‘De islam gaat imploderen en dat zal gewelddadig zijn’

islam.jpg

‘De Koran is op dit moment de gevaarlijkste illusie’, zegt Maarten Boudry in het magazine EOS. Al eerder zei hij bij Liberales dat de gevaarlijkste illusie de letterlijke interpretatie is van wat er neergeschreven staat: juist ‘de overtuiging dat illusies, en met name godsgeloof, goedaardig en onschuldig zijn, is zelf een gevaarlijke illusie’. Politiek wetenschapper Annie Laurent stelt nu bij Didoc dat de islam onverbiddelijk ineen zal storten en dat dit ‘groot leed zal veroorzaken voor de moslims en voor degenen die in hun nabijheid leven’.

Ik zeg niet dat de islam morgen zal ineenstorten, maar wel dat hij zal ineenstorten, onverbiddelijk, en dat zal groot leed veroorzaken voor de moslims en voor degenen die in hun nabijheid leven. Het zal decennia duren en zich vertalen in vreselijke conflicten! Een van de krachten van de islam is dat hij zich belast met heel de mens. Het is een erg omlijnde religie, waarin het geweten niet aangesproken wordt. Iedere persoon die dit kader verlaat zal een diepe existentiële crisis meemaken.’

Annie Laurent is schrijfster, journaliste en specialist op gebied van het Midden-Oosten, en heeft een master in Internationaal Recht. Zij haalde een doctoraat in politieke wetenschappen met haar thesis over ‘Libanon en zijn omgeving’. In het artikel De zwakheid van de islam beschrijft Laurent de hedendaagse islam als een religie ten prooi aan een diepe crisis die zelfs zijn bestaan op losse schroeven zou kunnen zetten.

De islam wordt op dit ogenblik ernstig in vraag gesteld. De moslims hebben overal ter wereld toegang tot het internet, zelfs in Saoedi-Arabië. Zij zien andere denkwijzen, andere manieren om de religie te begrijpen. Een deel ervan leeft in landen met christelijke wortels, en dat vertaalt zich natuurlijk naar vragen over hun eigen oorsprong. Sommigen ergeren zich met name aan de aanspraak van de islam om heel hun leven te beheersen met willekeurige voorschriften. Ieder jaar zijn er in Marokko jonge mensen die op de pleintjes eten in volle ramadan en zo het religieus verbod naast zich neerleggen. Zij worden trouwens regelmatig opgepakt door de politie.’

Geweld is een teken van zwakheid!’ antwoordt Laurent als Didoc stelt dat in vele landen zoals Irak, Saoedi-Arabië of Pakistan de islam steeds strenger wordt, en vaak gewelddadig. Niettemin stelt zij dat er een interessante ontwikkeling gaande is, al is zij niet optimistisch over een ‘zachte overgang’ van de islam.

Er is een interessante ontwikkeling aan de kant van wat men ‘de nieuwe denkers van de islam’ noemt. Ik denk aan Abdelmajid Charfi, auteur van ‘De islam tussen boodschap en geschiedenis’. Een andere Tunesiër, Mohammed Charfi, had een leerstoel onder Ben Ali en heeft ‘Islam en vrijheid’ geschreven. Maar vaak worden zij slecht onthaald! In tegenstelling tot wat men vaak denkt, is het nog moeilijker voor hen geworden om zich te uiten sinds de Arabische lente. Zoals Nasr Abou-zeid, die als afvallige verbannen werd en naar Nederland moest vluchten, zei: het lot van deze intellectuelen stemt mij niet optimistisch over een ‘zachte overgang’ van de islam.’

Zie: De zwakheid van de islam

Illustr: Fubar.mobi

Meer harmonie tussen geloof en wetenschap dan velen erkennen

jezusversusdarwin

‘Wetenschap ontleent haar krediet grotendeels aan haar vermogen om tal van levensbeschouwelijke stromingen en groeperingen, inclusief godsdienstige, te verenigen rondom gemeenschappelijke cognitieve aanspraken.’ – Aldus prof. dr. Gijsbert van den Brink in zijn rede over conflict en consonantie tussen geloof en wetenschap, waarover Geloof & Wetenschap verslag doet.

Van den Brink gaf in zijn openbare college een overzicht van drie verschillende modellen die gehanteerd worden om de relatie tussen geloof en wetenschap te beschrijven. Het conflictmodel is buiten de academische wereld, en vooral in de pers, zeer populair. Wetenschap neemt in dit model langzaam maar zeker de plek van religie. Maar het conflictmodel wordt in het academisch debat nauwelijks serieus genomen.’ (G&W)

Van den Brink spreekt dan ook van een conflict-mythe, wat voor hem overigens niet betekent dat geloof en wetenschap in harmonie zijn, want botsingen zijn er wel degelijk.

Wetenschap levert geen Godsbewijs, maar is ook niet in strijd met het bestaan van God, aldus Van den Brink. ‘De wetenschap kan wel vragen oproepen, bijvoorbeeld door de wreedheid van evolutie, die volgens sommigen betekent dat er een wrede god is, of louter toeval en dus helemaal geen god.’ Die vragen moeten worden onderzocht: ‘En daarbij zijn de traditionele leer en Bijbelinterpretaties niet boven kritiek verheven.’ Van den Brink wijst erop dat de statische aarde in het centrum van het universum uiteindelijk ook is opgegeven door de kerk. Hoewel Voetius hier nog aan vast hield, hebben zijn opvolgers geaccepteerd dat de aarde om de zon draait.’ (G&W)

Binnen het consonantiemodel zijn er volgens Van den Brink ‘harmonieën’ en ‘dissonanten’, en waar dissonanten optreden is een oplossing nodig. Dat is niet erg, want juist op punten van dissonantie – waar twee kennisaanspraken botsen – ontstaan constructieve en creatieve ideeën.

Harmonie is daarbij geen gegeven, maar een doel waarnaar wordt gestreefd.’ Een basis voor dit model is de observatie dat wetenschap ‘consoneert’ met tal van religies. ‘De wetenschap weet mensen uit verschillende religies aan zich te binden, zij accepteren de wetenschap.’ (G&W)

Volgens de Vrije Universiteit Amsterdam adviseert Van den Brink in tijden van toenemende levensbeschouwelijke spanningen én groeiende wetenschapsscepsis de consonantie te koesteren.

Daar waar sprake is van dissonantie tussen geloof en wetenschap, komt het er intussen op aan deze productief te maken, door alert te zijn op grensoverschrijdingen van beide zijden en – voor de theologie – door geconsolideerde wetenschappelijke kennis vanuit de eigen bronnen in een verhelderend zingevend kader te plaatsen.’ (VU) 

Zie:
Meer consonantie tussen geloof en wetenschap dan gedacht
Hoogleraar theologie en wetenschap op zoek naar consonantie

Update 30-12-2015:
De oratie van Gijsbert van den Brink is HIER te vinden.

Ilustr:
Gatomagenta

De werkelijkheid religieus benaderen voor een rechtvaardige wereld

Wereldhanden
‘We willen een rechtvaardige wereld; en dus moeten we doen wat we kunnen: daarom benaderen we de werkelijkheid religieus. We ontdekken de metafysische en bovennatuurlijke aspecten van de werkelijkheid. Gelukkig: dan hebben we naast wetenschap nog andere ijzers in het vuur op weg naar onze ideale wereld.’ Aldus docent filosofie Jan-Auke Riemersma in een discussie met enkele trollen op het wereldwijde web. Want als we het aan de atheïstische humanist moeten overlaten…

Als we moeten wachten tot de atheïstische humanist de wereld een grammetje idealer heeft weten te maken, dan kunnen we alle hoop wel laten varen: met zulke mensen en hun kortzichtige visie blijft ’t aanmodderen.’

Volgens Riemersma is de architectuur van onze kennis toegesneden op het gebruik door de mens (en ’t dier) en zijn wij niet in staat om de werkelijkheid naar waarheid te vormen.

Ons brein manipuleert de waarneming krachtig: we krijgen een veel te eenvoudig beeld van de werkelijkheid voorgeschoteld. Het maakt ’t brein niet zoveel uit of je de waarheid ziet, zolang je je kennis maar zo ordent dat er op elk ogenblik een goede en adequate handeling op gebaseerd kan worden.’

Riemersma vraagt zich af wat we doen als we ontdekken dat onze grote idealen (een rechtvaardige wereld, een wereld zonder lijden) niet zullen worden verwezenlijkt door wetenschap, kunst en filosofie.

Dan onderzoekt men de werkelijkheid op hogere waarden. Wie dat niet doet is dom: die is als een gevangene die wel ontsnappen wil, maar bepaalde ontsnappingsroutes niet wil bespreken.’

Bovendien, zo vervolgt de filosoof, als ons brein ons een veel te eenvoudig beeld van de wereld voorspiegelt, dan mogen we verwachten dat de werkelijkheid zelf van een geheel andere orde is. Volgens hem zijn we op de wereld om te handelen, om te doen, om iets te bereiken en dus maken we gebruik van de gehele werkelijkheid, ook van het bovennatuurlijke domein.

Het spreekt voor zich dat deze metafysische wereld (het bovennatuurlijke of transcendente domein van de werkelijkheid) zich voornamelijk slechts conceptueel laat onderzoeken (maar sluit de religieuze ervaring niet op voorhand uit). Maar dat is werkelijk geen bezwaar. De wereld is nu eenmaal veel ‘geheimzinniger’ (maar dus ook: beloftevoller) dan de moderne, door al te lang verblijf in ’t benauwde laboratorium afgestompte wetenschapper ons wil doen geloven.’

Riemersma noemt het ironisch dat veel domoren niets zien in religie is omdat ze een verkeerd beeld van de mens en de menselijke evolutie hebben. 

We bezien de wereld ook in kleine, logische brokjes. Zodat we er iets mee kunnen aanvangen. Meer niet. En als ik wat kan aanvangen met ’t inzicht dat er een bovennatuurlijke werkelijkheid is, waarom zou ik dat dan nalaten? Inzichten zijn er om te gebruiken, om er iets mee te doen.’

Dit maakt ons volgens de filosoof in de eerste plaats tot ethische wezens die voortdurend ‘waarden’ tegen elkaar afwegen. Hij vindt het daarom te verdedigen dat wij leven in een ethische werkelijkheid, eerder dan in een door en door natuurlijke werkelijkheid.

Wij móeten handelen en zijn zo gebouwd dat we niet anders kunnen dan voortdurend laten zien of we het goede willen of het slechte. Vandaar dat sommige verstandige mensen zeggen: religie moet je doen – een goede theoloog wast de voeten van de armen, maar blijft niet eeuwig kleven achter zijn werktafel.’

Kortom, zo besluit Riemersma zijn betoog, een verstandig mens opent zijn ogen en richt zijn blik op het bovennatuurlijke.  (Ik vond deze reactie – die ik deels weergeef – van de docent filosofie in een discussie naar aanleiding van een artikel bij Geloof & Wetenschap van een hoogleraar theologie en wetenschap die naar consonantie zoekt, een te mooi pareltje om het in de krochten van internet te laten verzwijnen.)

Zie: Hoogleraar theologie en wetenschap zoekt naar consonantie

Illustr: Kunst Foto’s Haarlem (haarlem.nederland-web.nl)