De levensbeschouwelijke exclusiviteit van het secularisme


‘Ook tegenwoordig is godsdienstvrijheid wereldwijd vooral van belang voor atheïsten. De grondwettelijke vrijheid van godsdienst en levensovertuiging beschermt evengoed seculiere vormen van levensovertuiging als godsdienstige. Dat is al zo vanaf het begin: vanaf 1848 bood het grondrecht burgers de ruimte voor eigen keuzen.’

Niet alleen katholieken en joden, maar ook vrijdenkers en atheïsten betrokken hun eigen maatschappelijke positie.

Johan Snel, docent aan de Academie Journalistiek & Communicatie en lid van de kenniskring van het Lectoraat Religie in Media en Publieke Ruimte van deze academie, zegt dit in het artikel Contra Cliteur op de site Geloof en Wetenschap.

Hij gaat vooral in op de zienswijze van rechtsfilosoof Paul Cliteur die het begrip ‘seculier’ een eigen betekenis toekent, een uitgesproken levensbeschouwelijke zelfs: zijn secularisme kent een exclusief levensbeschouwelijk fundament toe aan staat en samenleving en religie dient daaruit verbannen te worden naar de privésfeer.

Snel is van mening dat de ‘seculiere staat’ nooit iets anders is geweest dan een equivalent voor de liberale rechtsstaat, zoals de ‘seculiere’ samenleving staat voor de open samenleving. Dat wil zeggen, een samenleving met min of meer gelijke rechten voor verschillende levensbeschouwelijke stromingen, van welke religieuze of areligieuze aard ook.

De paradox is dus, dat het pleidooi voor secularisme bij Cliteur omslaat in levensbeschouwelijke exclusiviteit. Je kunt dat natuurlijk als een onvermijdelijkheid beschouwen. Zoals bijvoorbeeld Nicholas Wolterstorff heeft betoogd, bestaat er niet zoiets als levensbeschouwelijke neutraliteit. Secularisme zal, zeker in de uitgesproken ideologische vorm waarvoor Cliteur opteert, zelf ook al gauw religieuze trekken vertonen.

Johan Snel – linkedin

Snel vindt het realistischer en ook wenselijker om aan te sluiten bij de inzet van Jürgen Habermas, want het hele frame van ‘seculier’ versus ‘religieus’ is onbruikbaar en onhoudbaar. Volgens Habermas spelen religieuze overtuigingen in de publieke ruimte evengoed een rol als seculiere. Bij Cliteur kan volgens Snel een scheutje Habermas  in elk geval geen kwaad.

Zie: Contra Cliteur (Johan Snel)

Cartoon: verlichting-godsdienst.jouwweb.nl

Foto Paul Cliteur: Geloof en wetenschap

Johan Snel is de schrijver van

Recht van spreken

Het geloof in de vrijheid van meningsuiting

Zoetermeer 2010 | 112 p | €11,90 | isbn 9789023925606

‘Een prikkelende analyse van het debat over vrijheid van meningsuiting’ (Uitgeverij Meinema)

Advertenties

About Paul Delfgaauw

Zinzoeker Paul Delfgaauw, sinds september 2014 student Religiestudies, richting Media & Cultuur. Sinds 2016 Vrije Studierichting, aan de Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht (voorheen HGU). Hij verkent sinds jaar en dag de gebieden religie en filosofie. Eigenlijk al vanaf het moment dat hij tijdens zijn eerste catechismusles de vraag kreeg voorgelegd waartoe de mens op aarde is. Sindsdien grasduint hij door boeken, tijdschriften en kranten die verhalen over zingeving, overtuigd als hij is dat God bestaat of gebeurt en op bovennatuurlijke wijze deel uitmaakt van ons leven. Op kritische wijze volgt hij zin en onzin van religie en filosofie en schuwt daarbij ook het gedachtegoed van het humanisme en atheïsme niet. In deze tijd bieden internet en de sociale media wereldwijd nog meer stof tot nadenken over goden, mensen en hun zoektocht naar elkaar. En met hopelijk begrip voor elkaar.

2 Responses

  1. joost tibosch sr

    Ipv “levensbeschouwelijke exclusiviteit” zou ik liever “gewoon menselijke gelijkhebberij” willen zeggen, met name omdat die vaak wel gelovigen verweten wordt, terwijl seculiere niet-gelovigen daar evenmin aan kunnen ontsnappen..en hopelijk heeft men dat als gelovige en niet-gelovige door, dat het reeéle gelijkhebberige menszijn ons gruwelijk dwars kan zitten. Dat zal nodig zijn om er ons ook tegen te weer te stellen!

    Like

Reacties zijn gesloten.