gevoeligheid die Bert Keizer eigen zijn. Hij verzet zich tegen het populaire idee dat ‘wij ons brein zijn’ en vraagt zich af wanneer en waarom wij vinden dat plant, dier en mens al dan niet een ziel hebben, en of ze die ook kwijt kunnen raken. Vanaf 1 april is het essay overal in de boekhandel te koop voor € 4,95. (Lemniscaat)

Bestel hier tickets voor de Filosofie Nacht.

Stichting Skepsis houdt gelovigen voor het lapje

Docent wijsbegeerte Jan Riemersma vindt dat Stichting Skepsis tendentieus is, omdat het geen duidelijke grondslagen heeft. ‘De scepticus baseert zijn keuze om ‘wetenschappelijke rationaliteit’ boven alles te stellen op een ideaalbeeld van de werkelijkheid. Hij ‘gelooft’ in de betrouwbaarheid van onze wetenschappelijke theorieën en van de menselijke ratio.’ Riemersma legt in zijn blog ‘Waarom ik geen scepticus ben’ uit waarom hij dat niet is.

Wie echter eenmaal, op willekeurige gronden, de keuze maakt om bepaalde verschijnselen langs een en dezelfde meetlat te leggen, maar dan toch weer verschillende uitzonderingen toestaat, is onnavolgbaar (tendentieus). In ieder geval is Skepsis een stichting die gelovigen, juist door onduidelijk te zijn over de eigen grondslagen, voor het lapje houdt (vermoedelijk voor de lieve vrede): wie iets verder kijkt, ziet in dat het gedachtegoed van vrijwel alle religies niet verenigbaar is met het sciëntisme* van de stichting. (Riemersma)

Zelf zegt Skepsis dat sceptici pseudowetenschappelijke theorieën doorprikken, misstanden signaleren en soms bedriegers ontmaskeren.
Ze proberen ook verklaringen te vinden voor vreemde verschijnselen en hebben belangstelling voor factoren die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van ongefundeerde overtuigingen.

Nederlandse sceptici zijn echter zo voorkomend om de traditionele godsdiensten uit de wind te houden. Een volkomen willekeurige keuze die nergens op stoelt en die al helemaal niet verantwoord wordt. Het komt er op neer dat wie op traditionele wijze ontologisch lichtgelovig is eenvoudigweg niet tot de dwazen wordt gerekend. (Riemersma)

Skepsis richt zich volgens Riemersma te veel op de dwazen en te weinig op de grote bedriegers, zodat de verdenking rijst dat de scepticus er niet per se op uit is om ‘zin’ en ‘onzin’ van elkaar te scheiden.

De stichting zelf zegt zich ten doel te stellen buitengewone beweringen aan een kritisch onderzoek te onderwerpen: ‘Meestal blijkt dat de beweringen niet zijn gebaseerd op fatsoenlijk bewijsmateriaal of door de mand vallen wanneer ze op de proef worden gesteld.’

Uiteraard kunnen wetenschappers niet alles verklaren. Bovendien kunnen sommige onwetenschappelijke ideeën een zingevende functie vervullen. Wanneer spectaculaire claims echter ten onrechte als feiten worden gepresenteerd, dan lijkt het nuttig daar een nuchtere visie tegenover te plaatsen. (Skepsis)

* Riemersma noemt de stichting sciëntistisch omdat mensen die ‘wetenschappelijke rationaliteit’ zonder meer beschouwen als de enige juiste denkwijze om het doen en laten van mensen te beoordelen ‘sciëntistisch’ zijn. Hij vindt dat het geen kwaad kan dat de stichting eens nadenkt over de eigen grondslagen.

Zie: Waarom ik geen scepticus ben 

Illustr: ufowijzer.nl