Spirituelen onderdompelen in een vloeibare vorm van religieuze gemeenschap

licht_en_zwaar_isbn_9789043522526_1_1386080539 (1)
Volgens de schrijver van het boek Licht en Zwaar – voor zwevers en andere spirituelen, Frits de Lange, ontworstelen gelovigen zich aan de druk van tradities en de dwang van geloofsgemeenschappen: we individualiseren in hoog tempo. Toch vindt hij dat je vanuit de theologie best een kwaliteitstoets aan religiositeit mag stellen. Geen ontsnappingsreligie dus, maar een die ons met beide benen op de grond houdt, want ‘wie alleen zweven wil, valt uiteindelijk te pletter’.

‘De heldere, collectieve ‘antwoorden’ van vroeger doen het niet meer, maar wat er voor in de plaats komt is twijfel aan wie we zijn en waar het met ons en met de wereld naar toe moet.’

Eerder stelde De Lange – ook op Nieuwwij – dat de oppervlakkige wereld van vandaag niet opkan tegen de rijke symboliek en innerlijke verbeeldingskracht van de kerkelijke traditie. Religie verliest volgens de theoloog heel veel kwaliteit doordat het niet meer door instituties gedragen wordt. Toch verwijst hij naar de mystici die zeiden: ‘We moeten eerst onszelf leeg maken, ook van de kerkelijke leer, om onszelf ontvankelijk te maken voor God’.

licht_en_zwaar_isbn_9789043522526_1_1386080539Hoe De Lange zich dan die kwaliteitstoets door theologie (kerkelijke leer!) voorstelt, wordt hopelijk duidelijk in zijn boek. In de verschillende interviews met hem is dat vooralsnog niet helder, of het moet zijn dat we ons op de mystiek dienen te richten, op de christelijke mystiek welteverstaan.

‘Ik ben bang dat de hypes rond mindfullness of meditatiecursussen van het type ‘boeddhisme light’ vaak niet meer zijn dan een feelgoodreligie: een spiritualiteit als lifestyle, die de angst voor de leegte juist bezweert, in plaats van dat zij haar leert te doorstaan. Als dat zo is, maken we daar onze geestelijke leegte niet kleiner mee.’ 

Hoe dan wèl, blijft de vraag. De Lange houdt zich bij de christelijke traditie, waarover hij adviseert je daarin te verdiepen; onderzoeken en ontdekken wat de symbolische meerwaarde voor jou betekent. Volgens de theoloog moeten we in een gemeenschap de levenskunst willen aanleren. – Maar dan kom je toch weer in een kerk terecht?

Inderdaad, maar een in vloeibare vorm! De Lange, die zegt ‘moeite te hebben met gedachteloze kerkelijkheid en collectieve geloofsdwang’, noemt als voorbeelden De Pepergemeente in Groningen en De Nieuwe Poort op de Zuidas: ‘vloeibare vormen van religieuze gemeenschap’. 

‘We gaan toe naar vloeibare vormen van religieuze gemeenschap. Die kunnen alleen vitaal zijn als ze gedragen worden door enkelingen die zich willen laten doordringen van God. Mystiek en kerkelijkheid – ze staan van oudsher op gespannen voet met elkaar, maar ze kunnen tegelijk ook niet zonder elkaar.’ 

Bronnen:
– ‘Wie alleen zweven wil, valt uiteindelijk te pletter’
– Ware leegte kent geen grenzen

Illustr: Icarus op het omslag van Licht en zwaar: wie alleen zweven wil, valt uiteindelijk te pletter.

Frits.de.Lange.op.Kreta.webLicht en zwaar, voor zwevers en andere spirituelen | Frits de Lange | ISBN 9789043522526 | Uitgeverij Kok | 64 pag. | € 9,95
Geïnspireerd door het thema van de Maand van de Spiritualiteit 2014 (Lichter leven) schreef theoloog, predikant en hoogleraar Ethiek Frits de Lange (foto: FdL) Licht en zwaar. Hij gaat in het boek in gesprek met Simone Weil over zijn eigen zoektocht naar ‘lichter leven’. Simone Weil (1909-1943) was een mystica die na de oorlog beroemd werd met haar boek Zwaartekracht en genade. Zij hield niet van zweven. Enerzijds had zij goddelijke liefde ervaren, anderzijds beschreef ze hoe de wereld door meedogenloze wetten wordt geregeerd. (Kok)

Wat voorafging aan de Godsargumenten

gebedsbroeders.nl

Is het na de Godsargumenten wachten op een rationeel filosofisch argument voor het bestaan van Jezus? Tenslotte komt filosoof Emanuel Rutten in zijn hele denkgang tot God bij Jezus uit. Maar hij kwam pas op zijn Godsargumenten nàdat hij Jezus ontdekte …

Zijn filosofische bijsluiter voor zijn Godsargumenten lost volgens hem de belangrijkste misverstanden over zijn rationele argumenten voor het bestaan van God kort en bondig op. Blijft de vraag hoe hij bij Jezus uitkwam. Nee, het begòn bij Jezus … Het wachten is eigenlijk op een bijsluiter over de incarnatie van God.

‘God is een noodzakelijk bestaand immaterieel persoon, ontwerper en schepper van de kosmos, het zijn zelf en als zodanig de grond van alle zijnden, de locus van objectieve morele waarden en verplichtingen, goed en rechtvaardig, transgressief, mysterium tremenda majestas et fascinans, ten diepste liefde, agape, eros en philia, geïncarneerd in Jezus van Nazareth, gekruisigd en opgestaan.’ 

Bovenstaande definitie is van Rutten. Als antwoord op de vraag die velen her en der in discussies stellen over wat of wie God is. Hij schreef een bijsluiter voor Godsargumenten, waarin de filosoof een helder en bondig overzicht geeft aan degenen die voor het eerst kennismaken met Godsargumenten.

erDe bijsluiter van Emanuel Rutten (foto: ER) komt erop neer dat Godsargumenten geen Godsbewijzen zijn. Ook zijn rationele argumenten niet noodzakelijk voor een intellectueel verantwoord geloof in God. Godsargumenten kunnen niet afgewezen worden zonder een gangbaar bezwaar ertegen te benoemen en vervolgens niet in te gaan op de bekende weerlegging ervan. Geloof is zowel een kwestie van het hart als van het verstand. Er blijft meer dan voldoende ruimte over voor mystiek en mysterie omtrent Gods wezen.

Een compleet beeld van wat rationeel over God beargumenteerd kan worden, ontstaat indien de conclusies van alle Godsargumenten samengevoegd worden. Gezamenlijk vormen de rationele argumenten een cumulatieve casus voor Gods bestaan die vele malen sterker is dan elk argument afzonderlijk. Ze blijven filosofische argumenten en conflicteren niet met wetenschap. Godsargumenten kunnen we steeds geven binnen de-wereld-voor-ons: de wereld zoals wij deze als mensen denken en ervaren. Naast de klassieke argumenten voor het bestaan van God zijn er vele nieuwe argumenten bijgekomen.

Blijft de vraag hoe Rutten bij Jezus uitkomt, zie zijn definitie. Dat lijkt een minder rationeel gebeuren. Er veranderde iets toen hij Augustinus las.

‘De Griekse filosofen vinden dat de mens moet streven naar perfectie. Maar bij Augustinus las ik dat mensen imperfect, onvolledig en zondig zijn. Ik dacht: ‘Dit gaat over mij!’ Ik voelde me bevrijd, want ik wist dat ik imperfect ben. Er werd een bevrijdende weg gewezen: naar Jezus. Ik las over God Die mens werd in Zijn Zoon, Die onder ons leefde, maar Die we niet hebben aangenomen.’ 

Rutten werd bevangen door het christendom nadat Augustinus naar de evangelisten uit de Bijbel wees en werd aangesproken door de persoon van Jezus en voelde: ‘Dit is het!’

‘Het was dus geen rationele gedachte, maar een existentiële ervaring. (…) Tot mijn verbijstering kwam ik er daarna pas achter dat er ook heel logische, rationele argumenten zijn voor het bestaan van God. Als wiskundige en filosoof vond ik het heel goede argumenten. Ik was bijna geïrriteerd dat ik ze zo laat ontdekte. Ik had het eerder willen weten! En dat terwijl ik al naar de kerk, Crossroads, ging. Ik vond dat de argumenten bekendheid moesten krijgen. Daarom ben ik erop gepromoveerd en heb ik er enkele nieuwe argumenten aan toegevoegd, waaronder het argument dat in de media zoveel aandacht kreeg.’ 

De filosoof sprong in het geloof, zou religieus schrijver Kierkegaard – die zichzelf antifilosoof noemde – zeggen. Volgens hem doe je dat niet door het volgen van alle stappen in een Godsbewijs (of –argument.)

‘Zolang je namelijk vast houdt aan het bewijs, bevind je je nog op het aardse vlak, op het zeker weten. Als je een Godsbewijs niet meer nodig hebt, ben je op het vlak van het geloven. Maar hoe noem je het moment van loslaten dan? Volgens Kierkegaard is dat de sprong in het geloof, vanuit het zekere spring je naar het geloof. Door die sprong ga je de wereld echter anders zien, een dieper begrip ontvang je en tevens een diepere waarheid die eeuwig is en niet doorontwikkeld hoeft te worden.’ 

Bronnen:
– ‘Augustinus maakte een verpletterende indruk op me’
– De filosofische bijsluiter
– De sprong in het geloof

Illustr: gebedsbroeders.nl

Naturalisme ondergeschikt aan een ethisch-religieuze zienswijze

Ephesians_2.12_._Greek_atheos
‘De mens doet er niet toe en de natuur is onverschillig.’ Het naturalisme bouwt voort op het materialisme en ontkent het bestaan van bovennatuurlijke verschijnselen: al het bestaande wordt uit natuurlijke oorzaken verklaard. ‘De natuurlijke geschiedenis van de wereld vertelt eigenlijk alles wat we willen weten.’  

Toch is het naturalisme fout. Docent filosofie Jan-Auke Riemersma stelt in zijn blog van 7 december jl. (herzien op 8 december) dat het naturalisme ondergeschikt is aan een ethisch-religieuze zienswijze. ‘Het bestaan van een transcendente werkelijkheid kan door de naturalist eigenlijk niet worden ontkend.’ In zijn proefschrift Naturalisme en Theïsme (2011) stelde hij dat het naturalisme onverenigbaar, zelfs strijdig is met religie (hfdst. 3,2.)

‘De naturalist gaat er van uit dat wij in staat zijn om de wereld objectief te onderzoeken. Dat is echter niet mogelijk: zelfs als we uiterst rationeel denken zijn we niet objectief, maar subjectief: onze logische modellen van de wereld zijn bedoeld om er in te kunnen ‘wonen’. Al onze modellen van de wereld zijn in die zin ‘aangepast aan de behoeften en noden van de mens’.’ 

Volgens De Lachende Theoloog onderzoeken we de wereld opdat we iets kunnen doen met de resultaten. Maar gelovigen kunnen de wereld niet meer anders zien dan door naturalistische ogen en verliezen daardoor hun geloof. Het naturalisme is een filosofie die heel diep bij de mensen zit.

janriemersmafacebookJan-Auke Riemersma (foto: Facebook) begint – in weer een van zijn fraaie bespiegelingen op zijn blog – met het ontmantelen van het naturalisme: bij de veronderstelling dat de mens onbemiddeld toegang heeft tot de werkelijkheid. Dit stelt ons in staat, zo gelooft de naturalist, om deugdelijke uitspraken te doen over de positie van de mens in de wereld. Het is voor de mens echter niet mogelijk om de wereld te beschrijven op een objectieve, neutrale manier, zoals de naturalist lijkt te denken.

‘Deze kennistheoretische aanname is echter naïef. Je kunt de naturalist voorhouden dat ons beeld van de werkelijkheid hoe-dan-ook een product is van het menselijk brein.’   

Zèlfs de wetenschappelijke (wiskundige) weergave van de werkelijkheid is geen beschrijving van hoe de wereld ‘in zichzelf’ is, een waarneming buiten de logische regels om, maar een beschrijving van hoe de wereld er uitziet in de ogen van een wezen dat altijd en overal vóór alles wil weten wat hij moet doen. Zo vervalst onze logische denkwijze elke beschrijving van de werkelijkheid, stelt de docent filosofie.

‘Je kunt het theïsme verdedigen door te betogen dat wij onderdeel zijn van een ethische werkelijkheid: alles draait om de vraag of de manier waarop wij leven, de keuzes die wij maken, goed of kwaad zijn. ‘In deze wereld is geen enkele menselijke handeling zinloos of zonder betekenis.’

De naturalist kan volgens hem geen objectieve beschrijving van de werkelijkheid geven. Als de mens nooit achter de logische beschrijving van de werkelijkheid kan kijken, dan heeft hij goede redenen om te denken dat de werkelijkheid ons verstand overtreft.

‘Je moet wel erg halsstarrig zijn en per se vast willen houden aan je opvatting dat de wereld een logische kooi is waarin wij gevangen zitten en waarbinnen al onze handelingen zonder betekenis zijn, als je niet in staat bent om te zien dat de wereld eigenlijk door en door religieus is en dat al onze handelingen zich afspelen op een zeer gevoelige balans van goed en kwaad. Het naturalisme is zo beperkt dat het eigenlijk niet kán worden verdedigd.’

Het bestaan van een transcendente werkelijkheid kan door de naturalist eigenlijk niet worden ontkend. – Al met al spreekt dit toch sterk in het voordeel van een ‘religieuze’ visie.’

Zie: De mens, in een wereld van goed en kwaad (en de discussie eronder)

Illustr: Het Griekse woord ‘atheoi’ αθεοι (‘[degenen die] zonder god’) zoals deze wordt weergegeven in de brief van Paulus aan de Efeziërs 2:12, op de vroeg 3e-eeuwse Papyrus 46. Dit woord – in een van zijn vormen – verschijnt nergens anders in het Nieuwe Testament of in de Koine Griekse versie (de originele handschriften) van het Oude Testament. (Wikipedia Commons)