‘Het materiële en niet-materiële denken gaan altijd samen’

Socrates en Orunmila

‘In het Afrikaanse denken gaan het materiële en niet-materiële altijd samen,’ zegt filosoof Sophie Oluwole. Zij klopt met de knokkels van haar hand op het houten tafeltje dat voor haar staat, alsof ze het ding tot leven wil wekken. ‘Dat geldt voor het groeien van een boom, maar ook voor deze tafel. Er zit een vorm van levenskracht in, een energie die je niet van de materie kunt scheiden. Dat noem ik complementair dualisme.’ Zij wil het Westen van zijn stompzinnigheid bevrijden.

In het Westen draait alles om ik, ik, ik,’ verzucht Sophie Oluwole. ‘Dat heeft de wereld uit balans gebracht. De westerse gerichtheid op het ik leidt ertoe dat je de ander minder belangrijk vindt en gemakkelijk weg kunt zetten als minderwaardig. In het Afrikaanse denken is het zelf niet gescheiden van andere personen. De hand van een kind kan niet omhoog reiken, maar de hand van een oude man past niet door de hals van een kalebas. Dat betekent dat je elkaar aanvult en nodig hebt.’

Volgens Sophie Oluwole baseert de westerse filosofie zich sinds Socrates op een denkkader waarin de werkelijkheid twee kanten heeft, materie enerzijds en idee of geest anderzijds: materialisten zeggen dat materie superieur is, idealisten zeggen dat de ideeën- of geesteswereld superieur is.

Maar aan welke kant je ook staat, de twee zijn tegengesteld en onverenigbaar. In het Afrikaanse denken gaan het materiële en niet-materiële juist altijd samen.’

Sophie 2De Nigeriaanse filosoof (foto: filosofie.nlwil af van de eeuwige nadruk op religie als het om Afrikaanse denkwijzen gaat. In haar boek Socrates en Orunmila wordt het principe van het complementair dualisme vooral uitgewerkt op basis van een verzameling verzen, mythen, spreekwoorden en andere wijsheden, die in West-Afrika bekend staat onder de naam Ifa.

Iedere filosofie heeft een religieuze basis, ik wil die twee niet scheiden. Maar het probleem is dat Ifa door westerse missionarissen is opgevat als occult bijgeloof. Daardoor heeft niemand in de gaten dat het in feite een wijsgerig systeem is, een encyclopedie van kennis die uit duizenden en duizenden teksten bestaat. Om al die teksten te beheersen is achttien jaar studie nodig, dus ga maar na wat dat betekent.’

Volgens journalist en schrijver Marnel Breure van One World zijn de teksten van Ifa, die al eeuwenlang mondeling worden doorgegeven, opgebouwd en gerubriceerd volgens een zeer vernuftig systeem en maken sinds 2005 deel uit van de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed.

Omdat dit systeem in West-Afrika van oudsher gebruikt wordt als een orakel waarmee de ‘traditionele’ goden geraadpleegd kunnen worden, ligt het voor de hand om een link te leggen tussen het complementair dualisme van Sophie Oluwole en de denktrant van het Afrikaanse animisme.’

Oluwole is het daar niet mee eens, daar het animisme een religieus systeem is waarin voorwerpen en natuurelementen apart worden geplaatst om contact te zoeken met God. De complementaire denkwijze waar zij het over heeft, is van toepassing op de hele werkelijkheid.

Het werk van Oluwole is niet alleen actueel maar ook relevant, in een tijd van botsende culturen, elkaar beconcurrerende religies, vastgeroeste politiek ideologieën en toenemende ongelijkheid. Deze zaken brengen allerlei tegenbewegingen op gang, zoals massale migratie- en vluchtelingenstromen naar de geïndustrialiseerde wereld en de toenemende dreiging van terrorisme, beide voeding gevend aan populistische retoriek.’ (Saskia van der Werf in Socrates en Orunmila)

Een tijdje heeft zij in Rusland en Duitsland gestudeerd waar zij te horen kreeg dat orale traditie geen filosofie is.

Het Westen schrijft voor dat filosofie gebaseerd moet zijn op geschreven teksten.’ Grinnikend: ‘Ik dacht, nou, als jullie dat vinden, dan zal ik daar eens een boek over schrijven! Na het behalen van mijn doctoraat ben ik het Yoruba, de taal waarin de Ifa-teksten zijn overgeleverd, serieus gaan bestuderen. Tot dan toe kende ik het Yoruba alleen als straattaal, maar daarmee kom je er natuurlijk niet.’

Oluwole wil haar inzichten op internet zetten, met een forum erbij voor uitwisseling, want kennis moet gedeeld en verspreid worden. Over de aard van haar inzichten is ze bescheiden: ‘Ik ben geen profeet. Ik onderzoek bestaande Afrikaanse wijsheid en stel anderen in staat die wijsheid ook te ontdekken. Ik wil laten zien wat ongezien is gebleven.’

Zie: Filosoof Sophie Oluwole: ‘Ik wil het Westen van zijn stompzinnigheid bevrijden’

Socrates en Orunmila | Sophie Bosede Oluwole | Uitgeverij Ten Have | 224 pagina’s | 9789025905866 | april 2017 | € 19,99 | E-book € 12,99
Filosoof Sophie Oluwole deelt haar wonderbaarlijke ontdekkingen over de Afrikaanse filosoof Orunmila, die leefde ten tijde van Socrates. Beide filosofen hebben zelf geen woord op papier gezet. Hun werk vertoont opvallende inhoudelijke overeenkomsten en interessante verschillen. Aan de hand van deze denkers beschrijft Oluwole hoe de Afrikaanse en westerse filosofie allebei een andere weg zijn ingeslagen. Bovenal toont ze aan dat de menselijke behoefte aan filosofie universeel is. (Ten Have)

Sophie Oluwole (1935) staat bekend als een invloedrijke en tegendraadse filosoof. In 1984 behaalde de Nigeriaanse, als eerste in Sub-Sahara Afrika, een doctoraat in de wijsbegeerte. Sindsdien publiceerde ze een groot aantal boeken over het onderwerp dat haar steeds nauwer aan het hart is komen te liggen: de verborgen en vaak miskende rijkdom van klassieke Afrikaanse denkwijzen. (One World)

De mens, zijn illusies en waandenkbeelden

blindemannetje (1)

‘In de grote leegte waarin we ons bevinden zijn we niet alleen. Er is de natuur, de fauna en de flora en er zijn vooral onze tijdgenoten met wie we dit alles delen. Het hoger menstype voelt zich één met alles en allen. In die verbondenheid worden we samen God. De evolutie begon met de aap, leidde tot de mens en uiteindelijk wordt God gecreëerd.’ Dat zegt emeritus hoogleraar jeugdcriminaliteit en radicalisering aan de Radbouduniversiteit Nijmegen, Juliaan van Acker, bij TPO.

In zijn artikel richt hij zich op gedrag en op het aanpassingsvermogen dat de mens verder verwijderd van de aapachtigen. Hij gaat in op de invloed van interne en externe factoren waardoor de mens ‘wordt geleefd’ in plaats van zelf het heft in handen te nemen. Onderzocht wordt welke illusies en waandenkbeelden de mens weten te bekoren.

Dit geldt niet alleen voor de religie en de politiek, want ook de wetenschap en de technologie heeft een betoverende invloed.’

Ten slotte onderzoekt Van Acker wat een hoger menstype zou kunnen zijn. Hij stelt dat mensen lange tijd hebben gedacht dat de moraal werd geopenbaard door een Hoger Wezen en zo de religies ontstonden.

Nu weten we dat de moraal verzonnen is door mensen zelf, want afhankelijk van de cultuur kan de moraal sterk verschillen. In hun wanhoop om de religies te verdedigen zeggen de adepten dat alle religies de liefde voor de naaste verkondigen. Als dat zo is, dan hebben we geen religies nodig, maar een soort Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Hier is het niet een Hoger Wezen dat de rechten heeft afgekondigd, maar een groep mensen die pretenderen voor anderen te kunnen spreken. Waar zij die autoriteit dan vandaan halen is een legitieme vraag. Het gevolg hiervan is dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens nogal vrijblijvend is en de mensen niet echt inspireert.’

Zolang mensen denken dat God de geboden heeft geopenbaard, zo vervolgt Van Acker, wordt de moraal met de nodige magie omgeven, zodat de mensen op een of andere manier geraakt worden door iets wat hen te boven gaat.

Dit zijn allemaal illusies en waandenkbeelden die niet hebben verhinderd dat de primitieve territoriumstrijd en de oorlog van allen tegen allen nog steeds doorgaan, zowel in het gezin, de maatschappelijke instellingen, de bedrijven, de politieke partijen, de religieuze sekten als tussen etnische groepen en landen.’

Van Acker stelt dat een ander kwalijk gevolg van vooral de christelijke religie en de daaruit voortvloeiende ideologie van de Rechten van de Mens de nivellering is die in de samenleving is ontstaan.

Het christendom en de Rechten van de Mens dicteren ons dat we voor de zwakkeren moeten zorgen. Die moraal is voortgekomen uit gevoelens van wrok. De zwakkeren kunnen zich slechts tegen de sterkeren verdedigen door hun deugden als ondeugden te definiëren en hun zwakten als deugden: trots en vermetelheid zijn slecht; deemoed, medelijden en gehoorzaamheid zijn goed. De sterkeren beoordelen hierdoor zichzelf vanuit de positie van de zwakkeren. Dit gaat in tegen het belangrijkste evolutionair principe.’

Van Acker stelt dat noch van het christendom, noch van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens we verwachten kunnen dat ze bijdragen aan de evolutie hogerop van de mensheid.

Nog schadelijker noemt Van Acker de religies die van de volgelingen totale onderwerping eisen of politieke ideologieën die tot uniform gedrag leiden.

Zij ontnemen de mensen hun vitaliteit en scheppingskracht en daarmee de mogelijkheid tot een hogere ontwikkeling. Ook het liberalisme kan het aapachtige in de mens aanwakkeren, maar dan in een ‘beschaafde’ vorm onder de noemer van meedogenloze competitie en uitbuiting.’

Van Acker vraagt zich af of we de ontkerkelijking en de secularisatie die meer en meer het huidige tijdperk kenmerken, zouden kunnen beschouwen als een vooruitgang in de menselijke ontwikkeling.

De Verlichting heeft veel mensen al bevrijd van de magie en van religieuze waandenkbeelden. Maar leven we nu niet in de ban van een andere magie? De magie die de wetenschap en de technologie hebben gebracht. Dat laatste is een magie die niet erg opvalt. Het gaat om een soort welzijn, gemak en comfort waardoor de mensen in slaap worden gesust. Friedrich Nietzsche noemt dit ‘het verachtelijk soort welzijn waarvan kruideniers, christenen, koeien, vrouwen, Engelsen en democraten dromen.’ 

De emeritus hoogleraar stelt dat willen we ontdekken waar een hoger menstype te vinden zou zijn, dat we dan verder moeten kijken dan religie en verder dan wetenschappelijke kennis en technologische mogelijkheden.

We kunnen respect hebben voor de diep religieuze mens, maar niet voor zijn waandenkbeelden. We kunnen respect hebben voor de wetenschappers en voor diegenen die prachtige technologische innovaties creëren, maar hun producten kunnen evengoed tot nog verschrikkelijker oorlogen en tot verdere vernietiging van de planeet leiden.’ 

Niemand, zo vindt Van Acker, mag bepalen hoe de mens zich moet gedragen, ook niet de hoogste religieuze of politieke instantie. Vervolgens schrijft hij over het hogere menstype dat openstaat voor de oneindigheid: een oneindigheid die zowel de kosmos betreft als zijn innerlijk zelf.

Noch de religie, noch de politiek, noch de economische behoeften leggen deze mens een dwangbuis op. De hoger ontwikkelde mens bepaalt zelf hoe hij met deze invloeden omgaat. Een eerste vereiste is dat hij afstand kan bewaren, zodat hij controle kan verwerven. Een andere vereiste is een fundamenteel kritische houding die nooit wijkt voor dogmatiek, voor politiek-correct denken of voor uniform denken, ook niet voor wat het zogenaamde ‘gezond verstand’ dicteert.’

Zie: De wereld heeft geen doel: ene mens is meer aap dan andere mens

Beeld: niet-weten.nl