Waarom Gods bestaan beargumenteren?

eye-and-universe
‘Niet in God geloven is de basispositie voor de meeste mensen. Niet dat iedereen daar nu zulke doordachte redenen voor heeft, maar niet-geloven zit gewoon in de lucht. Het hoort bij de tijdgeest. Het spreekt vanzelf. Je hoeft het niet uit te leggen. Dat zorgt ervoor dat wel in God geloven een beetje raar is. Daarmee komen we bij de bedoeling van dit boek. Wij denken namelijk dat geloven in God helemaal niet zo vreemd is. Integendeel. Er zijn juist uitstekende argumenten om te denken dat God bestaat.’

Dat zeggen Jeroen de Ridder en Emanuel Rutten in het weldra te verschijnen boek En dus bestaat God. De beste argumenten. Het staat in de inleiding onder de vraag die tevens de titel van dit blog is.

Die argumenten zijn niet achterhaald door wetenschap of technologie en ook niet vergezocht. Sterker nog, ze gaan uit van zaken die voor veel mensen bekend zijn en vanzelf spreken en komen dan via een aantal logische stappen uit bij de conclusie dat God bestaat. In dit boek geven we acht van zulke argumenten, in elk hoofdstuk één.’ (Uit: En dus bestaat God)

Vervolgens kunnen we de acht argumenten allemaal bestuderen. Als ik terugkijk op mijn eigen blogs kan ik ze allemaal vinden, maar uiteraard ook elders op Internet of de site van Rutten. Echt niet allemaal direct gemakkelijk te begrijpen. Maar De Ridder en Rutten beloven met heldere redeneringen te zullen komen om duidelijk te maken dat die Ene bestaat. Volgens de uitgever schrijven zij in ieder geval toegankelijk voor een breed publiek. Hier alvast een summiere bloemlezing van de argumenten die ik bij Rutten vond. Ik ben benieuwd hoe de argumenten uiteindelijk helder verwoord zijn in En dus bestaat God.

Het Leibniziaans argument, van de Duitse zeventiende-eeuwse filosoof Leibniz. Hij was van mening dat God zelfs noodzakelijkerwijze bestaat, omdat hij niet anders kan dan bestaan.

Niet alle argumenten hebben zo’n sterk dwingende logica: soms is het meer zo dat de aannames de conclusie zeer waarschijnlijk maken.’ (Uit: En dus bestaat God)

Het kosmologisch argument: God wordt hiermee rationeel afgeleid uit waarneembare dan wel beargumenteerbare algemene kenmerken van de kosmos: zoals het gegeven dat er überhaupt een universum bestaat in plaats van helemaal niets, of het feit dat er in de wereld veroorzaakte dingen zijn, of dat er in de wereld dingen zijn die contingent (niet-noodzakelijk) bestaan.

visje
Het 
fine-tuning argument: de hypothese dat een bovennatuurlijke intentionele act aan de onvoorstelbaar onwaarschijnlijke fine-tuning ten grondslag ligt is alleszins redelijk indien bruut toeval het enige denkbare alternatief is. Fine-tuning kan één argument zijn in een cumulatieve reeks van verschillende argumenten voor het bestaan van God.

Een goed argument begint met ware aannames, of tenminste aannames waarvan het behoorlijk plausibel is dat ze waar zijn. Vervolgens zijn de redeneerstappen van een goed argument dwingend: je kunt er niet of moeilijk onderuit. De kracht van argumenten is dus dat ze je duidelijk maken wat je zou moeten geloven, gegeven dat je andere dingen al gelooft.’ (Uit: En dus bestaat God)

Het argument vanuit natuurwetten: de idee is dat de kosmos met haar universele en stabiele natuurwetten zich aan ons voordoet als een optimaal gestructureerd schoon geheel en dat de schoonheid van deze begrijpelijk samenhangende structuur een kenmerk is van intrinsieke goedheid, zodat het niet onredelijk is om te denken dat de schepper van de kosmologische zijnsorde goed in plaats van kwaadaardig is.

Het ontologisch argument: het bestaan van God wordt afgeleid op a priori gronden, dat wil zeggen op grond van redelijke overwegingen die ons door ons autonome denken worden ingegeven. In een ontologisch argument wordt de conclusie dat God bestaat afgeleid uit een bepaalde vooraf gegeven definitie van God, zoals ‘Datgene waarboven niets groter gedacht kan worden’ of ‘Maximaal perfect wezen’.

En dus bestaat GodDe argumenten in dit boek zijn volgens ons goede argumenten. Ze starten vanuit aannames die voor veel mensen acceptabel zijn – ongeacht of ze gelovig zijn of niet – en komen dan via een of meer stappen bij de conclusie uit dat God bestaat. Bij sommige argumenten volgt de conclusie strikt logisch uit de aannames, bij andere maken de aannames de conclusie erg waarschijnlijk.’ (Uit: En dus bestaat God)

Het modaal-epistemisch argument: het bestaat uit twee premissen en één conclusie. Beide premissen hebben betrekking op een semicartesiaanse notie van kennis. Een subject, zeg S, kent een propositie, zeg p, indien p waar is en indien S niet anders kan dan p geloven, bijvoorbeeld omdat p voor S intuïtief zelfevident is (“1+1=2”) of omdat p voor S zintuiglijk niet corrigeerbaar is (“Ik heb twee handen”). Uit beide premissen, enerzijds “alles wat mogelijk waar is, is mogelijk kenbaar”, en anderzijds “Het is onmogelijk te weten dat God niet bestaat”, volgt logisch de conclusie dat God noodzakelijk bestaat.

Het morele argument wordt door verschillende hedendaagse filosofen verdedigd. Het morele argument voor het bestaan van God kan bijvoorbeeld op de volgende manier weergegeven worden: 1. Als God niet bestaat, dan is niets objectief verwerpelijk, 2. Sommige daden zijn in objectieve zin verwerpelijk, 3. God bestaat (conclusie uit beide premissen.)

Het argument vanuit de religieuze ervaring: men vertelt bijvoorbeeld over persoonlijke Godervaringen of men verwijst naar de vele getuigenissen van Godervaringen bij anderen. Hierbij gaat men uit van een meer inclusieve visie op menselijke ervaring; een visie die ruimte biedt voor esthetische, existentiële en morele ervaringen. Dan is er geen goede reden om op voorhand te beweren dat religieuze ervaringen, zoals het ervaren van God, zelfs als God bestaat, in beginsel onmogelijk zijn.

Maar een keihard bewijs en absolute zekerheid? Dat kan geen filosofisch argument je geven. En dat is ook niet erg. Gezonde twijfel past bij geloof in God. Argumenten geven ons uitstekende redenen om te geloven, maar het blijven wel redenen om te geloven. Wat de argumenten voor het bestaan van God volgens ons vooral laten zien, is dat geloof in God rationeel gezien volkomen gelegitimeerd is, ja zelfs de meest redelijke positie betreft. Daar gaat het ons hier om.’ (Uit: En dus bestaat God)

En dus bestaat God. De beste argumenten | Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder | Buijten en Schipperheijn B.V. | ISBN 10: 9058817458 | ISBN 13: 9789058817457 | € 14,50 | Verschijningsdatum: 22 januari 2015

Illustr: eye and universe (angelicview.wordpress.com)

‘Een Godsbewijs moet overtuigen’

En dus bestaat God
‘Een godsbewijs zou eigenlijk overtuigend moeten zijn – en niet plausibel. Plausibel maken dat God ‘zou kunnen’ bestaan –mwah, dit bewijs laat in ieder geval zien dat er toch wel ‘iets’ van Gods bestaan aan is – is niet effectief. Zolang er goede tegenargumenten bestaan is het geloof in God niet redelijk: ook niet een ‘beetje’.’ Dat zegt de Lachende Theoloog, alias Jan-Auke Riemersma op zijn blog Godsbewijzen.
 

Als de argumenten van de ‘moderne’ theïstische godsdienstwijsgeren overtuigend zijn, dan mag men veronderstellen dat vooral goed geschoolde filosofen, die de betekenis van dergelijke krachtige argumenten op waarde kunnen schatten, zich door deze argumenten hebben laten overtuigen.’ (J-AR) 

JeroendeRidder (1)Riemersma stelt dat slechts 14 – 20% van de analytische wijsgeren menen dat het bestaan van God te verdedigen is. Helaas zegt hij er niet bij niet welke filosofen dat zijn. Die kunnen wellicht hun Godsbewijzen, eh… argumenten, misschien meer plausibeler maken dan de filosofen die met hun boek komen En dus bestaat God. De beste argumenten. De beste acht argumenten vanaf 22 januari dus in uw boekhandel. De filosofen Emanuel Rutten (re: foto Twitter) en Jeroen de Ridder (li: foto VU) zijn er in ieder geval zelf wel van overtuigd dat zij met heldere redeneringen kunnen duidelijk maken dat dieemanuelrutten Ene bestaat. Volgens de uitgever schrijven de heren in ieder geval toegankelijk voor een breed publiek, dat ook vakgenoten zal boeien.

God bestaat en daar zijn sterke argumenten voor. Juist de laatste jaren zijn die argumenten nog weer aangescherpt. Emanuel Rutten en Jeroen de Ridder, beiden filosoof, hebben zich in elk geval laten overtuigen: God bestaat en dat valt met heldere redeneringen duidelijk te maken.’ (Cover) 

JanAukeRiemersmaVolgens de uitgever zal dit boek atheïsten verontrusten en gelovigen versterken, en is het een eyeopener voor al die mensen die denken dat geloof geen optie meer is voor wie zijn verstand gebruikt. Maar volgens de Lachende Theoloog (illustr. J-AR) is het probleem nu juist dat geen van de bestaande godsbewijzen zonder meer ‘geldig’ en ‘waar’ is.

Het opvallende verschil met de meeste andere wijsgerige debatten is echter dat er geen onderzoek gedaan wordt aan God. Het debat krijgt geen impulsen van buitenaf. Godsdienstwijsgeren, of ze nu theïst of atheïst zijn, zullen zich moeten verlaten op argumenten.’ (J-AR) 

Ben benieuwd… Volgens schrijver en filosoof dr. Edward C. Feser (1968) is het onder hedendaagse filosofen vrij algemeen bekend dat Thomas van Aquino ervan overtuigd was dat het bestaan ​​van God, de onsterfelijkheid van de ziel, en de inhoud en bindende kracht van de morele wet bewezen kon worden door middel van louter filosofische argumenten.

En dus bestaat God. De beste argumenten | Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder | Buijten en Schipperheijn B.V. | ISBN 10: 9058817458 | ISBN 13: 9789058817457 | € 14,50 | Verschijningsdatum: 22 januari 2015

Zie: Godsbewijzen

Charlie Hebdo heeft pesten tot kunst verheven

zoekdeheldjanbontje.large
En dan is alles toegestaan. De profeet wordt vandaag weer prominent – lekker pûh! – afgebeeld op de voorpagina van Charlie Hebdo. Het komt mij voor dat Charlie vroeger als kind toch wel vreselijk gepest moet zijn en neemt sindsdien voortdurend wraak op alles en iedereen door – onder het mom van satire – hevig terug te pesten. Maakt niet uit wie. Vanuit anarchistisch standpunt is alles en iedereen een dankbaar object: christendom en islam voorop. Pesten is blijkbaar onuitroeibaar en vele toekijkers genieten volop van hun helden. Pesten tot kunst verheven.

Op veel scholen worden tegenwoordig talloze antipestprogramma’s ingezet om (komende) slachtoffers te behoeden voor hun pestkoppen. De gepesten gaan of van school af, of worden depressief, plegen soms zelfmoord of – tot het uiterste getergd – vermoorden de pesters. Andere gepesten beginnen een satirisch blad en slaan pestend en kwetsend om zich heen. Dat moet kunnen, vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Coûte que coûte… Altijd?

Toen een islamitische cartoonist een grove spotprent van de profeet Mohammed en een negenjarige Aisha beantwoordde met een spotprent van Hitler met Anne Frank in bed, was de wereld te klein. Juridisch gezien zit er tussen de twee geen verschil: ze zijn allebei grof en smakeloos, en zeer beledigend voor een groep mensen. Maar aangezien ze geen van beide een specifieke groep mensen tot onderwerp van spot hebben, is het niet strafbaar.’  (Maurits Berger – RD)

vincentkemmeHoofdredacteur Vincent Kemme (foto: myspace.com) van Rorate staat ook stil bij het gebeuren en schrijft in zijn artikel Satire, persvrijheid en barbaarse moordpartijen in Frankrijk:

Char­lie Hebdo is — hoezeer ik ook afwijs en betreur wat hen is aangedaan — een typisch voor­beeld van een blad dat zon­der enig respect voor per­so­nen en hun gevoe­lens om het even wat de wereld in meent te mogen slin­geren, vanuit een wereld­beeld dat zelf niet veel meer lijkt te houden dan het willen breken van elke vorm van ‘macht’.’  (VK)

Kemme vraagt zich af of enige vorm van zelfcensuur wenselijk is of zelfs moet. Hoe afkeurenswaardig de moord­par­tij op de redac­tiele­den ook is — Kemme zegt dat niet genoeg te kunnen benadrukken — een dergelijke gebeurte­nis was natuurlijk te verwachten. Moeten we daarom uit angst voor aansla­gen onszelf censureren? 

Nee, zelf­cen­suur — voor zover we ons die moeten opleggen en ik denk dat dat soms moet — moet op diepere motieven berusten: de wens om met onze humor, onze ‘spot­prenten’ nie­mand te kwet­sen of te beledi­gen. Er bestaan ook andere manieren om de islam ter sprake te bren­gen en ik zie niet waarom dat per se op een voor moslims beledi­gende manier zou moeten.’ (VK) 

Kemme stelt, naast het feit dat hij zich tegelijk aansluit bij de woor­den van de aartsbisschop van Parijs, Mgr. Vingt-Trois: ‘Een car­toon, hoe smakeloos ook, kan niet op gelijk niveau geplaatst wor­den met moord,’ en ‘Persvrijheid, wat het ook kost, is een teken van een vol­wassen samen­lev­ing’: 

We hebben hier te maken met een doorge­dreven verabsolutering van de persvrijheid in onze samenleving, waar respect en eerlijkheid het moeten afleggen tegen het zo nodig willen kun­nen maken van om het even welk state­ment. Dat draagt onnodig bij aan span­nin­gen in de samen­lev­ing en daar zijn we deze week op een gruwelijke manier mee gecon­fron­teerd.’ (VK) 

Zie ook: Satire, persvrijheid en barbaarse moordpartijen in Frankrijk

Cartoon: Jan Bontje (twitter.com)