Hoe ziet de wereld eruit als niemand meer gelooft?

newscientist
Leven zonder God – De NewScientist zegt in het artikel Is daar iemand? dat ons brein perfect lijkt gemaakt om te geloven in God, maar dat de leegloop van kerken toch onverminderd doorgaat. Het vraagt zich af of een mens wel zonder het goddelijke kan en of een wereld zonder religie wel echt zoveel beter is. Hoe ziet de wereld eruit als niemand meer gelooft? kopt het blad op de cover.

Adjunct-hoofdredacteur van de NewScientist, Graham Lawton, beschrijft een ander beeld van een atheïstische toekomst dan dat van een koude, rationele wereld, dat werd geschetst door Weber en Durkheim – en recenter door evolutiebioloog Richard Dawkins­ en andere New Atheists.

Een beetje halleluja-roepend, een beetje spiritueel, meer gedreven door onverschilligheid dan door vijandigheid, en ingebed in een gezonde samenleving. Een samenleving die dus niet veel verschilt van die van veel westerse landen. Als ik op die zonnige zondagmorgen terugloop naar mijn auto, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat dat vooruitzicht helemaal niet zo slecht is.’ 

Die zondagmorgen was Lawton vroeg opgestaan om naar de kerk te gaan, de atheïstische, wel te verstaan. Anderhalf uur lang zong hij mee en luisterde hij naar voordrachten. Hij stelt nadrukkelijk dat atheïsme geen deel uitmaakt van het programma dat de Sunday Assembly, een gemeente zonder God, biedt. Het gaat daar om het vieren van het leven, want het doel is mensen helpen het maximale te halen uit het leven – ‘het enige leven dat ze ooit hebben’.

Lawton stelt dat slechts 13% van de wereldbevolking aangeeft atheïst te zijn. Dat zijn er nog altijd 1 miljard. Nog eens 1,5 miljard mensen zijn naar eigen zeggen weliswaar gelovig, maar hangen geen religie aan. In het artikel geeft hij aan dat het er eerst op leek dat de secularisering onvermijdelijk was, maar dat aan het einde van de twintigste eeuw religie zelfs een periode van opleving kreeg. Echter nu is secularisering weer aan de orde van de dag.

‘In de afgelopen twee decennia is de religiositeit in vrijwel alle maatschappijen sterk afgenomen’, zegt socioloog Phil Zuckerman, van het Pitzer College in Californië. ‘Wereldwijd zien we religie wegkwijnen. Natuurlijk zijn er brandhaarden van fundamentalisme. Maar over het algemeen neemt de secularisering toe, ook in samenlevingen waar dat eerder nog niet was waargenomen – plaatsen als Brazilië, Ierland, en zelfs Afrika.’  

Om de vraag te kunnen beantwoorden of de wereld er beter of slechter van wordt als de ongelovigen de overhand krijgen, onderzoekt hij eerst waarom mensen überhaupt in een God geloven. Dan komt hij uit bij cognitieve wetenschappers en de psychologische eigenschappen die de mens tijdens zijn evolutie ontwikkelde; aan onze neiging ons te conformeren aan sociale normen. Mensen hebben het comfort dat het geloof in God met zich meebrengt niet meer nodig. Verder heeft hij het over de relatie welvaart en religiositeit, en het ‘apatheïsme’.

grahamlawtonUiteindelijk komt Graham Lawton (foto: Twitter) tot de conclusie dat religie geen vereiste is voor een gezonde samenleving en dat samenlevingen zelfs baat kunnen hebben bij secularisering. Tegelijk wijst hij op studies die uitwijzen dat er een verband bestaat tussen religiositeit, gezondheid en geluk, die als verklaring daarvoor noemen de gezondere levensstijl van gelovigen, plus hun sterkere sociale netwerken. Anderzijds stelt hij weer dat het verband tussen gezondheid en religie niet zo vaststaand is als wordt beweerd. En als mensen niet langer in God geloven…

Als mensen niet langer in God geloven, betekent dat nog niet dat ze intuïtief al het bovennatuurlijke afwijzen’, zegt Norenzayan. ‘Zelfs in overwegend atheïstische samenlevingen gelooft men in paranormale verschijnselen als astrologie, karma, buitenaards leven – allemaal zaken waarvoor geen wetenschappelijk bewijs bestaat, maar die wel op ons gevoel werken.’ 

Dat is trouwens niet per se slecht. ‘Het is belangrijk om te onderkennen dat er krachtige psychologische redenen bestaan waarom we religieus zijn’, zegt Norenzayan. ‘We kunnen niet zomaar zeggen: het is maar bijgeloof, weg ermee! We moeten op zoek naar alternatieve oplossingen voor de diepe, voortslepende problemen van het leven, de problemen die religie probeert te verzachten. Alleen als samenlevingen daarin slagen, is atheïs­me een haalbaar alternatief.’ 

Zie: NewScientist, 20 juni 2014. (Via Blendle) Is daar iemand?
UPDATE 3 juli: Nu ook gedeeltelijk in de NewScientist te lezen.

De evolutie verlost de mens van de erfzonde

Adam-en-Eva
Een eerste mens heeft niet bestaan, ergo, Adam en Eva kunnen niet echt bestaan hebben. En dat levert weer problemen op met de historische zondeval. Hierover reflecteert godsdienstfilosoof Taede A. Smedes in het derde deel van zijn drieluik Een aanzet tot een theologie van de evolutie. Beslist interessant om kennis van te nemen. ‘Evolutie is een gradueel proces, er is dus niet zoiets als een abrupte overgang tussen aapachtige en mensachtige.’

Hoeft de mens niet langer gebukt te gaan onder de ballast van de erfzonde, die volgens de leer van het christendom het gevolg is van de zondeval? Schudt de christelijke dogmatiek nu op zijn grondvesten?

‘Het punt nu is: als Adam en Eva niet werkelijk bestaan hebben, kun je dan nog wel van een historische zondeval spreken? Immers, als Adam en Eva niet werkelijk bestaan hebben, dan heeft ook een historische zondeval, zoals die volgens sommigen in Genesis beschreven wordt, nooit plaatsgevonden. En als ook die zondeval nooit heeft plaatsgevonden, wat is dan nog de betekenis van het verlossingwerk van Jezus?’

Niet Jezus, maar de evolutie verlost ons blijkbaar van de erfzonde. Is Jezus’ offerdood inderdaad voor niets geweest? Volgens Smedes geeft wetenschapsjournalist René Fransen in zijn boek Gevormd uit sterrenstof een speculatieve draai aan de zondeval.

‘Hij stelt dat weliswaar Adam en Eva als historische personen niet bestaan hebben, maar dat we wellicht moeten uitgaan van een groepje personen binnen de bredere groep van eerste mensen, die door God geroepen werden en die uiteindelijk een zondeval hebben begaan. Het Bijbelse verhaal van Adam en Eva vertelt dus volgens Fransen eigenlijk over de lotgevallen van dit kleine groepje mensen. Een dergelijk idee is hoogst speculatief en behoorlijk vergezocht.’ 

Volgens Smedes is er geen ontkomen aan de conclusie dat de zondeval nooit kan hebben plaatsgevonden als een historisch te lokaliseren gebeurtenis, tenzij iemand bereid is te schaven aan de betekenis van ‘eerste mens’ of aan het concept van de ‘zondeval’. Het idee van de zondeval wordt volgens Smedes vaak metaforisch opgevat: Adam en Eva zijn verhaalpersonages die symbool staan voor ieder mens. Hij vraagt zich ook af hoe het dan zit met de christologie. Of dat niet in de lucht komt te hangen als de zondeval niet heeft plaatsgehad.

‘Het hangt er maar vanaf. Met name in het protestantisme is vanouds over de rol van Christus nagedacht in termen van de ‘trits’ schepping-zondeval-verlossing. Maar wat als we dat schema – dat geen Bijbels schema is, maar net als het dogma van de zondeval een door theologen uitgedacht concept, een constructie bedoeld om systeem aan te brengen in de vele concepten die het christendom rijk is – wat als we dat schema nu eens loslaten? Hoe kunnen we dan over de rol van Jezus Christus nadenken?’

TaedeVervolgens gaat Taede A. Smedes (foto: TAS) door over Jezus van wie gezegd wordt dat God in Jezus ons nabij is gekomen. Over zijn menswording. Over het feit dat ook de mens Jezus een aapachtige als voorouder heeft gehad. Smedes vindt dat de evolutietheorie een verrijking biedt omdat het de continuïteit tussen de mens en de rest van de schepping benadrukt. Alles hang met alles samen. De mens blijkt een sterrenkind, de spiegel van de kosmos zelf. Zouden we niet, zo vraagt Smedes zich af, kunnen zeggen dat de glimp die wij door middel van de wetenschap opvangen van hoe alles is en geworden is, een God’s-eye-point-of-view is? Smedes zet er in zijn drieluik in ieder geval meeslepende gedachten over neer!

‘De geschiedenis van de mens is de geschiedenis van het heelal en van de evolutie van het leven op aarde. Er schuilt iets bijzonders in de mens dat door de wetenschap wordt blootgelegd, maar dat diezelfde wetenschap telkens weer ontglipt. De mens is een onherleidbaar, complex mysterie dat door biologen, filosofen en theologen wordt benoemd en bestudeerd, maar dat ook zij uiteindelijk niet van zijn intrigerende karakter kunnen ontdoen.’ 

Zie het complete drieluik: Een aanzet tot een theologie van de evolutie (deel 1), (deel 2) en (deel 3)

Dr. Taede A. Smedes (Drachten, 1973) is godsdienstfilosoof en theoloog, en was tot januari 2013 werkzaam als Senior Onderzoeker aan de Faculteit der Filosofie, Theologie, en Religiestudies (FTR) van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is gespecialiseerd in discussies omtrent science and religion, de verhouding van theologie/geloof en natuurwetenschap, en publiceert daar regelmatig over. Daarnaast schrijft hij af en toe bijdragen voor kranten en tijdschriften; is o.a. sinds kort recensent bij de Bezieling.  

Illustr: soulvability.nl

Het christendom de enig ware godsdienst?

religie (1)
Het christendom is ‘waar’. Althans, als we Emanuel Rutten moeten geloven die in een lezing voor studentenvereniging CSFR in Groningen hiervoor vijf argumenten aangaf. Het commentaar hierop van docent filosofie Jan-Auke Riemersma (De Lachende Theoloog) in Enige aantekeningen bij een lezing luidt: ‘Het zijn allemaal bewijzen met een koffertje: ze gaan gezellig op reis en vertrekken daarom vanuit de meest exotische oorden.’

Vanuit de ervaring van het sublieme
Riemersma stelt dat Rutten weet dat God de oorzaak is van zijn sublieme ervaring; hij ervaart het sublieme als hij de Bijbel leest; dus moet de God van de Bijbel wel de God zijn die hij ervaart. Riemersma vindt dit een sluitend argument, maar alleen geschikt voor mensen die het sublieme ervaren als ze bepaalde Bijbelpassages lezen.

‘Bovendien is Ruttens onderzoek van de Bijbelteksten slecht: hij moet niet alleen aannemelijk maken dat men het sublieme ervaart bij het lezen van de Bijbel, hij moet bovendien aannemelijk maken dat andere, willekeurig gekozen passages uit de boeken van overige tradities niet in staat zijn om ons het ‘hogere’ te laten ervaren.’

Het argument vanuit zelflegitimatie
Riemersma is hierover duidelijk:

‘Over Jezus ‘zelflegitimering’ hoeven we het niet eens te hebben.’  

C.S. Lewis’ dilemma-argument
De Lachende Theoloog vindt dit een typisch ‘nou, en?’ argument; de redeneringen van Lewis te gekunsteld en bovendien is er tegen dit argument al zo veel ingebracht. Hij heeft niet kunnen ontdekken of Rutten het argument van Lewis op originele wijze aanvult of verwoordt. Lewis’ argumenten vindt Riemersma te licht en te oppervlakkig. Het dilemma van Lewis vindt hij niet eens van toepassing.

‘Jezus zegt van zichzelf dat hij de Verlosser is. Lewis vraagt zich af wie er nu zoiets ‘mals’ over zichzelf kan zeggen? Je moet of dwaas zijn als je zoiets zegt of het is gewoon waar. We kunnen echter uitsluiten dat Jezus een dwaas was: dan zou hij zijn nieuwe geloof niet hebben kunnen organiseren. En daarom mogen we gevoeglijk aannemen dat Jezus inderdaad de Verlosser was. Met andere woorden: de leer van het christendom is waar.’

Dit argument vindt Riemersma nauwelijks serieus te nemen.

‘Zou u zich bekeren tot de leer van Hubbard louter en alleen omdat Hubbard beweert dat hij over ‘het ware inzicht beschikt’ en omdat hij in staat is om de scientology-kerk uitstekend te organiseren? Voorts schrijft Elaine Pagels dat het in de tijd van Jezus helemaal niet vreemd was om te zeggen dat je een ‘zoon van God’ was.’

Het opstanding-argument
Rutten beweert dat er geen goede seculiere verklaring is voor het lege graf, maar Riemersma vindt dat zeer onwaarschijnlijk. Althans, als we vertrouwen op onze huidige kennis over sterven en dood, want dat mensen de dood niet overleven is een casus die zelfs zó hecht is, dat het tegendeel beweren vrijwel zinloos is.

‘De casus van Jezus’ opstanding is in hechtheid en samenhang slechts een druppel op de gloeiende plaat vergeleken met de hechtheid en samenhang van de overtuiging dat niemand kan opstaan uit de dood. Een kansloze zaak. Alleen de gelovige zal dit ‘argument’ willen accepteren.’

Het wereldbeeld-argument
Riemersma vraagt zich af of het christendom is bij uitstek de beste manier om eenheid aan te brengen in een wereldbeeld. Hij vindt dat geen echt argument, ook al heeft de mens inderdaad een wereldbeeld nodig. Maar voor de docent filosofie werkt het andersom en is de mens geneigd om in God te geloven omdat deze overtuiging zijn wereldbeeld ‘compleet’ maakt.

‘Het concept God (of: Het Ene, Het Hoogste Idee) is een cognitieve paraplu, je kunt er heel veel onder scharen. Het levert echter wel een hoop nieuwe losse eindjes op. Er zijn veel zaken die niet verenigbaar zijn met het christendom, zoals het lijden van de mens.’

jan-auke riemersmaDefeaters
Vervolgens gaat Riemersma ook kort en enigszins cynisch in op het argument vanuit Alvin Plantinga over de afwezigheid van defeaters (dat wil zeggen in afwezigheid van goede aanwijzingen voor het tegendeel.)
(foto Riemersma: j-ar)

‘Een ‘defeater’ is plantinganees voor een ‘weerlegging’. Volgens dit argument is het niet mogelijk om het christendom te weerleggen. En dat is uiteraard waar. Want wie Plantinga niet aanvaardt, zal eeuwig branden. Dat is inmiddels welbekend.’

Zie voor het volledige commentaar van Riemersma:  Enige aantekeningen bij een lezing.

Illustr: evangelienieuws.nl

Gerelateerd: Het godsargument openbaart de christelijke God