Père Cyrille Vael: de waarheid hebben we allemaal zelf

reading_cat

Op de vraag: ‘Dus u gelooft in God?’ van een BBC-journaliste aan père Cyrille Vael, monnik van een klooster in Chevetogne in België, antwoordde hij: ‘Nee’. De BBC staakte prompt het gesprek. Volgens de monnik kon hij niets met die vraag. Dan had hij ook niet: ‘Nee’ moeten antwoorden. Dan had hij eerst moeten vragen wat zij met God en geloven bedoelde, zoals hij zich zwijgend afvroeg. Logisch dat de BBC afhaakte. Taede A. Smedes lukt het voor NieuwWij wel een interview met hem af te nemen.

Religies zijn maar navigatiesystemen, maar ze zijn nooit de vaart zelf, ze zijn niet de werkelijkheid zelf. Dat moeten wij doen. Wij moeten de schepping helen en baren. Wij moeten de schepping transfigureren. Het probleem is dat wij al onze systemen als waarheid aannemen, als de realiteit. En dat is niet juist.’

Vael ziet de waarheid niet als een absoluut, ontologisch criterium, maar pragmatisch: waarheid is wat werkt. (De ontologie behandelt de vraag wat het betekent om te zijn of te bestaan, PD.) De waarheid bestaat volgens de monnik wel, maar is geen ontologisch gefundeerd dogma; het is evolutie, dynamiek, dus altijd contextueel.

Dus we hebben cognitieve kennis nodig, maar die kennis is niet de waarheid, is niet de realiteit. Als ik kijk naar sommige religieuzen, dan denk ik wel eens: de harddisk zit zo vol met kennis en methoden dat er geen ruimte meer is waar er nog iets kan verschijnen. Er kan zich niets meer openbaren. Er is geen plaats meer, het is vol.’

Maar ’s avonds gaat ineens het windje van een andere kant waaien, en dan is er grote paniek, want men weet met de kennis dan niets aan te vatten. Spiritualiteit heeft alles te maken met contemplatie, schouwen, maar dat vraagt een houding van afstand, een houding van niet over alles een éénsluidende mening te willen hebben.’

Volgens Vael moet het christendom opnieuw ontdekt worden en daarvoor wil hij terug naar de bronnen. Hij komt dan verrassend uit bij Nietzsche.

Zelfs Nietzsche zei al: het mooiste wat ooit over de mens gezegd is, is gezegd door het christendom. Eindelijk begint men opnieuw de waarde van Nietzsche te ontdekken in de maatschappij, terwijl men zolang op hem heeft geschoten. Eindelijk is God dood, we kunnen opnieuw geloven. We konden in onze religie niet meer geloven. Alles was bewezen: God bestaat. Twijfel niet, want als je twijfelt, ben je een zondaar, een ketter. Maar godzijdank is die God dood.’

Volgens Nietzsche hebben de christenen God gedood, maar herschreef hij die tekst tot: wij mensen hebben Hem gedood. Vael noemt het bijbels wat Nietzsche zegt.

De dood geprofeteerd door Nietzsche betekent niet de dood van de God van de Openbaring, maar betekent de dood van een religie en een God statisch bevroren in een exclusief gesloten ontologisch denken, altijd gelijk aan Zichzelf; de dood van een Schepping zonder evolutie, zonder geschiedenis, dood van het Leven zelf, in de mate dat we dit leven beschouwen als een éénheid in stabiliteit. Het betekent dus niet de dood van de God van de Openbaring doorheen de geschiedenis.’

Vael heeft een boodschap aan de kerk: niet pretenderen de exclusieve waarheid in pacht te hebben. Zelf komt hij absoluut niet de waarheid brengen, want die hebben we allemaal zelf. Die existentiële waarheden vormen samen iets universeels.

Ik denk dat we in een tijd leven waarin we bewust worden dat de exclusieve waarheid niet meer bestaat, gefundeerd op een theologisch, metafysisch, ontologisch denken. Dat is voorbij. Nogmaals, de metafysische objectiviteit is vervangen door een hermeneutische. Alles is contextueel geworden. Wat vandaag juist blijkt en goed, kan morgen helemaal anders zijn.’

Vael denkt dat we in een tijd leven waarin we inzien dat als we maar diep genoeg graven, alle religies op hetzelfde uitkomen; alleen onze methodes, concepten, onze beelden, ons ontologisch denken is anders.

Zoals eerder gezegd, mensen zoeken niet langer intellectuele antwoorden op hun spirituele vragen of stroeve institutionele belichaming van deze antwoorden. Zij zoeken een diepere ervaring van een God, van een mensbeeld, en een diepe innerlijke wijsheid die hen ondersteuning en kracht is voor een authentiek en geïntegreerd leven. Waar het om gaat is dat de mens van vandaag, die leeft met een pluraliteit van waarden, en waarin het centrum – de autoriteit – weg is, dat het erop aankomt dat de mens de methode vindt om zijn vitale bron te beschermen.’

En met die vitale bron doelt Vael op het leven van elk van ons. Hij zegt dat er genoeg wijsheid in jongeren zit, maar vraagt zich af hoe zij dat eruit krijgen: ze weten niet meer hoe te zoeken.

Ze zitten doelloos te surfen op het internet. Het probleem is: ze weten niet meer hoe te zoeken. Ze hebben geen methodes, ze leren geen navigatiesystemen meer!’

Hij vraagt zich af of in de godsdienstlessen nog werkelijk de instrumentaria en methodes aanreikt om zelf de zaken uit te diepen. De monnik vindt dat priesters en religieuzen eigenlijk een soort vroedvrouwen moeten zijn, om een nieuwe wereld te helpen bouwen. Maar iedereen moet dat eigenlijk doen: elk van ons.

Het is dan ook nodig dat kerk, en elk van ons, prioriteit geeft aan het leggen van nieuwe verbindingen, te leren hoe nieuwe realiteiten en inzichten te verbinden op een nieuw niveau: een nieuw niveau van Gods zelfopenbaring doorheen de geschiedenis te erkennen en te integreren.’

Zie voor het complete interview: ‘Eindelijk is God dood. We kunnen opnieuw geloven!’ (NieuwWij)

Foto: Pinterest – chillin.sk

Advertenties

About Paul Delfgaauw

Zinzoeker Paul Delfgaauw, sinds september 2014 student Religiestudies, richting Media & Cultuur. Sinds 2016 Vrije Studierichting, aan de Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht (voorheen HGU). Hij verkent sinds jaar en dag de gebieden religie en filosofie. Eigenlijk al vanaf het moment dat hij tijdens zijn eerste catechismusles de vraag kreeg voorgelegd waartoe de mens op aarde is. Sindsdien grasduint hij door boeken, tijdschriften en kranten die verhalen over zingeving, overtuigd als hij is dat God bestaat of gebeurt en op bovennatuurlijke wijze deel uitmaakt van ons leven. Op kritische wijze volgt hij zin en onzin van religie en filosofie en schuwt daarbij ook het gedachtegoed van het humanisme en atheïsme niet. In deze tijd bieden internet en de sociale media wereldwijd nog meer stof tot nadenken over goden, mensen en hun zoektocht naar elkaar. En met hopelijk begrip voor elkaar.

16 Responses

  1. joost tibosch sr

    Mag een al altijd zoekende mensheid de nodige tijd nemen om elkaar en elkaars “waarheid” in open moeizame dialoog te vinden? Of moet dat met kat op de buik en op je rug liggend morgen al!?

    Like

  2. Carla

    @ Joost, wat denk je van….. ‘ Stel niet uit tot morgen, wat gij heden nog kunt doen ‘.

    Ook liggend en met een kat op de buik kan een mens luisteren en toegankelijk zijn.Hij/zij dient dan wel dat boek even weg te leggen.

    Ik las het artikel gisteren al op de site van Wij en stilletjes hoopte ik er op dat Paul er aandacht aan zou schenken. En zie…..wonderen gebeuren nog steeds. 😉

    De woorden van Père Cyrille Vael, klinken mij als muziek in de oren. Heerlijk om zo’n pareltje weer te ontdekken.

    Liked by 1 persoon

  3. henkkarssenberg

    De eerwaarde Vael verkondigt heel wat waarheden. Maar als we zijn waarheidsidee toepassen op zijn eigen waarheden dan mogen we die gelukkig ook in twijfel trekken.

    Als er geen Waarheid meer zou zijn dan kun je ook niet meer van onwaarheid of leugen spreken. Dan kunnen ook rechtbanken wel gesloten worden.

    Like

  4. joost tibosch sr

    Carla We kunnen slechts ons best doen..en jij weet wrschl ook dat dat gewoon de nodige moeite ( en tijd) kost!

    Like

  5. jelle

    anoniem
    Ik bedoelde in het dagelijks leven.
    Nu ik dit neerschrijf vraag ik me af of er toch een ervaring was, mijn eigen vader.
    Opgegroeid benoorden Dokkum, met drie groepen, orthodoxen, gereformeerden en vrijzinnigen, kreeg hij rond 1950 een baan in ZO Friesland, waar de kerk was verlaten sinds die kerk de veenbazen steunde in de stakingen van 1880.

    Van mijn kinderjaren herinner ik me nog wel aanduidingen van ‘ die is hervormd, die is orthodox’, waarop ik dan zei ‘wat doet het er toe’, daar kwam nooit antwoord op.

    Toen zijn leven op het eind begon te lopen trad hij toe tot een kerk, ik noem die maar niet bij name, en deed belijdenis, kinderen en kleinkinderen aanwezig, mijn kinderen tekenden, om ze rustig te houden, ze hadden geen idee waar het om ging, kan me ook niet herinneren of ze er ooit naar vroegen.
    Er kwam ook een geestelijk testament, wat dat was, wat er in stond, nooit geweten.

    Maar er was een operatie nodig, die verliep niet goed, hij was weken lang in en uit intensive care.
    Toen kwam zijn uitspraak ‘ er is geen god, anders liet die mij niet zo lijden’.
    Het zal cru klinken als ik schrijf dat lijden nogal mee te vinden, toen, en nu nog, volgens mij leed hij geen pijn.

    Hoe dan ook, op een gegeven moment had hij er genoeg van, hij wilde persé niet naar een verpleeghuis, en vroeg mij euthanasie te regelen.
    Dat deed ik, de dokter overtuigen, mijn broer, die er weer de dominee bijhaalde, en zo stierf hij gelukkig.
    Het gebruikte goedje noem ik maar niet, de Britse bombardements bemanningen die op de terugvlucht stierven, kregen hetzelfde.

    Ik heb niet meer met hem over goden gesproken, volgens mij m’n broer ook niet.
    In zijn weer toetreden tot een kerk heb ik nooit meer gezien dan een soort verzekering, ‘je kunt nooit weten’.
    Hij was dan ook met hel en verdoemenis opgegroeid.

    Ik dus niet, midden vorig jaar leverde ik m’n euthanasie verklaring in, over de hel denk ik ‘als ik daar kom moet het daar heel druk zijn’.

    Like

  6. @Jelle, ik ben ook opgegroeid met hel en verdoemenis, mijn moeder was erg gelovig, mijn vader was wat ze tegenwoordig een ietsist zouden noemen, hij stelde altijd in de hel zal het wel veel gezelliger zijn dan in de hemel, hij legde ook aan mij als opgeschoten jongen uit waarom maar die uitleg zal ik je verder maar besparen, dat kun je zelf wel bedenken, het was een beetje een ruwe vent, tevens wel geletterd, maar wel met het hart op de goede plaats, alle respect voor de mensen die erin geloven maar het is toch eigenlijk te bizar voor woorden dat je eerst ongevraagd in het bestaan wordt gelanceerd en aan het eind van je leven nog eens beoordeeld wordt, waarbij het twee kanten uit kan gaan, of betreft dat nu allemaal een vorm van een soort van religieuze symboliek, dat hemel en hel.

    Goed en kwaad zie ik wel een beetje zoals Schopenhauer, die stelde dat goed en kwaad subjectieve aangelegenheden zijn, gestoeld op bepaalde overtuigingen en doelen die nagestreefd dienen worden, vanuit zijn religieuze overtuiging zal de terrorist die een aanslag pleegt er in zijn perceptie heilig van overtuigd zijn dat hij het goede doet.
    Zo zie je maar dat je er alle kanten mee op kunt. Het is maar net wat ze allemaal in je koppie hebben geprent.

    Like

  7. Carla

    @ Egbert, @ Jelle, uit jullie persoonlijke verhalen, mooi om ze te mogen lezen, blijkt maar weer dat hoe het mensen kan vergaan in hun beleving van geloof en beelden van God en kerk.
    Wat er zich in het innerlijk roert en met woorden naar buiten wordt gebracht.
    In de tijd van jullie en ook mijn ouders werd er overigens niet zoveel over gesproken. Het was immers vaak de Dominee of de Pastor ( toen nog met twee o’s ) die je de weg wees. De koers uitzette om met de woorden van Père Cyrille Vael te spreken, het kompas stond reeds gericht op…..dat was in die tijd nu eenmaal zo.

    Echter gaandeweg zijn jullie, net als ik en vele met ons groot geworden in een compleet andere tijd. Een tijd waarin je zelf veel meer vragen kon/mocht gaan stellen, mocht gaan twijfelen, de neiging een eigen koers te willen varen sterker werd, het vermeerderen van je kennis mogelijk was en is…..enz.

    Wat mij nu vaak blijkt is dat mensen die op de een of andere wijze toch bezig zijn gebleven met dat wat ze van huis uit hebben meegekregen, de een meer de ander minder, hun kompas tijdens het leven bijstellen. Hebben los gelaten wat tijd en cultuur gebonden was of waar ze niet meer mee uit de voeten konden omdat het hart protesteerde, en verder de wereld van religie, geloven en God zijn blijven verkennen en soms zelfs weer hebben omarmd, ( maar op een andere wijze dan de ouders ) anders omgaan met het ( noem het met een ruimere blik ) spreken over hemel en/of hel. Over een wel of niet straffende God, na de dood.

    Heb je op enig moment, op welke wijze dan ook, duidelijk afstand genomen van geloof, religie en o.a. de Godsvraag, en niet meer hebt gevolgd hoe ook deze begrippen hun evaluatie hebben doorgemaakt….dan blijf je meestal met die oude, uit de opvoeding overgeleverde beelden, de huidige kijk op vaak diezelfde woorden, houden.

    De bronnen van informatie zijn vandaag de dag legio. De kans om over de eigen bekende grenzen te gaan kijken is voor iedereen, die er belangstelling voor heeft beschikbaar.

    En de waarde van hetgeen een mens op doet, is dat wat werkt voor die mens. ( weer zo’n mooie van Père Cyrille Vael )

    Like

  8. jelle

    egbert en carla
    Ik, ik schreef dat hier eerder, groeide godsdienstloos op in ZO Friesland.
    De gemeente Heerenveen had in 1950 al een geregistreerde onkerkelijkheid van 59%.
    Mijn vader had het zelden over geloof of wat dan ook, wel had hij in de 50er jaren veel belangstelling voor humanisme, maar wat dat nu eigenlijk was legde hij niet uit, en ik weet nu eigenlijk nog niet wat het is.
    Mijn moeder had voor ons maar één leefregel ‘wat gij niet wilt dat U geschiedt, doe dat ook een ander niet’.
    Waarom mijn vader (weer ?; niet eens duidelijk) bij een kerk ging heeft hij me nooit verteld, mijn broer deed hetzelfde, helaas heb ik hem nooit durven vragen waarom.

    Like

Reacties zijn gesloten.