‘Wiskundige structuur bewijs voor God’


‘Wanneer God dit universum inclusief de wetten gemaakt heeft, dan is het voor de mens, die naar Gods beeld geschapen is, mogelijk om Gods werken te overdenken en dat kan door wiskundige vergelijkingen te maken. Maar als er geen God is, dan is het onverklaarbaar waarom het universum een wiskundige structuur is.’ Dit schrijft Edgar Andrews in zijn boek ‘Wie heeft God gemaakt – op zoek naar een allesverklarende theorie’ , gisteren aangehaald door redacteur Rik Bokelman, van het CIP.

Volgens Kees Roos, die het voorwoord in dit boek schreef, treedt de auteur in discussie met hedendaagse wetenschappers die het publiek ervan proberen te overtuigen dat de wetenschap heeft aangetoond dat er geen God is. Het is volgens Roos echter geenszins de bedoeling van de auteur om het bestaan van God te bewijzen. De kop boven dit artikel (en bij de CIP en de IKON) is dus nogal misleidend.

De geschiedenis heeft veel van dergelijke ‘godsbewijzen’ opgeleverd. Maar de auteur zoekt niet naar een nieuw godsbewijs. Integendeel, hij gaat van meet af aan uit van het bestaan van God van de Bijbel, deze aanname noemt hij de ‘Godhypothese’. 

Pieter de Boer schreef voor vergadering.nu in een recensie dat veel wetenschappers God niet ontdekken met hun wetenschappelijke waarnemingen en dat dit eerder iets zegt over de wijze van meten dan over Gods bestaan: 

Een voorbeeld: al zijn er geen wetten voor liefde en haat, daarom bestaan ze nog wel. Vooral Andrews opmerking dat veel wetenschappers God op een verkeerde plek zoeken is veelzeggend. God laat zich namelijk het beste vinden in Zijn Woord, niet in allerlei wiskundige vergelijkingen en berekeningen. Andrews gaat fel in discussie met een aantal hedendaagse atheïstische wetenschappers. Frappant is zijn stelling dat Victor Stengers verklaring over het ontstaan van de natuurwetten in zijn boek ‘God, een onhoudbare hypothese’ zelf een van de meest onhoudbare hypotheses is. In het laatste hoofdstuk geeft Stenger een reactie op het boek van Andrews. 

Godsdienstfilosoof en theoloog dr. Taede A. Smedes (foto: Gravatar) laat weinig heel van het boek Wie heeft God gemaakt en wijdde er al enige tijd geleden enkele kritische besprekingen aan. Hij vindt het zelfs een boek dat de aanschaf en het lezen niet waard is. Desalniettemin heeft hij dat wel gedaan.

Andrews leest Genesis letterlijk-historisch en als verklaring voor het ontstaan van het heelal en de natuurwetten, de ontwikkeling van het leven en van de menselijke moraal. Wetenschap die niet strookt met Genesis wordt verworpen; wetenschappelijke verklaringen worden secundair gemaakt aan de Bijbel.  

In zijn update gaat Smedes zeer uitgebreid in op het boek, hoofdstuk voor hoofdstuk, omdat de uitgever ervan zeer slecht te spreken was over zijn kritiek en zelfs meende dat Smedes het niet gelezen had. Hij eindigt zijn artikel met het volgende en genadeloze slot:

Immers, uit het hele boek, op vrijwel iedere bladzij, wordt duidelijk dat Andrews een felle conflictthese vertegenwoordigt. Begint het boek nog met en pleidooi voor een wetenschappelijke benadering, gaandeweg het boek wordt duidelijk dat wetenschap volledig moet conformeren aan het wereldbeeld dat Andrews uit de Bijbel meent te kunnen distilleren, en anders verworpen moet worden. Wil dit boek de discussie tussen geloof en wetenschap verder helpen? Dan alleen door de zaak verder te polariseren, en dat lijkt me weinig constructief.

Edgar Andrews

Wie heeft God gemaakt?
Op zoek naar een allesverklarende theorie

Uitgeverij Maatkamp 2012
ISBN 9789063181390
407 pp.
19,90 Euro

Zie: Voorwoord bij de Nederlandse vertaling
Kees Roos

en: Edgar Andrews: Wie heeft God gemaakt? Een kritische boekbespreking
Taede A. Smedes

en: Nog éénmaal Edgar Andrews: “Wie heeft God gemaakt?”
Taede A. Smedes

Illustr: Armillairsfeer en passer, Denns, Judocus, 1610, museum Boerhaave, Leiden.
De armillairsfeer geeft de relatie aan tussen enkele sterrenkundige coördinatenstelsels het eclipticale (bepaald door de schijnbare loop van de zon), het equatoriale (bepaald door de evenaar) het horizontale (bepaald door de horizon). De twee binnenste paren ringen laten de schijnbare banen van de zon en de maan zien. Het derde stel verbeeldt het firmament en de brede ring toont de dierenriem met een datumverdeling en de posities van een aantal heldere sterren met hun astrologische invloeden. De buitenste ringen leggen de horizon en de meridiaan vast.

Advertenties

About Paul Delfgaauw

Zinzoeker Paul Delfgaauw, sinds september 2014 student Religiestudies, richting Media & Cultuur. Sinds 2016 Vrije Studierichting, aan de Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht (voorheen HGU). Hij verkent sinds jaar en dag de gebieden religie en filosofie. Eigenlijk al vanaf het moment dat hij tijdens zijn eerste catechismusles de vraag kreeg voorgelegd waartoe de mens op aarde is. Sindsdien grasduint hij door boeken, tijdschriften en kranten die verhalen over zingeving, overtuigd als hij is dat God bestaat of gebeurt en op bovennatuurlijke wijze deel uitmaakt van ons leven. Op kritische wijze volgt hij zin en onzin van religie en filosofie en schuwt daarbij ook het gedachtegoed van het humanisme en atheïsme niet. In deze tijd bieden internet en de sociale media wereldwijd nog meer stof tot nadenken over goden, mensen en hun zoektocht naar elkaar. En met hopelijk begrip voor elkaar.

6 Responses

  1. Wie heeft God gemaakt? Boekrecensie door dr. H. Chr. van Bemmel De auteur is emeritus hoogleraar materiaalkunde aan de Universiteit van Londen. Je zou verwachten dat een natuurkundige het bestaan van een God zou betwijfelen. Maar niets is minder waar. Voor Andrews is de godhypothese ruimschoots bewezen. Dat is zijn conclusie aan het einde van het boek. Hij keert zich daarbij tegen de vrij gangbare evolutietheorie. Wie het daarbij vooral moet ontgelden is Richard Dawkins, de bekende auteur over dit onderwerp. Andrews noemt hem, ‘met zijn consorten’, de nieuwe atheïst. De auteur gaat daarbij vrij ver in het aanhalen van argumenten om zijn gelijk te bewijzen. Zo heeft hij antwoorden op de theorie van de oerknal. Ook gaat hij in op de door wetenschappers aangehaalde mutaties van genen, maar uiteindelijk keert hij terug naar het bijbelboek Genesis waarin God als Schepper van alles wordt beschreven. Voor velen zal dit een intrigerend boek zijn, zowel voor degenen die in God geloven als voor degenen die Zijn bestaan ontkennen. De vraag is wel of dit uitgebreide betoog veel lezers zal aanspreken. Voorzien van voetnoten, eindnoten en een register.

    Like

  2. Ik blijf erbij dat het boek het lezen niet waard is. Dat ik dit toch wel gedaan heb, heeft als reden (1) dat ik het boek moest recenseren, en (2) dat de Nederlandse uitgever én de auteur beweerden dat ik het boek niet had gelezen, zodat ik op mijn blog – helaas – uitgebreid op het boek moest ingaan en het dus nogmaals helemaal ben doorgegaan. Mijn negatieve oordeel is niet veranderd en werd door andere recensies die nadien verschenen, bevestigd.

    Het verbaast me overigens niets dat het CIP dit een tof boek vindt.

    Like

Reacties zijn gesloten.