‘Geloven geeft te denken en dat denken zal redelijk moeten zijn’

rodin
‘Het huidige geloofsklimaat geeft veel te denken,’ zegt de Beweging voor Eigentijds Geloven (VVP) over het essay van filosoof en theoloog Arne Jonges: er staan een aantal juweeltjes van hoofdstukken in waarin hij onder meer uitlegt dat er waarheden in soorten zijn, en schrijft over de verhouding tussen historiciteit en mythe. Jonges levert prachtige citaten aan waar avonden over doorgepraat kan worden. Zoals: ‘je neemt de bijbel letterlijk of je neemt de bijbel serieus’.

De VVP zegt in een korte reactie op het essay (een pdf van 43 blz.) dat we de functie van godsgeloof allemaal moeten lezen, evenals de opmerkingen over verantwoordelijk zijn voor je eigen geloof.

In zijn essay zegt Jonges dat ‘geloven als zodanig niet redelijk is’, want door te stellen dat het in ‘onze natuur’ zou liggen, ons gelukkiger maakt, of door het een ‘basale overtuiging’ te noemen, maakt het nog niet redelijk: veel van wat tot onze natuurlijke neigingen behoort is niet zo redelijk. Hij verwijst naar het boek God bewijzen, van Stefan Paas en Rik Peels, en vindt het niet zonder meer redelijk om in God te geloven.

Tenslotte leveren hun escapades langs de godsbewijzen uit de wijsbegeerte niet meer op dan dat daarin veel vernuft en redelijkheid is geïnvesteerd, maar niet dat het geloof in God derhalve redelijk is. Die laatste stap kan de rede immers niet maken.’ 

Wie de rede te hulp roept om tot beantwoording van Godsvraag te komen, komt niet verder dan een cirkel: uit de redenering volgt, waartoe de redenering is opgezet. Iedereen die God wil ‘bewijzen’ is al van God uitgegaan, betoogt De Boer terecht.’ 

Een abstract godsidee levert volgens Jonges godsdienstig gezien weinig op. Hij verwijst naar Heidegger die stelt dat tot zo’n God niet te bidden valt. Jonges verwijt de auteurs dat wat ze beogen een fundering of garantie van de rede is voor hun religieuze praxis. Hij schets ook het alternatief: geen redelijke garanties voor geloof, maar redelijk geloven. En stelt dat het niet de vraag is of het redelijk is om te geloven, maar hoe je redelijk kunt geloven.

Bonhoeffers vraag ‘Hoe kun je geloven met ‘intellectuele redelijkheid?’ is derhalve nog steeds actueel. Voor de beantwoording van die vraag is het van belang de functie van de godsidee in wijsgerige en godsdienstige context te bezien alsmede de vraag naar de verhouding tussen het geloof en de rede te stellen.’ 

Fokke.en.Sukke.geloven.meer.in.een.universele.hogere.macht.210511.2826
J
onges gaat in zijn essay hierop door en stelt dat ieder geloof in eerste en laatste instantie een geloof van mensen is.

Als leidraad heeft een denker slechts zijn eigen wereld en geloof. Over het geloof van anderen is niet eenvoudig te oordelen, toch impliceert het met ‘intellectuele redelijkheid’ te willen geloven een normatief element. Redelijkheid impliceert ook kritiek. Niet alles ‘wat wordt geloofd’ verdient om die reden zonder meer respect.’ 

Hij verwijst verder naar onder anderen Peter Sloterdijk die laat zien dat de zeepbel van de metafysica uiteengespat is waardoor religie haar grond heeft verloren, want God was verwikkeld in de metafysica. En ook naar Kant, die alle godsbewijzen onderuithaalt. Jonges schrijft verder over de Verlichting waardoor de rede aan statuur heeft ingeboet.

De oude droom van de wijsbegeerte van een mathesis universalis, een redelijkheid die alle kennis zou kunnen verbinden, a theory of everything, leeft misschien nog bij een enkele natuurkundige, maar geldt nu niet meer als reëel.’ 

Het essay handelt verder over de beperktheid van de kennis; de wetenschap; de denkweg van Husserl; de rede opnieuw; waarheid in soorten; geloof en fundament; ideeën (Plato); gehistoriseerde mythen; Bijbel en mythe; geloofsverstaan; rite als context van de mythe; religieuze ervaring; de functie van het Godsgeloof; God verwerkelijken, en de verantwoordelijkheid voor het eigen geloof een eis van redelijkheid. En zo kan Jonges terecht eindigen met: ‘Het geloven geeft te denken en dat denken zal redelijk moeten zijn’.

Werkelijk een prachtig, helder geschreven essay dat de rede vriendelijk prikkelt, een weldaad voor de geest, voor op een stille zondagmorgen…

arnejongesDr. Arne Jonges (foto: Linkedin) studeerde theologie in Leiden en promoveerde in de wijsbegeerte in Nijmegen.

Cartoon: Jean-Marc van Tol (foksuk.nl)

Foto: EPA  Een van de kunstwerken die in verband wordt gebracht met analyses en denkmethoden, is ‘De denker’ van Rodin.

Zie: Redelijk geloven, door dr. Arne Jonges 

God – en de wetenschap – van de gaten

god-an-atheist-550x550
Als een atheïst geconfronteerd wordt met een gedocumenteerd wonder, is de stelling dat de wetenschap nog niet alles heeft verklaard, maar dat er vast een natuurlijke verklaring voor is. Dit zegt ex-atheïst en software engineer Jaap de Wit in het artikel Over gelovige atheïsten en rationele katholieken.

De atheïst kan christenen verwijten dat ze geloven in een ‘God van de gaten’ als verklaring van onbegrijpelijke verschijnselen. Zelf gelooft hij echter in een ‘wetenschap van de gaten’: de wetenschap verklaart alles, ook wat nu nog niet te verklaren is: ooit wordt het (natuur)wetenschappelijk duidelijk.

Het verschil is alleen dat het voor een christen in werkelijkheid niets uitmaakt of iets wetenschappelijk te verklaren is. Een wonder kan nog steeds een wonder zijn als er een natuurlijke verklaring voor is. De vraag waarom iets gebeurt, is immers niet hetzelfde als de vraag waardoor iets gebeurt. De materialistische atheïst kent dit onderscheid echter niet en moet daarom aan een nogal irrationeel en benauwend geloof vastklampen dat de wetenschap in staat is de gehele waarheid te verklaren.’ 

Volgens De Wit zijn er twee soorten atheïsten: degenen die geloven in een materialistische wereld waarin geen ruimte is voor het bovennatuurlijke en degenen die niet in God geloven, maar wel openstaan voor allerlei bovennatuurlijke en spirituele zaken. De engineer ziet het christendom redelijkerwijs als de gulden middenweg. De materialist heeft in de ogen van De Wit het meest dogmatische geloof dat je maar kunt bedenken: hij mag in geen enkel bovennatuurlijk fenomeen geloven, want dat zou zijn wereldbeeld ondermijnen. Maar:

Ook als je niet in God gelooft, doe je bepaalde geloofsaannames die je niet kunt bewijzen.’ 

De Wit zegt dat toen hij zelf nog atheïst was, hij op een punt kwam waarop hij zichzelf geen filosofische vragen meer mocht stellen en als hij dat wel had gedaan, hij wellicht eerder van zijn ongeloof zou zijn gevallen.

In plaats daarvan ontweek ik de belangrijke vragen een tijdje met een wat meer agnostische houding. Waar ik vroeger het christendom fel had bestreden, hield ik nu een wapenstilstand. Om eerlijk te zijn, was het misschien eerder intellectuele luiheid. Toen ik het geloof hervond, was ik aangenaam verrast dat er een wereld van rede voor me openging.’ 

Zie: Over gelovige atheïsten en rationele katholieken (Broodje Paap)

Cartoon: nakedpastor david hayward

jaapJaap de Wit (Broodje Paap), geboren in 1978 in Bergen op Zoom, en thans woonachtig in Gouda. Overdag is hij software engineer en ‘s avonds is hij Rooms-Katholiek. Hoewel hij kort na zijn geboorte al een tijdje katholiek is geweest, was hij jarenlang atheïst. Op een dag in 2010 liep hij per abuis tegen het ware geloof aan en sindsdien zit hij weer stevig in de kerkbanken. Sinds 2012 is hij enthousiast lid van Koor Padua en sinds 2014 is hij ook acoliet in Gouda. (Foto: JdW)