Verslag van de Relibazaar: God wat ben je veranderd…!

dscf5295-000

Carel ter Linden zou een spreekbeurt houden in een nonnenklooster. Toen hij waarschuwde dat hij geloofde dat Jezus een aardse vader en moeder had, was de reactie van de nonnen: ‘U denkt toch zeker niet dat wij onze theologie niet bijhouden?’ De schrijver van het boek Wat doe ik hier in Godsnaam? was welkom.  Ik luister naar deze anekdote van de theoloog in de workshop Geloven in God als Schepper op de Relibazaar van Mariënburg, een vereniging van kritisch katholieken.

Jij kent zulke mensen, ik ken ze ook. Haal er een paar voor ogen; doe ik ook. Kijk ik naar ze, dan – zo werkt het bij mij – reageer ik op de vraag ‘Bestaat God wel? met: ‘Of God bestaat weet ik niet, maar ik geloof er heilig in dat Hij werkzaam is!’ (Huub Schumacher)

In een andere workshop vertelt adviseur en trainer kerkelijke communicatie, Eric van den Berg, glimlachend dat planking uitgevonden is door de rooms-katholieke kerk en hij toont met powerpoint een priester die in een kerk languit ter aarde ligt als een teken van nederigheid en totale overgave van zijn leven aan God.

In veel zaaltjes was God aanwezig, zoals bij Bestaat God wel? van Huub Schumacher, schrijver van God wat ben je veranderd…! En in de workshop van Manuela Kalsky: Wat staat ons te doen als gelovig Christen, in een post-christelijke Nederlandse samenleving? Daar wisselden we uit waar we onze inspiratie vandaan haalden en vooral over wat we daarmee doen in de praktijk.

De beleving van God kan door van alles plotseling worden opgeroepen, door een supertekening die je nichtje voor je maakte. Het met liefde gegeven ding zorgt voor een innerlijk geraakt worden door iets overweldigends, iets oer-liefs, door – zou Roger Lenaers zeggen – Oerliefde. Deze heeft zò een invloed op je, dat je er ‘U’ tegen zegt. Je voelt je door die Oerliefde omhelsd, eindeloos bevestigd, oneindig bemind, niet om je prestaties maar gewoon omdat jij jij bent!’ (Schumacher)

Zo’n tweehonderd mensen waren gisteren in Utrecht afgekomen op de Relibazaar, het congres van Mariënburg, een vereniging van kritisch katholieken. Vooral grijze koppies waren er te zien, en meer vrouwen dan mannen. Veelal de hogere leeftijden van de kritisch katholieken lijken zich nog met God bezig te houden, al geloven zelfs zij nog maar twijfelend aan Hem. Of geven aan Hem een eigen invulling.

Van die vroegere uitvergrote reus, letterlijk in koormantel tronend op het dakterras van het heelal, is God nù/hier ineens de innerlijke ervaring van een gloed van intense bevestiging! Je ontdekt jezelf als een bloeiende en geurende roos zonder waaromvragen.’ (Schumacher)

Kritisch katholieken geloven niet langer in de standaard God. In de vele workshops was niettemin het verlangen naar God af en toe voelbaar. Twijfel hing als een donkere wolk in de zaaltjes en de smeekbeden naar een glimp van God werd zingend verwoord in een van de slotliederen van de dag: Scheur toch de wolken, waarin God dringend gevraagd werd te komen. Met een slag onder de arm, want men zong: mocht het toch waar zijn dat Gij hoort…

Ter Linden had het vooral over de geest van God, maar ook die was door mensen ontdekt en tegelijk kunnen mensen zich nog maar weinig voorstellen bij God. De Bijbel moeten we niet letterlijk nemen, maar de verhalen woordelijk wel. De openbaringen, aldus Ter Linden, kunnen we niet meer geloven, want de inzichten komen van beneden. Je hoeft ook niet in God te geloven, grapte de theoloog een joodse mop, als je zijn geboden maar onderhoudt. Zijn als God, zo klonk het nieuwe adagium. Dat moeten we doen en daarmee de diepe waarden van het leven ontdekken. Dat komt dan neer op trouw, rechtvaardigheid, liefde, barmhartigheid en dat soort deugden. De geest als krachtenveld. God als ijkpunt. God is het krachtenveld van liefde als ijkpunt van ons handelen.

Pastor en catecheet Huub Schumacher was geweldig. Hij staat erom bekend dat hij in alledaagse taal ingewikkelde theologische vraagstukken te lijf kan. Sommigen hadden hun workshop gelaten voor wat het was en ingeruild voor zijn verhaal: Bestaat God wel? Mensen zaten in de vensterbanken wegens tekort aan stoelen. Menig stand-upcomedian kan nog wat van die man leren. Wat een performance! Een genot om naar hem te luisteren en hem te volgen in al zijn enthousiaste bewegingen die zijn verhaal kracht bijzetten. De man straalde! Het ging over mensen. Hij wilde niet discussiëren over weten of geloven. Maar als je goed luisterde, was God in zijn workshop aanwezig, in al zijn geestdrift.

Mijn God, wat de Bijbel ‘geloven’ noemt, wat dàt met een mens doet! Het maakt hem zo nieuw en fris als een hoentje en innerlijk zo sterk als een beer die, zo fantaseert Jezus erop los, een moerbeiboom met z’n meterslange wortels zò uit de grond trekt en met één zwaai in zee knikkert!’ (Schumacher)

Foto: PD – Huub Schumacher

Zwarte Piet en de Netherlands Academy of Religion

quofataferunt-1
De niet-gelovige secretaris van de gloednieuwe Netherlands Academy of Religion (NAR), Ernst van den Hemel, vindt dat kennis over religie en levensbeschouwing in de samenleving vergroot moet worden. Vreemd dat iemand die zelf helemaal niets heeft met God, anderen wil onderwijzen in het idee ervan. Zoiets als lesgeven over Sinterklaas aan schoolkinderen, en ondertussen denken: ach God, die arme kinderen, dadelijk geloven ze het ook nog. Aan de andere kant: in deze tijd blijkt het ook weer van belang dat we kennis opdoen over zijn onderdaan Zwarte Piet. Ook al geloven we niet in hem, we moeten alles van hem weten om te begrijpen dat Zwarte Piet weg moet. Of niet. Kennis over religie en levensbeschouwing is minstens zo waardevol.

Door over Zwarte Piet te onderwijzen, komen kinderen te weten dat hij, net als God, nu geen boeman meer is. Vanaf de late Middeleeuwen was Zwarte Piet zelfs een andere naam voor de duivel. Vroeger had hij een roe, zoals God de hel tot zijn beschikking had, maar nu heeft Piet geen roe meer en verbleekt het zwart, net als de hel van God voor veel gelovigen inmiddels is uitgedoofd. Voor God hebben niet-gelovigen geen alternatief, voor Piet is dat nog onduidelijk: moet hij rood worden, geel, stroopwafel of ook gewoon weg?

We moeten volgens sommigen meer kennis over Zwarte Piet vergaren om te begrijpen hoe erg deze figuur is. Niet Piet zelf, maar het idee dat we discriminerend met hem om zouden gaan. Sommigen zeggen ronduit: Zwarte Piet is racisme. Er is zelfs een soort Nederlandse Academie voor Zwarte Piet: de stichting Nederland Wordt Beter. Die geeft lespakketten uit voor kinderen die niet meer in Sinterklaas geloven, voor groep 7 en 8. Analoog aan de NAR geeft die stichting achtergrondinformatie over Sint Nicolaas en Zwarte Piet. Vooral Piet moet ‘zichtbaar gemaakt worden’.

De lessen, ontwikkeld door Stichting Nederland Wordt Beter, zijn een onderwijstool voor een inhoudelijk gesprek over het Sinterklaasfeest. Niet alleen worden het leven en de legenden rondom Sint Nicolaas en de geschiedenis van (de viering van) het feest behandeld, ook wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van Zwarte Piet, karikaturen, en de bezwaren die er zijn tegen de figuur.’ (Stichting Nederland Wordt Beter)

De Netherlands Academy of Religion wil ook zoiets als de stichting Nederland Wordt Beter. Het veld van de wetenschappelijke bestudering van religie en levensbeschouwing is nu onvoldoende zichtbaar en ‘de samenhang, stabiliteit en toekomst van het veld’ komen in het gedrang.

De invloed van religie op onze wereld gaat soms in tegen de wens van Nederlanders die religie graag zouden zien verdwijnen, voor anderen botst een bepaalde religie met de eigen levensovertuiging. Toch is kennis over de vele verschijningsvormen van religie onontbeerlijk. Ook als iemand niets met religie te maken wilt hebben, loop je tegen grote levensvragen aan. Ook voor christenen is het van belang om te weten waarom bepaalde beelden aanstootgevend voor moslims kunnen zijn, ook voor moslims is het van belang om de invloed van het christendom op de Nederlandse maatschappij te begrijpen.’ (Netherlands Academy of Religion)

Kennis over de vele verschijningsvormen van Zwarte Piet is eveneens onontbeerlijk. Je wilt meer weten over zijn herkomst, en hoe hij aan zijn kleuren komt. Net als God die ook vele verschijningsvormen heeft en door veel mensen anders wordt beleefd, zelfs als aanstootgevend. Om te weten waarom bepaalde beelden van Piet aanstootgevend kunnen zijn, is een ander punt van belang, ook al heb je niets met deze figuur en zijn metgezel Sinterklaas. Daarom is het belangrijk dat er zowel meer informatie wordt verspreid over een figuur als Zwarte Piet als over religie en levensbeschouwing.

😉

Zie:
* Stichting Nederland Wordt Beter
* Religiewetenschappers en theologen: Noodzaak voor landelijk platform

Foto: In de negentiende eeuw werd het Sinterklaasfeest in Nederland geciviliseerd. Piet kreeg van duivelse meer negroïde trekken en de Sint zelf was nu alleen nog maar verkleed als waardige bisschop. De wilde Nicolaasmaskerade werd een plechtige intocht van Sinterklaas. Het is interessant om te zien hoe in meer geïsoleerde gebieden zoals de Waddeneilanden en de bergdalen van Zwitserland en Oostenrijk de oudere ruige versie wel in meer of mindere mate stand heeft gehouden. (quofataferunt.com)

Marcel Sarot: pleidooi voor een post-post-theïstisch geloof

joke

Het post-theïsme voorbij? Hoogleraar Fundamentele Theologie en decaan van de universiteit Tilburg, Marcel Sarot, vraagt zich af of er nog wel christelijk geloof mogelijk is aan gene zijde van het theïsme. Hij doet dat in zijn artikel ‘Een mooie gedachte, maar veel te weinig’? – Kritische aantekeningen bij post-theïsme. Hierin legt hij de meetlat langs het post-theïsme en vraagt zich af of het recht doet aan het christelijk geloof in een handelende God. Uiteindelijk pleit Sarot voor een post-post-theïsme.

Als Sarot zich in het post-theïsme verdiept, stuit hij direct op een probleem. Hij zet dat uiteen met een tekst van theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes.

Post-theïsme is niet [een] georganiseerde stroming; het duidt niet op een alternatief theologisch systeem. Post-theïsme is slechts een parapluterm voor een veelheid aan theologische benaderingen die zich impliciet of expliciet afzetten tegen het theïsme. Maar dat roept ook problemen op, want is theïsme niet net zo’n pluraal in te vullen term?’

Sarot vindt dat, juist vanwege het feit dat het post-theïsme niet op zichzelf staat maar een reactie is op een dwaling in de hedendaagse theologie, het onwijs zou zijn om het al te radicaal af te wijzen. Hij pleit voor een erkenning van het gelijk van het post-theïsme: wij hebben de inwoning van God in deze werkelijkheid veronachtzaamd. Maar bij Sarot heeft het theïsme niet afgedaan:

En ik pleit voor de ontwikkeling van een theologie die zowel recht doet aan Gods immanentie als aan Gods transcendentie. Wij verkeren daarbij in de gelukkige omstandigheid dat ook in de natuurwetenschap het beeld van de werkelijkheid als een gesloten causaal systeem niet langer dominant is, en dat in die zin de intellectuele plausibiliteit van de inwoning van God sterk is toegenomen. Als men het theïsme als these zou willen zien en het post-theïsme als antithese, dan pleit ik dus voor een synthese, een post-post-theïsme.’

Sarot komt tot die conclusie nadat hij stelt dat de transcendente en de immanente God, wezenlijk bij elkaar horen. God is voor hem niet alleen buiten ons, maar ook in ons, God werkt niet alleen buiten de werkelijkheid, maar ook daarin. Voor hem horen de immanente en de transcendente God wezenlijk bij elkaar. De transcendentie is te veel beklemtoond, waarop als reactie die van de nieuwe spirituelen kwam, die alleen nog maar ruimte bieden voor de God-in-ons en niet meer voor God-buiten-ons. En over het post-theïsme stelt hij dat daarin zelfs transcendentie nog immanent wordt gedacht.

Zie: Een mooie gedachte, maar veel te weinig. Kritische kanttekeningen bij post-theïsme (academia.eu) Hierop gaat Sarot in op bovenstaande. Het transcendente en het immanente komen uitgebreid aan de orde.

Cartoon: bizarrocomic.blogspot.com