Neuroscience and the Soul: zoeken naar de ziel

neuroscienceandthesoul (2)

Natuurwetenschappers stellen dat elke overtuiging niet door redenen wordt veroorzaakt maar door een bepaalde hersentoestand. ‘Wij zijn ons brein’, zeggen ze. Dat heet fysicalisme. Als het waar is kan het fysicalisme geen gebruik maken van begrippen als intentie, verlangen, besluit, bedoeling, wens en mening om te verklaren waarom wij ons op een bepaalde manier gedragen.

Hersenwetenschapper Dick Swaab betoogt dat het gedrag van mensen helemaal kan worden verklaard op grond van de natuurkundige en chemische reacties die in de hersenen plaatsvinden. Er is geen ziel, er is geen geest, er is geen ‘ik’. De hersenwetenschap (neuroscience) heeft de ziel (soul) overbodig gemaakt. Theoloog dr. G.A. (Gert) van den Brink stelt echter in het RD: ‘Mens is meer dan alleen zijn brein’.

Van den Brink vraagt zich af of iedere mens een ziel heeft die los van het lichaam kan (voort)bestaan, of dat de geest van de mens slechts een bijproduct is van chemische processen.

De klassieke filosofie, de grote wereldgodsdiensten en ook onze intuïtie erkennen dat er naast stof of materie een tweede component is die fundamenteel niet tot materie kan worden herleid, namelijk geest. Ook de meeste hedendaagse theologen huldigen deze opvatting, die wordt aangeduid als dualisme.’

neuroscienceandthesoul (1)

De meeste moderne filosofen en de meerderheid van de natuurwetenschappers stellen daarentegen dat de werkelijkheid uiteindelijk slechts uit één component bestaat, een component die allereerst onderzoeksvoorwerp is van de natuurwetenschappen (fysica). Zelfbewustzijn, intenties en verlangens zijn volgens het fysicalisme bijproducten van natuurlijke processen.

Ongeveer zoals de verf op een doek een schilderij doet ontstaan, zo ontstaat de menselijke geest vanuit neurologische processen. Consequentie van deze visie is uiteraard dat een mens niet kan voortbestaan zonder hersenactiviteit. Er is dus geen leven na de dood. Evenmin kunnen er lichaamsloze personen (God, engelen, geesten) bestaan.’

Het boek Neuroscience and the Soul: The Human Person in Philosophy, Science, and Theology laat volgens Van den Brink zien dat het gesprek beslist nog niet ten einde is.

Willam Hasker en Eric LaRock wijzen erop dat er voor alle waarneming een waarnemer nodig is. Er moet een subject, een individu, een ‘ik’ bestaan. Zo’n ‘ik’ is volgens het fysicalisme echter niet mogelijk. Maar als er geen waarnemer is, is er geen waarneming, en zonder waarneming kan ook de natuurwetenschap niet bestaan.’

Wie beweert dat mentale handelingen (bijvoorbeeld wilsbesluiten) geen veroorzakende kracht hebben, moet volgens Van den Brink de vrije wil ontkennen, ontneemt elk mens zijn verantwoordelijkheid, en schiet uiteindelijk zichzelf in zijn voet.

Als elke overtuiging niet door redenen wordt veroorzaakt maar door een bepaalde hersentoestand, geldt dat ook voor de overtuiging dat het fysicalisme correct is. Dan heeft het dus geen zin redenen voor deze overtuiging aan te dragen, aldus Richard Swinburne.’

Neuroscience and the Soul: The Human Person in Philosophy, Science, and Theology | Thomas M. Crisp, Steven L. Porter & Gregg A. Ten Elshof (eds.) | uitg. Eerdmans | Grand Rapids | 2016 | ISBN 978 0 8028 7450 4 | 284 blz. | $ 38,-

Zie: ‘Mens is meer dan alleen zijn brein’

Beeld: Foto op omslag Neuroscience and the Soul

Het Oude Egypte geloofde al flexibel

cover-Mix

Niks nieuws onder de zon als je in Mix leest dat Boeddha, Maria, een huisaltaar, gebedsvlaggetjes, een meditatiehoekje en een menora bij steeds meer Nederlanders naast elkaar in huis zijn te vinden. In mei verschijnt de glossy MiX die stelt dat grenzen tussen religies vervagen, dat we ons niet meer willen binden aan één traditie en vele religieuze stromingen omarmen. In zijn boek Het oude Egypte bericht theoloog Tjeu van den Berk al over syncretisme en dan in de Egyptische levensbeschouwing. ‘De oude Egyptenaar had steeds een gelijktijdige meerzijdige kijk op de werkelijkheid.’

Wanneer in het zuidelijke Thebe in het tweede millenium v. Chr, de plaatselijke god Amon uitgroeit tot hoofdgod zal men de hoofdgod Ra uit Heliopolis, van twee millenia daarvóór,  niet laten vallen, maar gaat Amon verder als Ammon-Ra door het leven. Zo is er ook een Osiris-Ra en een Ptah-Ra. Wat overigens niet verhinderde dat men deze goden ook zelfstandig bleef vereren.’

Filosoof dr. Piet Winkelaar stelt in Syncretisme, over versmeltingen van mythen, en riten in cultuur en religie, dat bijna alle godsdiensten, religies, politieke systemen en ideologieën syncretisch zijn. Maar in plaats van dankbaar te zijn voor de schatten die anderen hebben aangereikt, zetten ze er zich juist tegen af.

Dat gebeurt vooral in het Westen en het Midden-Oosten. Syncretist is er een scheldwoord. Het slaat op iemand die de oorsprong van z’n eigen cultuur en religie niet serieus neemt. Dat vindt men ongepast. Orthodoxen in religie en politiek bestrijden elkaar juist te vuur en te zwaard. Joden, christenen en moslims beschouwen hun verhalen en gebruiken als volstrekt uniek, terwijl het versmeltingen zijn met mythen en riten van omliggende volkeren.’

Het christendom is volgens Winkelaar bij uitstek een syncretische godsdienst. De figuur van Jezus vertoont vele overeenkomsten met de Egyptische godzoon Horus.

Evenals Dionysos en de Perzische Mithras zijn ze geboren op 25 december in een grot. De aanwezigheid van een os en een ezel, twee aseksuele dieren, waren rond het begin van onze jaartelling vermoedelijk een soort stijlfiguur die men gebruikte om het hogere aan te duiden, datgene wat de aardse seksualiteit oversteeg. De Egyptische boodschapper Anup doopte Horus in de rivier de Eridanus met water, net als bij Jezus gebeurde.’

Van den Berk citeert in zijn boek theoloog Eugen Drewerman, die stelt dat je, om de meest fundamentele inhoud van het christendom te verstaan, naar Egypte moet gaan:

Dat Jezus Christus Gods Zoon is – waarlijk mens en waarlijk God – is een overtuiging die aan geen enkele tekst van het jodendom ontleend kan worden. (…) Dit centrale begrip van het christelijke geloof danken we aan de grote, drieduizend jaar oude religie aan de Nijl. (…) In zekere zin is het zo dat het christendom de oude religie van het licht opnieuw belichaamt.’

Volgens Mix blijkt dat bijna een kwart van de Nederlandse bevolking elementen uit verschillende religies en levensbeschouwingen combineert. De aanleiding voor de glossy is de afronding van twee vierjarige onderzoeksprojecten naar multireligiositeit, aan de Vrije Universiteit en aan het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving. Het is een eenmalige glossy voor een waaier aan nieuwsgierige, (zelf)bewuste zinzoekers van alle kleuren, leeftijden en achtergronden.

Als Augustinus nu leefde, zou hij zeker een artikel in Mix geschreven hebben. Hij zou zoiets geschreven hebben, wat nu op de cover van het boek van Van den Berk staat:

Want de zaak zelf die nu ‘christelijke religie’ heet, bestond reeds bij de Ouden en is er sinds het begin van het menselijk geslacht altijd geweest. Totdat Christus zelf in het vlees kwam. Toen begon men de ware religie, die reeds bestond, ‘christelijk’ te noemen.’ (Augustinus)

Zie: MiX – de glossy Flexibel geloven

Gerelateerd: De mythe van Christus is een geschenk van de Nijl