Spiritualiteit en de Filosofie van het Ik

dscf5209

‘Wat is er belangrijker tegenwoordig dan de bron van spiritualiteit weer aan te boren en dat op een wijze die nauwgezet aansluit bij de eigen tijd? Filosoof Roland van Vliet heeft daar een eminente bijdrage aan geleverd door een derde standpunt te ontwikkelen dat de autonomie van de vrijheid weet te verbinden met de soevereiniteit van de liefde.’ Op 10 februari gaat Filosofie & Spiritualiteit (Universiteit Leiden) over het leven en werk van Roland van Vliet, de schrijver van o.a. Filosofie van het Ik (2015).

Van Vliet bepleit een levenshouding waarin, wat hij noemt, ongedeelde aandacht centraal staat. Hij analyseert dit zo poëtisch, dat hij een uitdrukking kan introduceren als: mededogen van het volledige horen. Gerard Visser zal in zijn lezing de belangrijkste gedachtegangen resumeren.’ (Rico Sneller)

Stand-up filosoof en auteur Roland van Vliet baseerde zijn ideeën over ethische communicatie op de filosofie van Emmanuel Levinas: je moet altijd de oneindigheid in de ander erkennen, leerde Levinas; ongedeelde aandacht, daar gaat het om. Bij leven – hij stierf in 2015 – schreef hij een korte samenvatting van het filosofisch onderzoek naar het Ik van de mens of de Filosofie van het Ik.

Het Ik dat je door zelfwaarneming in het bewustzijn kunt vinden en dat ieder moment kan denken, voelen, willen en waarnemen: ‘ik denk deze gedachte’, ‘ik voel deze emotie’, ‘ik wil dit bewerkstelligen’ en ‘ik neem dit ding waar’, noem ik het filosofische Ik.’ (Roland van Vliet)

Met het Filosofische Ik – dat Aristoteles de Onbewogen Beweger noemt: die niet door iets ander bepaald hoeft te zijn dan door zichzelf – is verbonden het denken over het denken, waardoor je een gedachte in een emotie of de wijze waarop je denkt op waarheid kunt onderzoeken of zelfreflectie. Het Filosofische Ik is het scheppende en zich vernieuwende Ik.’ (Van Vliet)

Gerard Visser, tot 2015 hoofddocent cultuurfilosofie aan de Universiteit Leiden, vertelt over liefde en vrijheid, over de belangrijkste gedachtegangen in het boek Filosofie van het Ik. Frank Mandersloot, beeldend kunstenaar en docent aan de Rietveld Academie, vertelt over zijn vriendschap met Roland, over wat zij wederzijds voor elkaar betekenden. Bianca Hiemcke Schriek, schrijver, programmamaker en coach en Hein van Dongen, filosoof en docent aan diverse onderwijsinstellingen, verhalen over wat Roland voor hen betekenden, met zijn verhalen over ongedeelde aandacht en zijn missie: het staan voor onverdeelde aandacht.

Al heel vroeg leerde ik de ongedeelde aandacht kennen. Dat was mijn eigen ontdekkingstocht, niemand wees me erop. Ik kwam uit een gezin van zes kinderen, er waren veel spanningen thuis. We woonden in de buurt van Eindhoven, er is daar veel natuur. Ik ontvluchtte de spanningen door in het bos te lopen. Dat doe ik nu trouwens ook, lopen in het bos, terwijl u met me belt. Heel mooi. Ik zie overal herfstbladeren…’ (Roland van Vliet)

Lastig, die ongedeelde aandacht.
‘Inderdaad! Nu goed, ik liep dus veel door het bos en merkte dat ik de natuur helemaal niet echt zag of voelde, omdat ik de hele tijd met mijn gedachten ergens anders was. Ik ging mij erin oefenen niet na te denken als ik dat niet wilde.’ (RvV)

En dat lukte?
‘Steeds beter, ja. Een aandachtskracht werd in mij wakker. Ik ervoer verbondenheid met alles. Als er niets is tussen jou en de zon, tussen jou en de bomen, dan dringt de mysterieuze schoonheid van de wereld pas echt tot je door. Op een keer, ik moet 18 zijn geweest, fietste ik ’s ochtends vroeg door het bos. Toen werd ik vervuld van een onmetelijke liefde.’ (RvV)

Zie:

* Filosofie van het ik: leven en werk van Roland van Vliet (Universiteit Leiden)

* ‘Je innerlijke ik vind je al na tien minuten’ (Trouw)

Foto: Chastellux sur Cure, France (PD)

Filosofie en Spiritualiteit | Vrijdag 10 februari 2017 | Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, Leiden (zaal 011) | Tijd: 13.30 – 17.30 uur | Toegang gratis

Advertenties

About Paul Delfgaauw

Zinzoeker Paul Delfgaauw, sinds september 2014 student Religiestudies, richting Media & Cultuur. Sinds 2016 Vrije Studierichting, aan de Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht (voorheen HGU). Hij verkent sinds jaar en dag de gebieden religie en filosofie. Eigenlijk al vanaf het moment dat hij tijdens zijn eerste catechismusles de vraag kreeg voorgelegd waartoe de mens op aarde is. Sindsdien grasduint hij door boeken, tijdschriften en kranten die verhalen over zingeving, overtuigd als hij is dat God bestaat of gebeurt en op bovennatuurlijke wijze deel uitmaakt van ons leven. Op kritische wijze volgt hij zin en onzin van religie en filosofie en schuwt daarbij ook het gedachtegoed van het humanisme en atheïsme niet. In deze tijd bieden internet en de sociale media wereldwijd nog meer stof tot nadenken over goden, mensen en hun zoektocht naar elkaar. En met hopelijk begrip voor elkaar.

42 Responses

  1. Trouwe Lezeres

    Bert,

    Dank je wel, het spreekt me zeer aan, het beeld van (exitaties in) energievelden!

    Dan nog even: ‘De geest duidt niet op dualiteit, maar is een hallucinatie van het stoffelijke brein. Volgens Oliver Sachs (en anderen) is God ook zo’n hallucinatie.’

    Men zou nog maar eens goed moeten kijken naar een betere definitie en/of een beter begrip van de term hallucinatie. Er worden nu allerlei aannames gedaan en allerlei begrippen door elkaar gebruikt, dat geeft alleen maar verwarring en maakt het lastig om het functioneren van de menselijke geest te bespreekbaar te maken.

    Zwerver,

    Ik ben erg benieuwd of je nog interessante ontdekkingen doet in het boek van Roland!

    Like

  2. Bert Morriën

    Solipsisme is niet zo mijn kopje thee. Dat gaat er van uit dat er maar één bewustzijn is: dat van de waarnemer. Ik ga daar óók van uit, maar tevens dat er miljarden bewustzijnen zijn en evenzovele waarnemers. En dat is onlogisch. Dat wat we kosmos noemen gedraagt en is ook een Geheel. De kern van de kosmos is het ‘zijn’ .  Jij en ik zijn het zelfde ‘zijn’ (ik ben) Maar onze geestelijke vermogens geven ons beiden een andere waarneming. Daardoor nemen wij elkaar waar en ontstaat er afgescheidenheid.

    Like

  3. Zwerver,

    Je vind dat zelfbewustzijn geen illusie is en ik zei al dat ik er van overtuigd ben dat ik besta.
    Bij zelfwaarneming lijkt er inderdaad geen sprake van een illusie te zijn. De consequentie daarvan is dat wat een illusie genoemd wordt feitelijk een geval van zelfwaarneming is. Dat geldt dan ook voor droomervaringen. Feitelijk geldt het dan voor alle ervaringen, maar dat zou op solipsisme neerkomen.
    Carl Sagan merkte ooit op: “We are a way for the cosmos to know itself”. In dat geval zou de kosmos met recht een solipsist zijn, er is immers niets dan de kosmos. Wij zijn dan allen deeltjes van die solipsistische kosmos en ik zou dan bij de waarneming van een ander mijzelf in die ander moeten herkennen. Volgens mij is dat ook werkelijk zo. Wat zou je nog meer wensen?

    Like

  4. Vervolg vorige reactie: Je schrijft: Sterker nog, iemand die zijn eigen bestaan heeft ontdekt, kan niet meer ervaren dat hij niet bestaat.

    ______________________________

    Ook dit is onderdeel van de overtuiging dat men als afgescheiden individu bestaat. Door dit zo te stellen treedt een selffulfiling prophecy in werking. De overtuiging houdt zichzelf in stand. Immers…de geest neem toch telkens het bestaan van een ander waar? Mentaal gezien is daar geen speld tussen te krijgen, dus geloven wij het.

    Maar voordat de mens het paradijs werd uitgestuurd beschikte de mens over goddelijk bewustzijn.
    Het menselijk bewustzijn is ontstaan door kennis van goed en kwaad. In de christelijke dogmatiek wordt gesproken over de erfzonde waar we -vermeend- aan onderhevig zijn. Wat er in werkelijkheid aan de hand is, is dat we door de fictieve afgescheidenheid in staat zijn elkáár te beleven als mens. Opa en kleinkind bestaan uit elkáár. Niks zondeval, maar fijn de eendjes voeren!

    De sleutel voor de terugkeer naar het goddelijk bewustzijn (het paradijs zo je wilt) ligt dan ook in het verwezenlijken van het niet-zijn. Dit is dus een tegenstelling van de door mij aangehaalde quote.
    Er is tóch een ervaren mogelijk dat iemand niet bestaat. In mentale zin kan ik daar niet veel over zeggen. Niet-zijn is een ander woord voor Liefde. Liefde is het opheffen van de tussenruimte tussen Ik en de rest. Opa en kleinkind ervaren het al een beetje tijdens het eendjes voeren. Zij gaan in elkaar en hun bezigheid op. Totale niet-zijn echter vergt wat meer: we overbruggen onze gewortelde overtuiging dat we een afgescheiden individu zijn.

    Like

  5. @Bert Morriën

    De geest zelf duidt niet op dualiteit. Het is inderdaad het waarnemen van ‘de wereld’ welke dualiteit doet ontstaan. Een vergissing waar ik mij pas zeer recent bewust van ben. Goed om dat aan te roeren, want is is moeilijk om inzichtelijk te krijgen. Om het een hallucinatie te noemen gaat mij te ver. Soms wordt ook het woord ‘illusie’ gebruikt, maar ook dat dekt de lading niet. We dienen terug te grijpen op dat wat we ‘geloven’ noemen. De mens heeft de aangeboren neiging om dat wat hij waarneemt ook voor waar aan te nemen. Dit zet zich energetisch vast als een overtuiging. De verzameling hier van kunnen we ‘de persoon’ noemen.

    Like

  6. Jan en Zwerver,

    Jullie hadden het over het ik-loze kind. Als grootvader heb ik drie maal bewust meegemaakt dat mijn kleinkinderen begonnen met zichzelf in de derde persoon aan te duiden.
    Van mijn eigen kinderen kon ik mij dat niet goed meer herinneren, maar hier had ik de kans aangegrepen dit proces in alle rust te observeren.
    Blijkbaar had in die ik-loze fase de eigen persoon nog dezelfde status als al het andere wat waargenomen wordt. Naarmate het kind intelligenter wordt, krijgt het de betekenis van ‘ik’ en ‘jij’ door en begint het zelfbewustzijn ofwel de overtuigende halicunatie dat we iets zijn. In de quote van Einstein geeft hij aan dat je soms uit die halucinatie kunt komen en onbevangen kunt waarnemen.
    De geest duidt niet op dualiteit, maar is een hallucinatie van het stoffelijke brein. Volgens Oliver Sachs (en anderen) is God ook zo’n hallucinatie. Hij schreef daarover: “De hang naar spirituele gevoelens en religieus geloof is diep verankerd in de menselijke natuur en lijkt zijn eigen neurologische basis te hebben, hoewel die in sommige mensen zeer sterk kan zijn en in andere minder ontwikkeld is.”
    Sacks voegde daaraan toe: “Hallucinaties kunnen echter geen bewijs vormen voor welke metafysische wezens of plaatsen dan ook. Zij leveren uitsluitend bewijs voor het vermogen van het brein die te kunnen creëren.”
    Volgens mij geldt dat dus niet alleen voor metafysische wezens, maar ook voor het eigen wezen. Wat onze eigen ‘ik’ zo overtuigend maak is bijvoorbeeld dat ik tegelijk kan zien èn voelen dat iemand mijn hand kietelt. Van die overtuiging blijft weinig over als je alleen maar dènkt dat je eigen hand gekieteld wordt terwijl er in werkelijheid sprake is van een kunsthand. Zie bijvoorbeeld “The Rubber Hand Illusion – Horizon: Is Seeing Believing?”

    Het is ontnuchterend hoe snel mensen ergens van overtuigd kunnen raken. Sacks merkt op dat zelfs sceptische hersenwetenschappers ervaringen kunnen hebben die hen ervan overtuigen dat God en hemel bestaan. Het is dus is geen wonder dat minder sceptische leken op het gebied van de hersenwetenschappen allerlei overtuigingen kunnen hebben die feitelijk alleen maar ingebeeld zijn. Niettemin, als ik me ervan verzeker dat het mijn eigen hand betreft kan niemand mij overtuigen dat ik en mijn hand niet bestaan.
    Sterker nog, iemand die zijn eigen bestaan heeft ontdekt, kan niet meer ervaren dat hij niet bestaat. Ergens lijken we onsterfelijk te zijn, maar dat is natuurlijk weer zo’n vermaledijde hallucinatie.
    Zie de volgende link.
    http://bigthink.com/ideafeed/your-brain-is-god-religion-in-the-21st-century
    Ik zou ook nog willen wijzen op de persoonlijke observaties van de blinde en doofstomme Helen Keller die zichzelf pas op latere leeftijd ‘ontdekte’. Zij schreef daarover het volgende.
    [
    When I learned the meaning of “I” and “me” and found that I was something, I began to think. Then consciousness first existed for me. Thus it was not the sense of touch that brought me knowledge. It was the awakening of my soul that first rendered my senses their value, their cognizance of objects, names, qualities, and properties. Thought made me conscious of love, joy, and all the emotions. I was eager to know, then to understand, afterward to reflect on what I knew and understood, and the blind impetus, which had before driven me hither and thither at the dictates of my sensations, vanished forever.
    ] Helen Keller, “The World I Live In”
    http://www.gutenberg.org/ebooks/27683
    Normaal kan niemand zich herinneren hoe men die ik-loze periode van ons leven doorgekomen is, maar zij dus wel. Voor mij was deze passage meer dan 20 jaar geleden de eye opener die mij uiteindelijk deed beseffen hoe het zat. Vandaar mijn bijzondere interesse voor mijn kleinkinderen.

    Like

  7. Dat klopt, Trouwe Lezeres. In ‘zijn’ is geen verdeeldheid. Die is er alleen in de geest. Roland van Vliet schrijft daar ook over in zijn samenvatting. Om het je mentaal eigen te maken is dan ook lastig met onze verdeelde geest, vandaar de 3 ikken.

    Zie ook het stukje gequote tekst van 10 FEBRUARI 2017 AT 13:12

    Wat er volgens mij dan ook kan gebeuren is onze spirituele ontwikkeling, is dat we onze geest afstemmen op het ‘zijn’. Zijn heeft dan ook een direct verband met Liefde. De (onze) geest wordt steeds rustiger en intuïtiever. De staat die Roland van Vliet de pneumatische ik noemt. De pneumatische ik ontsnapt aan goed en kwaad. Dan is er ook geen hoger of lager zelf meer. Hiteler en Mandela bestaan uit élkaar.

    Hij heeft in ieder geval mijn belangstelling gewekt en ik heb zijn boek besteld. Mijn tempo kennende duurt dat wel een tijdje. Zeker omdat Roland van Vliet erg ontoegankelijk schrijft.

    Like

  8. Trouwe Lezeres,

    Het zijn kent vele niveau’s. Het zijn van de mens is anders dan het zijn van een lichaamscel, een molecuul, een atoom, een exitatie van een energieveld; ik som hier in een paar reuzensprongen een reeks van zijnden op die ieder hun bestaan danken aan de volgende in die reeks. Een exitatie van een energieveld is oneindig meer elementair dan een mens en dat is de reden dat ik de eerste als ‘lager’ in die hiërarchie beschouw dan de laatste. Ik geef toe dat ‘laag’ en ‘hoog’ hier betrekkelijk zijn, maar ik twijfel er niet aan dat in die reeks de mens het hoogste bewustzijnsniveau heeft, vandaar.

    joost tibosch sr,

    Je vraagt: [Evolutie gaat van -om dit beeld maar te gebruiken- van “hoog” naar “laag”, of anders gezegd van “ingewikkeld” naar “elementair”? ]
    Kwantumfysici nemen aan dat het ‘niets’ feitelijk onbestaanbaar is, er blijken altijd exitaties in energievelden te bestaan die zich als z.g. virtuele deeltjes manifesteren waarvan
    effecten experimenteel aantoonbaar zijn. Hiermee moet evolutie begonnen zijn en uit mijn antwoord aan Trouwe Lezeres moge blijken dat er redenen zijn om te veronderstellen dat evolutie van “laag” naar “hoog” gaat. Overigens is ‘virtueel’ in virtuele deeltjes een misnomer omdat, zoals gezegd, de effecten ervan aantoonbaar zijn, sterker nog, alleen als die effecten in rekening worden gebracht bestaat er die verbazingwekkende nauwkeurige overeenstemming tussen theoretische voorspellingen en meetresultaten bij kwantummechanische experimenten.
    De werkelijkheid blijkt steeds fantastischer te zijn dan alles wat we kunnen bedenken.

    Like

  9. Trouwe Lezeres

    Albert Einstein ‘…………life and death flow into one, and there is neither evolution nor destiny; only being.”

    ‘Only being’: dan is er dus ook geen sprake van ‘hoger’ en lager’, wel of niet elementair.

    Het ‘hogere’ en het ‘lagere’ is in ‘only being’ niet aanwezig, alles is Eén.

    Like

  10. joost tibosch sr

    BertM Evolutie gaat van -om dit beeld maar te gebruiken- van “hoog” naar “laag”, of anders gezegd van “ingewikkeld” naar “elementair”? Wat vreemd?!

    Like

  11. Paul Delfgaauw,

    Dat je gedachten stil staan is iets wat je soms overkomt wanneer je in een zeer indrukwekkende situatie terecht komt. Je wordt dermate overspoeld met indrukken dat bewuste waarneming het allemaal niet meer bij kan houden. Dat geeft je soms een diep gevoel van eenheid met wat indruk op je maakt. Het is de ervaring van het ‘zijn’ zonder dat je er over nadenkt.
    Ook in andere situaties kun je na wat oefening niet alleen iedere opkomende gedachte onderdrukken maar daar ook helemaal van los komen en ook dan kom je tot die zuivere ‘zijn’ ervaring. Bij mij is het een probaat middel om in slaap te komen wanneer mijn gedachten me wakker houden; probleem is soms dat ik er niet aan denk dit middel toe te passen.
    Als ik er wel aan denk, probeer ik geconcentreerd met gesloten ogen iets te zien. Meestal word ik kleurige vlekken gewaar, hoe onrustiger ik ben, hoe scherper die vlekken begrensd zijn en hoe feller de kleuren. Na enige tijd blijft er alleen nog maar een soort blauwpaarse nevel over en dan val ik blijkbaar in slaap.

    “Still there are moments when one feels free from one’s own identification with human limitations and inadequacies. At such moments, one imagines that one stands on some spot of a small planet, gazing in amazement at the cold yet profoundly moving beauty of the eternal, the unfathomable: life and death flow into one, and there is neither evolution nor destiny; only being.” 
    ― Albert Einstein

    Om weer terug op aarde te komen, jij gelooft blijkbaar dat achter dit alles iets ‘hogers’ schuil gaat. Ligt het niet meer voor de hand dat het juist allemaal steunt op iets ‘lagers’, iets wat meer elementair is?

    Like

  12. Jan, waarom het uiteindelijk gaat is onuitspreekbaar. De taoisten hebben gelijk dat Tao niet gezegd kan worden. Ik begrijp wat ze daarmee bedoelen. We kunnen ons slechts beperken tot dat wat wél gezegd kan worden. En daar stranden we in de Babylonische spraakverwarring. Tenzij er een innerlijk herkennen is. Wat er met bijvoorbeeldTeh bedoelt wordt is een innerlijke ervaring.

    Er schuilt een wereld achter de wereld welke wij waarnemen. En het vele materiaal wat er in woorden beschikbaar is gaat over die wereld. Dan worden bijbel of Tao Te Ching opeens anders gelezen. Wie zichzelf echter verliest in dogmatiek blijft aanwezig in de aardse cirkels. Daarin is het principe van oorzaak en gevolg zichtbaar. Die “andere wereld” is voor iedereen toegankelijk. Er is alleen niet zo veel belangstelling voor.

    En op dat laatste (afwezige belangstelling) is misschien het gedachtengoed van Roland van Vliet gebaseerd. Dat empirische ik is eigenlijk degene die de mens in aardse cirkels houdt. Roland van Vliet merkt ook terecht op dat dat niet het Lager Zelf genoemd moet worden. Het sluit ook aan bij de door mij geplaatste quote over goed en kwaad. Innerlijk ken ik de wereld búiten goed en kwaad. Maar mentaal kan ik er nooit goed woorden aan geven.

    Like

  13. Jan

    Zwerver, ik ben het met je eens.
    De Theosofen en andere genootschappen en kerken en dergelijke hebben een “leer”. Die leer is gebaseerd op “mededelingen van Boven” en daarop is een mentaal “gebouw” opgezet.

    Dat bijt elkaar. Omdat de basis van het gebouw van een andere aard is dan de mentale bouwstenen.

    Wat mijns inziens wel kan, dat is dat als je de diverse bouwwerken (verschillende filosofieën en theologieën), zonder directe keuze te maken, op je laat inwerken, je in jezelf een eigen bouwwerkje kan optrekken. Dat kan dan tijdelijk nut hebben. Maar dan dien je je niet te begeven in dogmatiscme, maar via symboliek en gevoel te werken.

    Wat mijn wel duidelijk is, dat mensen die dat innerlijk oog geopend hebben, door achter de uiterlijke vorm van woorden te kunnen zien, elkaar kunnen herkennen: al spreken ze een andere taal.

    Toch hebben de diverse leringen ook zin als moralistisch steunpunt voor hen die die steun nodig hebben. Het jammere is dat de leer vaak andere leringen verwerpt. De aanhangers krijgen dan een soort “enthousiasme of fanatisme” dat mijns inziens door diepere groepsgewijze krachten in de mens wordt veroorzaakt.

    Derhalve is het steeds nodig waakzaamheid te betrachten: ook van hoge “idealen”. Zoiets: onze “liefde” is beter dan die andere religie met hum “waarheid”.

    Dat is het gevaar van mentale leringen, letterlijke interpretaties van heilige boeken en idealen.

    groet.

    Like

  14. – …eindconclusie. Filosofie…?
    – …alles is een trap in de ontwikkeling van de absolute idee, het enige absolute zijn van de eeuwige wetmatige ‘logos’ , zodat de rede niet van de werkelijkheid, en de werkelijkheid niet van de rede verlaten is .’.
    – …’ god’. :of het absolute zijn van het eeuwige, absolute wetmatige zijn…

    Like

  15. Jan, veel van wat jij schrijf, dat begrijp ik ook niet. Net zo min als ik delen van wat Roland van Vliet schrijft ook niet begrijp. Wij beiden kunnen alleen schrijven over zaken welke we in onszelf aantreffen. Want je zegt terecht dat woorden niet toereikend zijn. De handicap -en dat dienen we te beseffen- is dat we ons allemaal op een ander niveau qua ontwikkeling bevinden. Mij lijkt het verstandig om nooit zaken trachten te begrijpen welke een louter mentale opbouw hebben. Als je dat doet, dan ben je een bepaalde theorie aan het opbouwen. (het zou zo kunnen zijn)

    Jij wordt geleidt door een wijzere ik. Dat zou Roland van Vliet dan zijn pneumatische ik noemen. We zijn het er dus over eens dat er een intuïtieve intelligentie is die ons kan leiden. Dan bevind je je al in het hoogste weten: het niet-weten. Dat is een ‘zintuig’ welke de mens kan ontwikkelen. Zolang iemand zich op de uiterlijke wereld richt en daarmee de afgescheidenheid, dan zal die zintuig slapend blijven.

    Wat mijn werkwijze (helemaal een fout woord) is, is afstemming op die intuïtieve ik. Ik als mens heb daar geen zeggenschap over. Ik heb maar netjes te wachten tot God tijd voor me heeft. Vanuit die intuïtieve (pneumatische) ik, vind de transformatie plaats naar de dragers van gedachten: Mijn filosofische ik.

    Like

  16. Jan

    Zwerver.
    Om met woorden (de dragers van gedachten) te spreken over zaken die het denken te boven gaan is onmogelijk. Dat krijg je als het gaat over “IK’ en “Ik ben ik” ,bewustzijn. Maar woorden kunnen wel schilderen. En dan hangt het af van de luisteraar of in hem het juiste schilderij wordt opgeroepen.

    Ook probeer ik het met muziek, maar ook daarbij weet ik, dat de gevoelens die de muziek bij mij oproepen, niet dezelfde zijn bij de ander.

    Nu over je opmerking van twee kanten belicht. 1 en 2.
    1. De leringen van de esoterie. (met het zeer grote gevaar van dogmatisme gebaseerd op “mededeling van boven”)
    Men gaat uit van het eeuwige, oneindige, onkenbare als eenheid waaruit alles emaneert (uitstraalt)
    Dat noemt men dan para-m-atman of para-brahman (atman het zelf van de mens is identiek aan het zelf van de kosmos) (atma staat in relatie met adem) Maar voor beiden wordt “para” gezet (niet-voorbij-overstijgend) Net zo gek als para-magnetisme (niet-magnetisch maar toch gezien in de leer van het elektromagnetisme)
    Dan kent men nog het “mula-prakriti” (“wortel”-stof) dus de “essentie” van de stof.
    En dan wordt gezegd dat mula-prakriti en parabrahman ook identiek zijn.

    Het is te vaag voor woorden en vol met paradoxen en volkomen irrationeel.

    Dat kan men het “ene” noemen of “monade” (van één)(eenheid)

    Bij de tao teh tsjing komt dit ene uit tao (tao zeggen tao is-niet tao)
    tao-een-twee-tienduizend dingen.

    Dan kom je bij het dualisme, want de monade emaneert dualiteit zowel stof als geest (of subject en object) (en andere duale zaken man-vrouw, hoog-laag, goed-kwaad, licht-duisternis, toekomst-verleden… enz enz)

    Maar de eenheid blijft (op zijn gebied)(het onkenbare) één, maar is tegelijk duaal “onder de zon”
    Metafoor: de eenheid zon in essentie blijft zon in zijn stralen, de verstrooiing in de tijd en ruimte is schijn) (vonken blijven vuur) (de veelheid blijft eenheid)

    De uitstraling (emanatie) zet zich voort. Uit het atman vloeit de wijsheid en uit de wijsheid het denken. Dit dus allemaal buiten de ons bekende ruimte en tijd.

    Dan komt het: In de vereniging van atman, buddi en manus (een drieeenheid) ontstaat het “reincarnerend ego” (De driehoek met het alziend oog.)(oog van Horus, zoon van Isis en Osiris)
    Allemaal in de “lichtwereld” het pleroma. (gnostisch gezien) Je kan het ook zien als god-godin-godskind… Christus als bewustzijnsaspect buiten ruim te en tijd.

    Dan begint de ellende: De wijsheid tracht zichzelf te doorgronden: de val van Sophia. Ze kan dat niet omdat wijsheid een uitstraling is van het zelf waaruit ze zelf is ontstaan. Ze maakt allerlei denkbeelden: de (demiurg-wereldbouwer)
    Daardoor ontstaat de schaduwwereld. enz enz Dan raakt er een godsvonk (Rozenkruisers) gevangen in de stof, en moet Christus afdalen in de onderwereld om de godsvonk (uit de mens) te bevrijden door de juiste kennis. (zucht)

    Nu Is Steiner ooit secretaris geweest van de theosofische afdeling in Duitsland. Dus die heeft veel van dit soort theosofische theorieeën meegenomen in zijn anthroposofie. Ik merk dat in dit blog geschreven wordt over Steineriaanse denkbeelden (Lucifer en Ahriman) vandaar dat ik de koppeling daarmee leg. Overigens de Theosofische loge is woest op Steiner, die hun leer zou hebben verdraaid.

    OK. Het is mogelijk dat Roland van Vliet in hogere sferen is geweest. Het is ook mogelijk dat hij doorgeslagen is in zijn denken over dit soort zaken. Ik weet het niet. Ik heb de indruk dat ik er niet veel aan heb. Ik vind het amusant en leerzaam om naar goeroes te luisteren, dan neem ik liever af en toe Sadhguru, die kan mooi relativeren en die maakt ook grapjes.

    2. Eigen ervaring.
    Ik weet dat ik geleid wordt door een intelligenter “Ik” dat die soms zelfs de macht van mijn “jan-ikje” overneemt. Ik snap dat niet.. wat en hoe dat is en gaat, maar ik vertrouw er wel op want tot nu toe waren zijn ingrepen positief. En ik weet dat ik niet in staat ben over zijn meester (de meester van mijn innerlijke meester)(als die al bestaat) iets te zeggen. Dus ik houd het maar bij twee ikken. Oh sorry: dan heb ik nog mijn droom- ikken. (en die vertellen soms ook intelligentere zaken over mijzelf dan ik weet) drie ikken dus. 🙂

    Like

  17. Een interessante beschouwing over goed en kwaad:

    Kernpunt in de manicheïsche leer is de opvatting over goed en kwaad: het kwade is even eeuwig als het goede en kent begin noch einde aangezien het kwade oorspronkelijk een bestanddeel van het goede was. Dit van oorsprong goede bestanddeel is tot het kwade verworden omdat het achtergebleven is in de normale evolutie; het kwade is aldus het goede dat “uit de tijd is geraakt”. Immers, op ieder ontwikkelingsniveau moet een element van het goede zich als het ware opofferen, afstand doen van zijn normale ontwikkelingsloop, opdat er in de kosmos iets nieuws kan ontstaan; en omdat dit “zich opgeofferde goede” vervolgens zijn activiteiten moet ontplooien op een niveau waaraan zijn natuur niet is aangepast, begint het hinderend te werken in het wereldbestel. Daarom zijn de manicheeërs van oordeel dat het kwade een noodzakelijke bestaansvoorwaarde is voor de kosmische evolutie; zij zeggen dat het kwade moet begrepen worden vanuit zijn gemetamorfoseerde aard en dat het moet verlost worden, zodat het opnieuw mee kan verder werken in de stroom van de wereldontwikkeling.

    ———————

    Mochten er lezers/deelnemers van dit blog vanmiddag de bijeenkomst bijwonen, dan wens ik ze een goede bijeenkomst toe.

    Like

  18. @Jan 7 FEBRUARI 2017 AT 20:33

    Nogmaals een reactie op hetzelfde. Waar jij in deze reactie op reageert is de zoektocht naar het ikloze ik. Je refereert er aan het ontstaan van het ego enzovoorts. Waar je het dan feitelijk over hebt is de zoektocht naar de waarnemer die ziet dat hij het waargenomene is. Dan hebben we het over Christus-bewustzijn.

    Waar ik denk dat Roland van Vliet naar zocht is om ná deze constatering, het menselijk ik nader te (be)schouwen. Dat betekent dat deze man gebieden doorzocht waarvan velen het bestaan niet eens weten. Wat ik dus bedoel is dat Roland van Vliet al weer een stap verder is dan wij op dat moment beschouwden. Ook na de hereniging met het Al ligt er nog een groot onontgonnen gebied open.
    Ik denk dat Roland van Vliet daar naar verwijst.

    Like

  19. Ik ga toch nog een poging wagen om Roland van Vliet te duidden. Zijn intellect oversteeg duidelijk het mijne. Maar anderzijds kan Roland van Vliet geen andere ik hebben dan ik of iemand anders hier. Kortom: we hebben het over een Universele waarheid, welke vorm gegeven is in dualiteit. Dat laatste kan niet anders.

    In de filosofie van het ik staat Liefde er duidelijk buiten. Maar begrip van Liefde is wel noodzakelijk om het geheel te kunnen omvatten, al dan niet intuïtief.

    Het empirische ik zou ik in mijn woorden het geconditioneerde ik noemen. De optelsom van automatische voltrekkingen welke resulteert in een zelfbeeld wat we van onszelf hebben. Vrije wil is hier niet van toepassing.

    Het filosofische ik zou ik het mentale, dualistische, scheppende ik noemen. Het “ik denk”.

    Het pneumatische ik zou ik het intuïtieve ik noemen. Dat is het meest verborgen stukje ik, wat verborgen is voor het filosofische ik. Het bestaat uit de rechtstreekse gedachte (geest) van God en is ook op mentale wijze verbonden met het filosofische ik.

    Like

  20. Trouwe Lezeres

    Filosofen bedienen zich nu eenmaal van filosofisch jargon. Omdat ik geen filosoof ben, ben ik daar niet zo in thuis. Via de blog van Jan Riemersma kwam ik met filosofie en aanraking. Hij is m.i. een uitstekend docent en heeft heel veel geduld, al is de bodem daarvan zo nu en dan even in ’t zicht… 🙂
    Ik moest in het begin erg wennen aan zo’n systematische manier van denken, van redeneren. Sinds ik de middelbare school en de exacte vakken verlaten had, was ik niet meer bewust bezig met dat systematisch denken. Ik herinner me dat ik het erg leuk vond als bij de exacte vakken de redeneringen en de sommen klopten -als je ze goed wist op te lossen natuurlijk.
    Ik hou ervan als iets klopt! Dat is voor mij een vorm van schoonheid en dat kan zich op allerlei levensgebieden voordoen.
    Ook van de gedachtegangen van Jan Riemersma kan ik erg genieten. Vaak heeft hij de filosofische gedachtegangen goed naar mijn begripsniveau vertaald en daar ben ik hem dankbaar voor want voor mij is het een verrijking van mijn leven. Dat is mijn verbinding met filosofie. Hoewel ik meer een gevoelsmens ben en vaak associatief denk, heeft rationaliteit zijn eigen schoonheid voor mij. Het is ook een onderdeel van het leven.

    Ik heb geprobeerd de gebruikte terminologie van Roland van Vliet te begrijpen, te zien als vakjargon. Hoewel ik dus mijn bedenkingen heb bij eea (maar wie ben ik, al helemaal geen filosoof dus :-)), zag ik ook overeenkomsten met de psychologie, hoe daar bepaalde processen beschreven worden.
    Wat mij in elk geval -dankzij jullie reacties- weer goed duidelijk is geworden, is hoe moeilijk het is om te zien en te kunnen verwoorden hoe het zit met het ‘ik’. Wie geeft welke inhoudelijke invulling aan dat begrip en welke plaats neemt het wel of niet in, wanneer en in welke situatie. Dat is voor mij lastige materie. (Maar ik lig er niet wakker van…)

    Like

  21. Jan, ik heb nog wel een zeer vergezochte verklaring voor die pneumatische ik. Volgens mijn bevindingen (en het taoïsme meldt daar ook over) werkt het Universum als een blaasbalg. Het Universum is duaal en daarmee ook geestelijk (mentaal) van aard. Continu worden Zwerver en Jan gedácht. In die zin zijn jij en ik dan ook afgescheiden individuen, welke uiteraard uit dezelfde Bron afkomstig zijn. Laten we hem God noemen.

    Maar ik lees zó zelden over dit aspect van spiritualiteit, dat de kans niet zo groot is dat dat bedoelt wordt. Om de waarheid te zeggen ken ik dit aspect alleen uit het taoïsme en de hermetiek. En in filosofische zin onbenaderbaar.

    Like

  22. Jan, wat jij beschrijft klinkt als gewaarzijn. (je bent je gewaar van het zijn) Enerzijds kan je het beschouwen als ik-loos (Jan is er niet) Anderzijds is er toch iemand om er te zijn. Zoals gisteren gezegd heb ik wat bezwaar tegen de term ik-loos. Omdat op het moment dat jij deze reactie leest, Jan wel degelijk weer aanwezig is. Er is een Jan nodig om deze reactie te lezen.

    Voor goed begrip dienen we dan terug te gaan naar Liefde. Liefde wil eigenlijk zeggen dat de tussenruimte tussen ik en de ‘rest’ verdwenen is. Je zou kunnen zeggen dat we dan verbonden zijn: er is nog maar één ik.

    Als wat ik beschrijf zo is, dan kan het niet anders of je hebt je ooit in het niet-zijn begeven.
    Een andere weg is er namelijk niet. Dat weet jij beter dan ik. Ik refereer daar aan de Christusdood.

    Met al die andere ikken weet ik geen raad. Roland v Vliet is voor mij maar beperkt te volgen. Zoals je weet toets ik aan zaken welke ik in mijzelf aan tref en misschien mis ik het intellectuele vermogen daar voor.

    Om op je taoïstische stukje in te gaan. (ik mis nu een flip over) Ik zie het zo: centraal heb je IK. Aan de bovenkant is IK verbonden met het denken. Daar bevind zich de hoogmoedige mens die meent dat zijn denken het hoogste weten is. Aan de onderkant (let op: de nederigste plaats) bevind zich het Al.

    Like

  23. Jan

    Trouwe Lezeres.
    Ik heb de linkjes van Carla gezien. Ik heb over het Manicheïsme gelezen. (Mani is m.i. totaal tegengesteld aan Valentinus) Ik snap er niet zo erg veel van. Hij schijnt drie ikken te kennen. De empirische, de filosofische en de pneumatische ik. Dat vind ik wel veel. Het is nogal hoogdravend. Bovendien vraag ik me af wat hij te maken heeft met het manicheïsme, hij ziet (zag) er n.l. niet uit als een asceet. Ik begrijp ook niet hoe het “pneumatische” een “ik” kan zijn. Bij het benoemen van al die ikken en deugden krijg ik een “taoïstisch ziek” gevoel. Misschien dat zwerver een antwoord heeft, als ik me n.l. sterk concentreer en verbind met het creatieve (het pneumatische ik?) dan ken ik me zelf niet meer, ik ken ook mijn “ik” niet meer: mijn ik is weg. Het is net alsof ik er niet ben. Na verloop van tijd vind ik me terug en stel vast dat ik er een tijdje niet geweest ben.

    over het taoïstisch zieke:

    mijn woorden zijn makkelijk te begrijpen
    en eenvoudig te volgen
    maar niemand begrijpt of volgt ze
    die me begrijpen zijn schaars
    die me volgen onbetaalbaar
    de wijze hult schatten in lompen
    weten dat je niet weet is het hoogste
    denken dat je weet is een ziekte
    wie daar ziek van is is niet ziek
    wie ziek is van die ziekte is beter

    associatie met de wind die lacht.
    Ik ken wel een erg mooi liedje met vier ikken. Een klagend kalf gebonden op een kar op weg naar de slager (ik 1) een boer (pooier in Jiddisch) die de kar vooruit duwt (ik 2) een zwaluw in de lucht (ik 3) en de wind (pneuma) die lacht en lacht en lacht in het koren (korn) de hele dag en de halve zomernacht (ik 4) Ik snap niet waarom de wind steeds maar de lacht. (vandaar misschien dat ik het pneumatische ik niet snap) Ik snap wel dat het kalf treurig is zich beklaagd over zijn lot. Ook is (Ma)donna heel erg aanwezig (ik 5?)

    Het mooie hiervan is dat je de melodie hoort en de begrijpelijke woorden in een onbegrijpelijke context. Dus dat de filosofie en de wetenschap overbodig is. Geen dikdoenerij.

    Hier de Jiddische versie die in bij de Joden in het concentratiekamp nogal populair was………… Bij deze muziek lopen de tranen over mijn wangen (maar niet van het lachen).

    En omdat Jiddisch wat onbegrijpelijk hier is een aangepaste versie zonder het koren:

    Like

  24. Sorry Trouwe lezeres, verkeerde interpretatie mijnerzijds. Ik kan deze materie alleen in zijn eenvoudige vorm begrijpen. En die is dat aandacht van zichzelf stil staat maar dat de geest alles in beweging brengt.

    Like

  25. Trouwe Lezeres

    Ho ho Zwerver…. 🙂

    Ik heb nergens gezegd dat het voor mij eenvoudig is. (waar haal je dat nou vandaan?)
    Ik heb die teksten van hem herhaaldelijk moeten doorlezen.
    En lees alsjeblieft mijn laatste zin: ‘Ik vermoed dat ik om beter te begrijpen wat Roland van Vliet bedoelt, zijn boek zou moeten lezen, de samenvatting lijkt voor mij te beperkt.’

    Like

  26. Trouwe lezeres,

    Ik moet eerlijk bekennen dat ik in de verste verte geen idéé heb waar Roland van Vliet het over heeft in het door jou gequote stukje tekst. Het Empirische Ik en het Filosofische ik heb ik nooit in mijzelf gevonden. Empirisch betekent dat wat op waarneming berust. Die is altijd duaal! Dat is duale waarneming dus. Verdééld waarnemen.

    Enfin, als het voor jou eenvoudig is, dan kan dat ook betekenen dat jij intelligenter bent dan ik.

    Like

  27. Trouwe Lezeres

    Beste Zwerver, Jan en Carla,

    Hartelijke dank voor jullie inspanningen om mij eea te verduidelijken over de Onbewogen Bewegener. Ik hou ook van heldere, eenvoudige uitleg. Hoewel, ook verhelderende verhalen zijn prachtig, omdat ze de verbeelding aanspreken. Jullie gaven weer genoeg stof tot nadenken!

    De link van Carla (waarom kwam ik er zelf nou niet op om het te googelen?) die verwijst naar het artikel van Roland van Vliet zelf, is verhelderend. Ik meen dat ik nu goed begrijp wat hij bedoelt. Ik lees wat er staat, heb zelf echter nog enige bedenkingen bij wat hij schrijft, voortkomend uit eigen ervaringen en waarnemingen.

    Uit die link: ‘Dit zelfbeeld is het Empirische Ik dat als zodanig onvrij is. Later kan ik met het Filosofische Ik mijn eigen zelfbeeld bepalen en leren dit met de werkelijkheid in overeenstemming te brengen. Door deze laatste aktiviteit wordt het Empirische Ik vrij gemaakt. Vrijheid is zowel ‘de vrijheid tot’ (de vrije wil) als ook ‘de vrijheid van’ (innerlijke vrijheid). Vrijheid betekent dat het Empirische Ik niet het Filosofische Ik gevangen neemt in zijn onvrije strategieën, maar dat het Filosofische Ik leidinggevend wordt. Het filosofische Ik heeft door het vrije denken de mogelijkheid om de wil vrij te bepalen, daardoor kan ik mijn persoonlijkheid innerlijk vrij maken. Dat gebeurt ook in de ongedeelde aandacht. De intelligentie in de ongedeelde aandacht is met het Filosofische Ik verbonden.’

    Een paar bedenkingen vanuit dit citaat, Roland zegt: ‘….leren dit (zelfbeeld) met de werkelijkheid in overeenstemming te brengen.’ DE werkelijkheid? Wiens, welke werkelijkheid? Bedoelt hij een statische werkelijkheid?
    ‘Het filosofische Ik heeft door het vrije denken de mogelijkheid om de wil vrij te bepalen’…. etc. Vrije denken, vrije wil,…. dit zijn vrijheden die niet verder kunnen gaan dan de beperkingen van je eigen denken. Relatief, beperkt vrij dus…
    Ik begrijp de strekking van zijn verhaal wel denk ik en zie dat ook wel gebeuren, hier en daar en in zekere zin, maar hij doet nogal absolute uitspraken.

    Wat mij duidelijk geworden is omtrent het Filosofisch Ik: het gaat nog steeds om een Ik….
    Van nog even: ‘De intelligentie in de ongedeelde aandacht is met het Filosofische Ik verbonden.’ Hier schiet mijn voorstellingsvermogen te kort, de intelligentie in….
    Ik vermoed dat ik om beter te begrijpen wat Roland van Vliet bedoelt, zijn boek zou moeten lezen, de samenvatting lijkt voor mij te beperkt.

    Like

  28. ArmandMaes

    Je treft het: deze blog gaat niet over buitennatuurlijke verschijnselen, wezens of krachten.
    Deze blog gaat ook al niet over geloof. Het gaat hier over een levenshouding welke v Vliet ongedeelde aandacht noemt. Dat lijkt mij nogal aards en alles behalve zweverig.

    Aandacht is het cognitief proces van zich selectief richten op één aspect van de omgeving, terwijl andere aspecten worden genegeerd.(wiki)

    Nu ben ik het niet 100% met wiki eens, maar het is een begin. Je kan trachten te begrijpen wat aandacht is en wat het met je doet. Daar kunnen we het over hebben, dat is het topic. We kunnen ook kijken wat gedeelde aandacht is. Neem een voetbalwedstrijd: je kan niet naar club A kijken zonder club B daar in mee te nemen. Ze hebben elkaar nodig voor dat wat we een wedstrijd noemen.
    Dat is dus gedeelde aandacht. Ongedeelde aandacht is dus wat anders.

    Like

  29. Spiritualiteit gaat over buitennatuurlijke verschijnselen, wezens of krachten. Persoonlijk geloof ik daar niet in.
    Alles in het heelal bestaat uit energie in een of andere vorm. De huidige hypothese van de wetenschappers, gaat er van uit dat het heelal onstaan is door samendrukking van het luchtledige waardoor golven (energie) ontstaan is. Dat lijkt mij een cirkelredenering. Samendrukken van het luchtledige kan enkel door gebruik van energie. Energie zou dus ontstaan door energie.
    Dit terzijde bovennatuurlijke zaken bestaan ofwel niet ofwel kunnen wij ze onmogelijk vaststellen.
    We kunnen dus enkel mythen opbouwen over buitennatuurlijke verschijnselen of krachten, wat mensen dan ook sinds duizenden jaren doen.

    Like

  30. -…moge de formule van Einstein E=mc2 uitgebreid worden tot E=mc2=Psy, waar Psy staat voor dat enig absolute ‘ zijn’ van die andere ‘logos’,…; zodat wetenschap en filosofie samen gaan in een absolute kennis…

    Like

  31. Jan, het ik als onbewogen beweger van Aristoteles is kunstmatig. Dat ben ik met je eens. Maar als stijlfiguur is het voortreffelijk. Zie ook mijn eerste reactie op dit blog. Ik hou van eenvoud en eenvoudig uitleggen. Ongedeelde aandacht zegt namelijk precies waar het om gaat. We kunnen wel zeggen: als gij niet zijt als kinderen. Maar met ongedeelde aandacht maak je een mooi opstapje terug naar het kind in je.

    Kinderen kunnen nog die ongedeelde aandacht opbrengen. We hoeven dus alleen maar de kunst af te kijken. Mijn ongedeelde aandacht ging uit naar mijn eigen kinderen die opgingen in hun kind-zijn. Kind met de kinderen zijn. Aandacht voor het kind wat ongedeeld aandacht had voor de vlieger die opstijgt. Pas nu ik een oude man ben weet ik hoe ik mijn schatten heb verzameld….

    Het was ik die niet in de ik aanwezig was en zich daar niet bewust van was.

    Like

  32. Jan

    Zwerver, ik ben het met je eens.
    Ik reageerde op de filosofische ik als onbewogen beweger van Aristoteles.
    Dat vind ik wat kunstmatig, je kan ook aan een eeuwige circulaire beweging denken waar de laatste de eerste weer aantikt. Eeuwige schijn beweging.

    Jij hebt het over het universele ikgevoel, dat ben ik met je eens. Een kind dat nog geen “ik” zegt, erkent zich (nog) niet als een afgescheiden ego. Dat is een ander soort “ik”. Zelfloos is een slechte term: ik zou beter “ego-loos” kunnen zeggen.. ‘datgene wat ik zegt’ is niet het ik.

    Ik bedoelde ook niet een “opdracht” in letterlijke zin in een tijdverloop om iets te bereiken.
    Maar over een vanzelfsprekendheid: in die ego-loze toestand wordt je één met de wereld en dat is het koninkrijk gods: dus in het subject als volmaakt gevoel.

    Like

  33. Sta mij toe om van mening te verschillen, Jan. Er is geen sprake van een opdracht. Het ik-gevoel is universeel. We zien het terug in ‘ik ben’. Ieder mens heeft een ‘ik’. Het is alleen dezelfde ik. Peuters en kleuters verbinden dat ik met Jan of Truus. Truus wil een snoepje! Truus wil behoeften bevredigen.

    In zekere zin zijn we het dus eens: het ego schuilt in begeren. En begeren schuilt weer in het denken. En aangezien we niet om het denken heen kunnen dienen we een andere truc te gebruiken.
    En dat is de weg terug: worden als kinderen. Maar dan niet met opdracht om ikloos te zijn.

    ————————-

    Gij hebt in den beginne gezien,
    dat de waarlijk Preëxistente
    een Niet-Zijn is,
    en uit hem en door hem zijt gij eeuwig preëxistent
    O Niet-Zijn, dat uit één ondeelbare

    ——————————

    Wij mensen zijn en komen voort uit Niet-Zijn. Zijn kan je zeggen als: ik ben.
    Hetgeen betekent dat wij mensen zijn en dat er “buiten ons” (niet echt natuurlijk) zich een Niet-Zijn bevindt. Het is dus onze opdracht om niet te zijn. Het klinkt als hetzelfde, maar dat is het niet. Zoals jij het schrijft is het het je ontdoen van begeertes, jaloezie en andere ik-eigenschappen. Wat in het door mij aangehaalde stukje tekst (overigens nog bedankt daar voor) wordt bedoeld kan niet gezegd worden. Hetgeen natuurlijk niet wil zeggen dat je al die ik-eigenschappen niet overboord mag gooien. Maar dat adviseerde Jezus ook al.

    Like

  34. Jan

    citaat:
    “Het Ik dat je door zelfwaarneming in het bewustzijn kunt vinden en dat ieder moment kan denken, voelen, willen en waarnemen….noem ik het filosofische Ik.’ (Roland van Vliet) ‘Met het Filosofische Ik – dat Aristoteles de Onbewogen Beweger noemt —

    Kijk dat klopt niet. Iedereen ziet het “ik” ontstaan bij kleine kinderen. Eerst een baby, dan een peuter. Dan gaat de peuter praten. Zo van “pietje” wil snoepje, jantje wil slapen.
    En dan opeens: Ik wil een snoepje, ik wil slapen. Het “ik” is ontstaan volledig automatisch. Daarna krijg je de koppigheidsperiode ik wil NIET en ook de waarom periode.

    De begeertekracht is er al: melk drinken… behhhh… behhh en de vegetatieve toestand is er al vieze luiers en groeien, de emoties zijn er al tezamen met de moeder een gevoelsmatige eenheid, de zuiverheid is er al, de WIL is er al, en dan komt het “IK” er achteraan hobbelen. Dat is geen onbewogen beweger: het is een illusie van een “van de natuur afgezonderd bestaan”…. Het begin van de dualiteit die het lijden veroorzaakt… En bij theologen en filosofen is dat heeeel erg sterk ontwikkeld. Vandaar dat ze vergeten dat ze hier eigenlijk alles te leen hebben en snappen niet de opdracht: “Wordt als kinderen, anders zult gij het koninkrijk der hemelen niet ingaan.”

    Ikloos worden is de opdracht

    Like

  35. Als ik een poging mag wagen, Trouwe Lezeres. Voor beweging zijn er altijd meer nodig dan een. Het begrip gisteren kan alleen bestaan dankzij morgen. We hebben het dan dus over ons denken.

    Degene die we dus ‘ik’ noemen beweegt zich via gisteren door vandaag naar morgen.
    Je hoeft ‘ik’ niet te benoemen. Maar als je visualiseer dat ‚ik’ door de tijd reist en dat de stations gisteren, vandaag en morgen heetten. Dan begrijp je dat de beweger zich onbewogen beweegt.

    Dat houdt dus ook in dat de beweging zélf ergens anders oorzakelijk aan is. Maar dat is al weer een stap verder. Met visualiseren (verbeelding) kom je vaak verder dan met hoogdravende intellectuele verhandelingen is mijn ervaring.

    Like

  36. Trouwe Lezeres

    ‘Met het Filosofische Ik – dat Aristoteles de Onbewogen Beweger noemt: die niet door iets ander bepaald hoeft te zijn dan door zichzelf – is verbonden het denken over het denken, waardoor je een gedachte in een emotie of de wijze waarop je denkt op waarheid kunt onderzoeken of zelfreflectie. Het Filosofische Ik is het scheppende en zich vernieuwende Ik.’ (Van Vliet)

    Verwarrend voor mij…. ik heb altijd gedacht dat met de Onbewogen Bewegener bedoeld werd ‘datgene’ dat juist niet denkt, niet ‘beweegt’, maar IS. Datgene dat onafhankelijk van onze emoties en gedachten is, dat juist niet deel uitmaakt van (het denken over) onze gedachten en emoties maar waarmee je toch verbonden bent…. datgene dat eeuwig is, alleen maar IS.

    Als je bezig bent met zelfreflectie is er nog steeds een ik dat denkt (over het denken, doen, emoties)…. beweegt de Onbewogen Bewegener dus met de gedachten mee: de ene keer denkt hij over hetgeen er gedaan of gedacht is zus, de andere keer zo…

    Is er iemand ‘in de zaal’ die mij kan helpen het begrip de Onbewogen Bewegener (Aristoteles) beter te begrijpen, wat er mee bedoeld wordt? Of struikel ik over het woord ‘(vernieuwende)’ Ik?
    Maar ‘Filosofische Ik’, dan heb je het toch weer over het denken toch?

    Like

  37. Carla

    Roland van Vliet….. wat een boeiende denker is dat. In een interview zegt hij dat hij het van belang vindt mensen in een filosofische houding te brengen die vruchtbaar kan zijn voor het leven zelf.
    Wauw!

    Verdrietig dat hij, zo jong nog, is overleden.

    ” Onverdeelde aandacht werkt als een ‘toverstafje’ dat van regendruppels diamanten maakt.” ( Thich Nhat Hanh )

    Of……zoals van Vliet het zelf zegt: ” Het vanzelfsprekende on-vanzelfsprekend gaan vinden.”

    Liked by 1 persoon

  38. “Maar het is juist ongelooflijk eenvoudig! Je kunt je innerlijke ik al na tien minuten bereiken.”

    Dat lijkt mij onjuist. Ongedeelde aandacht is direct, daar hoef je geen 10 minuten op te wachten. Het is van een verbazingwekkende eenvoud: neem iets waar en dat is alles. Bijvoorbeeld: ik neem een roos waar. Zodra ik de roos ga bestuderen is de ongedeelde aandacht wég. Het is dus andersom: na 10 minuten kom ik mss in verdeelde aandacht. De roos is geel, groot enz.

    Ik verbaas mij ook altijd dat mensen overal foto’ s lopen te maken. Toen mijn dochter haar propedeuse haalde was iedereen maar met andere zaken bezig, waaronder natuurlijk filmen en/of foto’ s maken. Ik had alleen maar aandacht, emoties welde op en weer af. Ik werd een met de muziek enz enz.

    Ik maakte foto’ s door ongedeelde aandacht, die liggen nog steeds vast in mijn bewustzijn. Tijdens het schrijven van dit ervoer ik weer het beschrevene. Een ander mag de foto’ s hebben….

    Like

  39. jelle

    Ik schrijf hier deze keer maar niets, de paar woorden die er dan toch staan schrijf ik alleen om te laten zien dat ik het verhaal las, en ook nog een link opende.
    Tot een zeker genoegen zag ik Manicheïsme genoemd.
    Een m.i. logischer godsdienst dan het christendom, zelfs prof van der Ploeg schrijft dat een goede god die kwaad toelaat inderdaad een probleem is.
    Prof. Dr. J. Van der Ploeg, ‘Vondsten in de woestijn van Judea, De rollen der Dode Zee’, Utrecht, Antwerpen, 1957

    Like

Reacties zijn gesloten.