Het Godsbewijs als ‘glanzende aanmatiging van de speculatieve rede’


Het lijkt Emanuel Rutten onmogelijk om sluitend te bewijzen dat God bestaat. Dit zegt de filosoof zelf – van wie de NYTimes meldde dat ‘Emanuel Rutten proves that it’s impossible that God does not exist‘ en een link plaatste naar zijn blog – in antwoord op Porphyrios, die er in het Filosofieblog alle vertrouwen in heeft dat God niet bestaat en daarin uitlegt waarom het bestaan van God zeer onwaarschijnlijk is.

Rutten: 1. Voor alle p geldt dat als p noodzakelijk onkenbaar is, dan is p noodzakelijk onwaar. 2. De propositie ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onkenbaar. 3. Ergo: ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onwaar. 4. Ergo: het is noodzakelijk waar dat God bestaat.

Moraaltheologie
Zou Immanuel Kant het bewijs van Rutten ook een ‘glanzende aanmatiging van de speculatieve rede’ genoemd hebben? Zo luidde indertijd zijn commentaar op het Godsbewijs van Anselmus. Volgens Kant is een Godsbewijs van de zuivere rede onmogelijk, alleen de moraaltheologie bewijst God. Journalist en doctor in de filosofie Mathias Schreiber citeert Kant in De onsterfelijke ziel waarin Schreiber de gedachte bespreekt dat de ziel het lichaam overleeft, dat dit al duizenden jaren oud is en mensen verbindt van de meest uiteenlopende culturen.*

Kant beschouwt het begrip van een ‘hoogste wezen’ slechts als een ‘in menig opzicht zeer nuttige idee’, die net zo weinig door de empirie onder controle te krijgen is als het bevatten van een Al der dingen.

Thomas van Aquino
Schreiber schrijft over verschillende godsbewijzen, onder meer over die van Thomas van Aquino. Kant wijst alle godsbewijzen af, ook die van Anselmus. Opmerkelijk is dat Van Aquino een belangrijk tegenbewijs laat voorafgaan aan zijn bewijzen. Schreiber roemt zijn argumentatiediscipline…

Als God bestond, oneindig was, almachtig, goed, dan zou er niet slechts (malum) op aarde kunnen zijn. Maar omdat dat slechte er wel is, bestaat God niet.

Verlichtingsfilosofen
Terug naar Rutten versus Porphyrios. Laatstgenoemde legt uit waarom het bestaan van God zeer onwaarschijnlijk is en waarom mensen geloven dat God bestaat terwijl die niet bestaat. Hij beperkt zich in zijn antwoord tot vijf beroemde theorieën die hij samenvat in zijn antwoord op Rutten. En zo komen (meestal ongelovige) denkers als Hobbes voorbij, Feuerbach, Nietzsche, Freud en Habermas. Zo verklaart, aldus Porphyrios, Hobbes – en na hem een eindeloze stoet van Verlichtingsfilosofen – het geloof in goden op grond van onwetendheid en angst: men begrijpt de werkingen van de natuur niet en schrijft daarom alles toe aan onzichtbare machten waaraan men onderworpen is en die men tevreden moet stellen.

Dat God bestaat is dan ook niet iets dat gelovigen weten of zelfs redelijkerwijs kunnen veronderstellen, maar iets wat zij hopen – en in Kants woorden ook wellicht mogen hopen. Voor mensen die daarentegen de moed hebben het onwaarschijnlijke af te wijzen en daarmee het houvast dat geloof biedt op te geven ligt een nieuwe uitdaging in het verschiet waarbij de kracht moet worden gevonden in zichzelf in plaats van een denkbeeldig opperwezen buiten hem.

Atheïsme
Rutten beantwoordt Porphyrios alinea voor alinea. Hij zegt onder (veel) meer dat Porphyrios zijn vijfde alinea eindigt met een oproep aan de gelovige om overtuigende argumenten te leveren. Deze argumenten zijn volgens Rutten ruimschoots voorhanden (zie bijvoorbeeld de in 2009 verschenen Blackwell Companion to Natural Theology) en dienen door hem stuk voor stuk meegewogen te worden indien hij werkelijk serieus zijn atheïstische wereldbeeld zou willen verdedigen. Zolang hij deze argumenten uit de weg gaat is van een werkelijke verdediging van atheïsme dan ook helemaal geen sprake.

Prophyrios probeert onder andere het bestaan van God op gelijke hoogte te brengen met allerlei claims waarin geen enkel weldenkend mens gelooft, zoals sterrenwichelarij. Deze claims staan volgens Rutten epistemisch echter helemaal niet op gelijke hoogte, zoals Porphyrios ten onrechte suggereert.

Er zijn namelijk een groot aantal rationele argumenten vóór het bestaan van God, argumenten waar je in jouw bijdrage maar niet op in wilt gaan. Daarentegen zijn er geen rationele argumenten voor sterrenwichelarij. En uit het feit dat we God niet nodig hebben in de fysica volgt geenszins dat God niet bestaat. Natuurlijk niet.

De onsterfelijke ziel

Mathias Schreiber

ISBN 9789049200312

2008

Meulenhof Boekerij


Zie:
 Waarom God niet bestaat

En: Over Porphyrios’ betoog ‘Waarom God niet bestaat’

Cartoon: website gjerutten

Advertenties

About Paul Delfgaauw

Zinzoeker Paul Delfgaauw, sinds september 2014 student Religiestudies, richting Media & Cultuur. Sinds 2016 Vrije Studierichting, aan de Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht (voorheen HGU). Hij verkent sinds jaar en dag de gebieden religie en filosofie. Eigenlijk al vanaf het moment dat hij tijdens zijn eerste catechismusles de vraag kreeg voorgelegd waartoe de mens op aarde is. Sindsdien grasduint hij door boeken, tijdschriften en kranten die verhalen over zingeving, overtuigd als hij is dat God bestaat of gebeurt en op bovennatuurlijke wijze deel uitmaakt van ons leven. Op kritische wijze volgt hij zin en onzin van religie en filosofie en schuwt daarbij ook het gedachtegoed van het humanisme en atheïsme niet. In deze tijd bieden internet en de sociale media wereldwijd nog meer stof tot nadenken over goden, mensen en hun zoektocht naar elkaar. En met hopelijk begrip voor elkaar.

19 Responses

  1. Bobb Lod

    Ik zou hier kunnen reageren maar mijn reactie is fenomenaal en dus niet waar. Ik kan mijn fenomenale beleven als waar beleven maar, het blijft een (onware) beleving en geen feit. Ik geloof dat Kant een ‘ik’ plaats tussen nominale en fenomenale beleven. Haal die ik maar weg want het enige wat overblijft, zijn de feiten zoals wij die langzamerhand leren kennen uit de neurobiologie. Het God bewijs van Rutten is pure onzin die door de gratie van ons beleven bestaat. Och, wat zit ik hier te bazelen… , – kan ook waar zijn. De geest houdt ook ergens op te bestaan, maar dat is afhankelijk hoe de mens evolueert.

    Dan is Rutten ook niet meer te volgen.

    Like

  2. joost tibosch sr

    Ik denk dat ik onderhand wel weet wat je bedoelt..maar roep niet te hard dat geloof zo makkelijk is..wellicht dat we dan weer een veel te grote toeloop krijgen!

    Like

  3. Bobb Lod

    Misschien is dat zo en zal er iets anders moeten komen dan tot nu toe is aangenomen. A kan geen B zijn is ook en optie. Er is veel moed nodig om te veranderen Paul. Dank.

    Like

  4. urremetutter

    Dit soort discussies doen me denken aan kook- en tuinboeken, alles is al gepubliceerd, maar het gaat maar door.

    Like

  5. Er is maar één oplossing: God bestaat wel en niet. Wél voor wie Hem toelaat in zijn hart, en niet voor de anderen. God bestaat alleen voor wie Hem gewaarwordt, voor wie Hem ‘waarneemt’.
    Gek? Nee hoor, in de quantummechanica gaat men er ook steeds vaker van uit dat er ‘deeltjes’ zijn die alleen maar bestaan als ze worden waargenomen.

    Like

  6. Het Logisch ‘Godsbewijs’ of bewijs voor het Absolute .
    -De eeuwige wetmatigheden van de logica, van de wiskunde of andere natuurwetenschappen zijn dan ook het enige, dat we absoluut kunnen noemen .
    -Al het overige is contingent en is ook niet noodzakelijk, moet niet zijn .
    -En al dat wat verder is, moet dan ook uit die ‘logos’ voortgekomen zijn ; uit het ‘moeten-zijn’ van die logica, die als een wil, net als onze wil, overgaat in energie, die leidt tot massa, materie, en de ‘dingen’ zelf .
    -Dus die absolute logica moet men goddelijk of absoluut en transcendent noemen ; ook zonder daar verdere eigenschappen of menselijke projecties aan toe te kunnen kennen . Valère De Brabandere-

    Like

  7. Rob

    Waar dit hele debat in feite om draait is het kennis begrip: in hoeverre is de wereld kenbaar, wat kunnen we al of niet weten over de wereld?
    Het hele probleem in de filosofie draait er uiteraard om waarmee je je kennisbegrip over de wereld laat beginnen. In beginsel kun je slechts twee aannames doen:
    1.- ofwel je laat de wereld beginnen in of met bewustzijn. Bewustzijn zou dan de grondoorzaak zijn van de wereld, en alle verschijnselen zouden dan gebaseerd zijn op bewustzijn.
    2,- danwel je laat de wereld beginnen met de materiële werkelijkheid, waarbij de materie de oorzaak is van de wereld, en alle verschijnselen, inclusief het bewustizijn zelf, daardoor veroorzaakt worden.
    Deze twee hoofdstromingen in de filosofie worden ook wel aangeduid als Idealisme (1) en Materialisme (2). Beide verklaren de wereld vanuit het bestaan van een bepaalde substantie dat de hoofdoorzaak vormt van het bestaan van de wereld en al haar verschijnselen. In het Idealisme is dat de geest of het bewustzijn, in het Materialisme is dat de materie, de fysieke werkelijkheid.
    Het Idealisme kun je vervolgens opdelen in :
    a. Subjectief Idealisme. De wereld bestaat slechts in de eigen gedachten wereld. Dat is solipsisme waarin behalve de eigen bewustzijnsindrukken, niets werkelijks bestaat.
    b. Objectief idealisme. Er is een soort wereldgeest, een objectief bewustzijn, waar het bestaan van de wereld op gebaseerd is. In de godsdienst neemt een hoger wezen (god) deze rol waar als eerste oorzaak van de wereld in de vorm van een persoonlijke, onveroorzaakte schepper van de wereld.
    Het materialisme doet in beginsel geen andere aanname dan dat de wereld bestaat uit de substantie materie die opgevat als één geheel, en die wij via onze waarnemingen kunnen kennen, aangezien de wereld in ons bewustzijn wordt weerspiegeld. De bestaanswijze van materie is ruimte en tijd; materie is altijd in beweging, aan verandering onderhevig, waar materie is is beweging en waar beweging is is materie. Materie als substantie en bestaansoorzaak van alles wordt gezien als “eeuwig” en “onschepbaar” en “onvernietigbaar”, materie kan wel van de ene toestand in de andere overgaan, maar wordt niet “gecreëerd” of “vernietigd” (omzetting van massa in energie en vice versa wordt dan dus opgevat niet als creatie van materie maar omzetting ervan in een andere vorm).
    Wát de materie is, welke eigenschappen ze heeft, wordt overgelaten aan de materiële wetenschappen.

    Wat je denkt te kunnen weten over de wereld hangt af van welke grondaanname je doet, je kunt de grond aanname niet echt “bewijzen”. Wel kun je argumenten aandragen waarom bepaalde aannames redelijker zijn dan andere. Een grondaanname als het solipsisme wordt bijv. door vrijwel ieder redelijk mens afgewezen.
    Voor wetenschaps beoeffening wordt in feite altijd impliciet het materialisme aangenomen, omdat om de materie te onderzoeken al de aanname plaats vindt dat materie bestaat en dat zij niet direct van iets anders afhankelijk is.
    Overigens is de wetenschappelijke methodiek in die zin transparant of neutraal, dat deze niet specifiek uitgaat van een bepaalde filosofische grondaanname, zij het dat aan wetenschappelijke kennis een empirische wetenschap is, en wetenschappelijke theoriën dus altijd aan de werkelijkheid moeten worden getoetst.

    Op wetenschappelijke gronden zul je dus nooit tot de conclusie kunnen komen waarin het geopperde bestaan van een opperwezen als wetenschappelijke theorie kan worden opgevoerd. Het idee dat de wereld een creatie is van een opperwezen is immers in strikte zin geen emprisch onderzoekbaar feit, maar slechts een grondaanname, een filosofische beschouwing over de werkelijkheid, tenzij men uit die grondaanname rechtstreeks zaken kan afleiden die open staan voor empirisch onderzoek.
    Bijvoorbeeld, een uitspraak als dat de aarde 6000 jaar geleden zou zijn geschapen door het opperwezen, daarvan kan men op grond van empirisch onderzoek een uitspraak doen.

    Like

  8. Rob

    (vervolg)
    Los van “bewijs” in strict filosofische zin, kan men beargumenteren waarom het bestaan van een opperwezen (onveroorzaakte persoonlijke oorzaak) onredelijk beschouwd kan worden?
    Ja, die kunnen zeker worden geleverd. Immers, als we van de veronderstelling zouden uitgaan dat de wereld inderdaad haar uiteindelijke oorzaak vindt in de substantie van een scheppend/denkend onveroorzaakt wezen, dan zijn we immers genoodzaakt te veronderstellen dat bewustzijn/denken zou kunnen bestaan zonder dat daar materie aan voorafgaat, dus zonder materieel bestaan.
    Aangezien bewustzijn in laatste zin altijd informatie overdracht, bewerking en opslag en terughalen van informatie verondersteld, mag men een dergelijke veronderstelling als onredelijk betrachten.
    Immers, geen enkel informatie proces kan bestaan zonder verandering in materiële toestanden, en in die zin moet materie en materiële processen noodzakelijkerwijze verondersteld worden te bestaan voordat men ueberhaupt het bestaan van informatie, laat staan cognitieve processen kan definieren of aantonen.
    Het is dus in die zin “kenbaar” dat zoiets niet kan bestaan, en derhalve ook kenbaar dat een opperw

    Like

  9. Rob

    De wetmatigheden van de logica, de wiskunde of natuurwetenschappen zijn niet eeuwig, want ze staan of vallen met de kennisontwikkeling en maatschappij ontwikkeling. De veelal als “eeuwig” gedachte wijsheden bleken achter maar relatieve wijsheden of onware kennis te zijn.

    Like

  10. Rob

    Dat God niet bestaat, in de zin van een objectieve realiteit of fundament van de wereld in eigenlijke zin (dus als grondslag van de wereld in de zin dat die fundamenteel bewustzijn zou zijn), sluit denk ik geenszins uit dat God tot een subjectieve realiteit gerekend kan worden. Dat wordt (door mij) ook niet tegengesproken.

    Like

  11. -Herhaling : het enige absolute en noodzakelijke ‘zijn’ en ‘zijnde’ is of zijn de eeuwige wetmatigheden van logica, wiskunde en andere .
    -Dus ‘God’ kan niets anders of meer zijn dan die absolute ‘logos’ : wat deze dan ook moge wezen ; het is de dwangmatigheid of het ‘moeten’ zelf van die logos, die een ‘wil’ en een energie is, die in alles -onze realiteit- omgezet wordt .

    Like

Reacties zijn gesloten.