Nedermoslims tussen islam en Verlichting

wie-is-er-bang-voor-mohammed-marcel-hulspas

Marcel Hulspas schreef Wie is er bang voor Mohammed? Hierin stelt hij vragen die in feite zijn gericht aan de islamitische minderheid in Nederland. De leden daarvan hebben het privilege in twee culturen te wonen: een privilege dat niet altijd makkelijk is maar hun wel de mogelijkheid geeft bewust keuzes voor zichzelf te maken. Hulspas legt de Nedermoslims voor waar de spanningen zitten tussen islam en Verlichting en zij zullen daarop vroeg of laat een antwoord moeten formuleren. Lendering las met hem mee.

Is de islam gevaarlijk? Wil ze echt de wereld veroveren? Kunnen terroristen hun gruwelijke daden écht rechtvaardigen met een beroep op de Koran? En zaken als eerwraak, kledingvoorschriften, uithuwelijken, lijfstraffen, jihadisme… hoe zit het daar mee? Is dat allemaal islam? Of is de islam een religie van vrede? En hoeveel vrouwen mag een moslim eigenlijk hebben?’ (Atheneum)

Hulspas stelt volgens Lendering belangrijke vragen en biedt onderbouwde antwoorden. Lendering vertelt op zijn weblog over het boek en zegt dat in iets meer dan 200 pagina’s Hulspas de lezer meeneemt langs een reeks aspecten van de islam: de Koran, de profeet Mohammed, de duivelsverzen, de sharia.

En daarna een reeks thema’s waarmee de islam tegenwoordig het nieuws haalt. De status van vrouwen dus, en homoseksualiteit, slavernij, alcoholgebruik, het jodendom, vrouwenbesnijdenis, huwelijk en echtscheiding, het tijdelijke huwelijk. En ook: jihadisme en het beledigen van Mohammed.’ (Lendering)

Lendering hoopt dat het antwoord eerder vroeg dan laat komt. Wie is er bang voor Mohammed? vindt hij in feite een discussiestuk in een debat dat vooralsnog te vaak wordt gegijzeld door religieuze kwezelarij aan de ene kant en botte onbeschoftheid aan de andere. Hopelijk kan Wie is er bang voor Mohammed? die patstelling doorbreken.

Voor wie nieuwsgierig is naar de islam. Voor wie niet bang is voor de islam, maar ook geen boodschap heeft aan zoete verhaaltjes. Voor wie wil weten hoe de islam ‘werkt’, en waarom veel moslims problemen hebben met moderne westerse waarden. Terwijl andere moslims uit naam van datzelfde geloof onschuldige burgers vermoorden. Voor wie niet gelooft dat ‘de islam’ identiek is aan geweld en onderdrukking. Dat moslims ook maar gewone mensen zijn, maar weet dat de islam in een diepe crisis verkeert. Kortom, voor wie zelf durft na te denken.’ (Uit: Wie is er bang voor Mohammed? – Inleiding)

In zijn vorige boek Mohammed en het ontstaan van de islam beschreef Hulspas hoe Mohammed dertien eeuwen geleden een nieuwe religie schiep, een eigen Arabische variant op het jodendom en christendom.

In zijn nieuwste boek Wie is er bang voor Mohammed? gaat hij in op actuele ontwikkelingen. Hij legt uit hoe de islam ‘werkt’. Hoe imams omgaan met de bronnen van de islam, en zo tot controversiële uitspraken kunnen komen.’ (Atheneum)

Zie: Wie is er bang voor Mohammed? 

Wie is er bang voor Mohammed? – Alles wat u wilde weten over de islam | Uitgeverij Atheneum – Polak & Van Gennep | ISBN 9789025304980 | Verschenen: november 2016 | 216 pag. | € 15,00 | E-book | ISBN: 9789025304997 | Prijs: € 9,99

De filosoof en het ‘kan-zijn’ van God

godendekunstvanhetvissen

‘Kort geleden verscheen God en de kunst van het vissen. Het is een persoonlijke zoektocht naar God. Ouaknin, zegt zijn uitgever, zoekt naar het ‘kan-zijn’ (in het Frans: peut-être) van God in de tradities van de meesters van de Talmoed door een verzameling van citaten, verhalen en gedachten te bundelen waarin je op het eerste gezicht lijkt te verdwalen.’ Aldus Trouw in een interview met de Frans-joodse filosoof en rabbijn Marc-Alain Ouaknin: ‘Blijf zoeken naar de waarheid’.

Interviewer Benoit Lannoo vraagt aan Ouaknin of de huidige crisis van het denken in het Westen iets te maken heeft met de ‘waarheid’, daar we niet meer spreken met maar tegen elkaar: we rollebollen met feiten, zelfs alternatieve feiten, over de vloer, waarheden lijken voortdurend tegen elkaar op te botsen…

Dit boek is opgebouwd als een dagboek, dag na dag geschreven en vaker nog nacht na nacht cirkelend rond de Godsvraag. Een dagboek-verhaal waarin volgens een heel nauwkeurige logica, eerder associatief dan oorzakelijk, teksten elkaar opvolgen: overwegingen, dromen, muziekfragmenten, persoonlijke anekdotes, chassidische en Talmoedische verhalen, al dan niet bekend, gedichten, bibliografische verwijzingen en citaten van hedendaagse of klassieke auteurs…’ (Uit: God en de kunst van het vissen)

Ouaknin antwoordt Lannoo dat waarheden worden verkondigd zonder de nodige openheid voor verdere discussie: het eigene aan het Talmoedische denken is dat je, dankzij de ander, vermijdt in de verabsolutering van je kennis te vervallen; het gaat om een wederzijds weten dat wakker gehouden wordt in een wederzijdse ontmoeting.

We krijgen gezelschap van een jonge vrouw die door de lucht kan vliegen, een Meester en zijn leerling, een andere jonge vrouw die verschijnt en verdwijnt zonder naam of adres achter te laten, een zalm die tegen de stroom in reist, Jezus verdwaald in een Pools dorpje in 1943, onverwachte objecten: een publieke zitbank, een horloge met Romeinse cijfers, een paraplu, een groene fles gevuld met rode wijn en een verliefd iemand die gedichten schrijft.’ (Uit: God en de kunst van het vissen)

Volgens Ouaknin ontbreekt het ons vooral aan het kritische instrumentarium om met de wereld zoals die ons gegeven is, om te gaan: ‘Als je aan iemand pakweg een Bijbeltekst voorlegt – ik heb het niet over de Koran omdat ik er niet in thuis ben, maar wellicht gaat de redenering ook op voor de gebrekkige omgang van velen met allerlei Koranfragmenten – is de kans groot dat hij of zij niet over de instrumenten beschikt om die te interpreteren.’

Wees als lezer niet verwonderd wanneer je een overweging leest over de kunst van het vissen en het leven van zalmen en misschien, als er tijd en inkt overblijft, ook een overweging over de Messias. Net zoals in de Talmoed, waar de exegeses van Bijbelteksten een vlechtwerk vormen van vertellingen en filosofische en theologische analyses, vind je ook hier als lezer stukjes Bijbelexegese afgewisseld met wáre verhalen en ware verhálen.’ (Uit: God en de kunst van het vissen)

Lannoo vraagt zich af hoe het komt het dat we nu niet meer over waarheden discussiëren, waarop Ouaknin antwoordt dat het onderwijs tekortschiet. Hij vraagt zich af wanneer de Europese ministers van onderwijs rond de tafel gaan om te overleggen hoe we jonge mensen kritisch leren omgaan met de bronnen van hun traditie.

Een dagboek-verhaal waarin ik het ook nog heb over de Wijsheid, over het Boek en de Schrift, over het Joodse vraagstuk en over de jood als vraagstuk, over de wereld en over God, over de wereld zonder God, over de dood en over de liefde… Zo nu en dan met humor! Want het ernstige hoeft niet noodzakelijk gewichtig te zijn.’ (Uit: God en de kunst van het vissen)

Zie: ‘Marc-Alan Ouaknin: Blijf zoeken naar de waarheid’ (Trouw)

Marc-Alain Ouaknin | God en de kunst van het vissen | Tielt | Lannoo | 240 pagina’s | 17,99 euro | De persoonlijke zoektocht naar God van een eigenzinnig Joods filosoof – Onophoudelijk vragen stellen, vaststaande ideeën loswrikken, verbanden leggen tussen religie, filosofie, kunst, humor en erotiek. Dat kenmerkt het denken van Ouaknin.’ Zo besluit Christiane Berkvens haar recente boek Marc-Alain Ouaknin. De joodse gids van deze tijd. En daarmee is ook de kern van Ouaknins sleutelwerkje God en de kunst van het vissen samengevat: zoeken naar God is zoals de visser die met eindeloos geduld wacht op de vis om hem dan zijn vrijheid terug te geven. Het is de manier proberen te vatten waarop het oneindige in contact komt met het eindige. (Uitgeverij Lannoo)

Waren de gelovigen tot 1960 achterlijk?

professorbestaatgod

‘Barthel voert het hele verhaal weer op: klassiek geloof, dat is een almachtige God – ook hier weer voorgesteld als een oude man met een baard op een wolk – die fungeert als antwoord op al onze vragen. Wanneer laten we eens de gedachte los dat gelovigen van het jaar 0 tot 1960 achterlijk waren?’ Trouw bespreekt het boek Professor, bestaat God? van Peter Barthel, hoogleraar astrofysica aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dat boek maakt van recensent Wolter Huttinga een theologische mopperkont, de zoveelste in het rijtje.

In het kader van ‘redenen om het boek niet te lezen’ leidt dat tot drie ergernissen over de uitspraken: ‘God bestaat niet en heeft dat ook niet nodig’; ‘God is geen persoon’ en ‘Wetenschap is een objectieve vorm van wereldbeschouwing, en dan heb je daarnaast ook nog het ‘gevoel’ en het ‘geloof’.

‘God bestaat niet en heeft dat ook niet nodig’. Klopt, maar doe niet alsof dat een hippe gedachte is. God bestaat niet zoals wij zeggen dat een stoel of een persoon bestaat. Eerder is God het zijn zelf, esse, ‘to be’. De hele klassieke traditie heeft Gods ‘zijn’ op zo’n manier besproken dat dat zijn zo allesoverstijgend en tegelijk intiem in alles aanwezig is, dat we weer uitkomen bij Barthels verwondering. ‘Waar liefde is, dáár is God’.’ (Huttinga)

‘God is geen persoon’. Logische gevolgtrekking van bovenstaand verhaal nietwaar? De klassieke theologische traditie behield echter een subtiliteit die Barthel ontbeert. Inderdaad, God ‘bestaat’ niet (denk weer aan die baardman), dus is hij ook geen allemachtig uitvergrote ‘persoon’. Maar als God meer dat karakter van ‘zijn’ heeft, en dus op het allergrootste en het allerkleinste niveau in diepste zin ‘aanwezig’ is, zou je dan niet toch kunnen zeggen dat hij ‘erbij’ is, dat hij zich toewendt, of zelfs luistert? Kortgezegd: dat God oneindig meer en anders is dan een menselijke persoon betekent nog niet dat hij op geen enkele manier meer ‘persoonlijk’ mag zijn.’ (Huttinga)

‘Wetenschap is een objectieve vorm van wereldbeschouwing, en dan heb je daarnaast ook nog het ‘gevoel’ en het ‘geloof’. Een verleidelijke zienswijze, maar nogal oppervlakkig. Alsof iedere vorm van wetenschap niet ook gewoon door traditie, gemeenschap en de meest irrationele beeldvormingsprocessen gevormd wordt. En wie heeft de scheidslijn tussen ‘schoonheid’ en ‘religie’ vastgesteld? Deze boedelscheiding gaf wellicht ooit een opgeruimd gevoel, maar is aan alle kanten zo lek is als een mandje.’ (Huttinga)

De zevenjarige Anco Visser staat aan de wieg van dit boek en stuurde – drie jaar geleden -zijn vraag of God bestaat naar de universiteit en kreeg als uiteindelijk antwoord op zijn vraag: ‘Nee, God bestaat niet als een persoon die ver weg in de hemel woont. Hij bestaat in hoe jij en ik leven.’ En: ‘Het ga je goed!’

Wilfred van de Poll vertaalde de brief van sterrenkundige Barthel voor volwassenen en daarin citeert hij ene rabbi Mendel die aan zijn medegeleerden vraagt: ‘Waar woont God?’ Die lachen hem uit en zeggen: ‘Overal toch?’ Mendel schudt zijn hoofd. ‘Nee’, zei hij. ‘God woont alleen daar waar men hem binnenlaat’.

Als God als almachtige bovenbaas niet bestaat, is alle religie of spiritualiteit dan ook meteen achterlijk? Moeten we de ratio tot norm verheffen? Dat doen atheïsten als Herman Philipse, Christopher Hitchens en Richard Dawkins. Volgens mij leveren zij een achterhoedegevecht tegen orthodoxe gelovigen van allerlei snit, die – toegegeven – soms weigeren hun verstand te gebruiken en daarmee in de Middeleeuwen zijn blijven steken.’ (Van de Poll)

Of God bestaat, daar kunnen we volgens Barthels met onze wetenschappelijke kennis geen zinnig woord over zeggen.

Trouwens, waarschijnlijk bestaat God niet, zegt Barthel. Niet ‘als een persoon die in de hemel woont, de wereld bestuurt en voor jou zorgt. Het goede en het mooie in deze wereld – dat is wat ik God zou willen noemen. God bestaat in hoe jij en ik leven. Als mensen voor elkaar willen zorgen, dan zie je dáár iets van God.’ 

Drie sterk geformuleerde ergernissen van Huttinga. Zelf houd ik het bij Albert Einstein. Hij vond dat de hele kosmos zich openbaart in zulk een ordelijke harmonie, dat hij dat met zijn beperkte kennis – zoals hij zelf zei(!) – amper kon bevatten. ‘Toch zijn er mensen die beweren dat er geen God is. Ik word echt boos dat ze mij aanhalen als verdediger van hun standpunt. Ik ben geen atheïst.’ Mensen die de Schepper afwezen noemde hij ‘fanatieke atheïsten’.’

De religie van de toekomst zal een kosmische religie zijn. Het zou een persoonlijke God moeten transcenderen, en dogma en theologie vermijden. Zowel het natuurlijke als het spirituele betreffende, zou het gebaseerd moeten zijn op een religieuze intuïtie, afkomstig van de ervaring van alle natuurlijke en spirituele dingen als een betekenisvolle eenheid. Het boeddhisme beantwoordt deze beschrijving. Als er een religie is die om zou kunnen gaan met de moderne wetenschappelijke behoeften, zou dat het boeddhisme zijn.’ (Einstein)

Zie:

Professor, bestaat God? | Peter Barthel | Amsterdam University Press | 104 blz. | €9,95