Religieuze leiders in de ziel kijken

DSCF5629

Impressie van een preview – Kijken in de ziel gaat maandag zijn laatste editie in. Volgens Coen Verbraak is dit programma erg aards bezig geweest en wilde hij het nu eens hogerop zoeken, want sinds de mens bestaat heeft hij zich omringd gevoeld door het Hogere. Een uitnodiging van de NTR voor een preview van het Hogere sla je niet snel af en zo kwam ik, gisteren in de Desmet Studio’s in Amsterdam, naast een van de geïnterviewden te zitten, baptistenpredikant Orlando Bottenbley, die zich vriendelijk voorstelde. In een verwachtingsvol gezelschap keken we naar de eerste twee uitzendingen.


Sinds de mens bestaat heeft hij zich omringd gevoeld door Het Hogere. God, Jahweh, Allah, Brahma… ze zijn voor miljarden mensen nog steeds het richtsnoer van hun bestaan. Wat is ‘geloven’ precies? Bestaat God echt? En als hij almachtig is, waarom laat hij dan zoveel ellendige dingen toe? Wat gebeurt er met ons als we sterven? Is het bestaan op aarde vooral bedoeld als examen voor de hemel? En hoe komt het dat mensen in naam van religie soms de gruwelijkste dingen doen?’ (NTR)


De afleveringen vlogen flitsend voorbij, en dat kwam doordat alle geïnterviewden snel afwisselend het woord kregen. Ze kwamen van allerlei religieuze huize. Een Boeddhistische leraar, een rabbijn, en zelfs een opperrabbijn, een predikant, de hulpbisschop van Roermond, een baptistenpredikant, twee imams, een Hindoepriester, een rooms-katholieke zuster en een bevindelijk-gereformeerde. Direct viel op hoe uiteenlopend de visies waren. Niet alleen door de inhoud van de levensbeschouwing, maar ook door waar de leiders staan in het spectrum van conservatief naar iets progressiever.


In deze laatste serie van Kijken in de ziel praat Coen Verbraak in 6 afleveringen met 12 religieuze leiders, waarbij rabbijnen, imams, dominees, zenboeddhisten, een bisschop, een katholieke zuster en een hindoepriester zich buigen over de grote vragen van het bestaan. (NTR)


Verbraak stelde goede vragen, was ad rem, gaf ruimte, was soms oprecht verbaasd, of maakte een grapje en dat maakte de uitzending vloeiend. Er was een zuster die een hoofddoek ophad die je ook wel bij moslima’s ziet. Ze vond het vreemd dat ze soms met mevrouw werd aangesproken, maar in deze tijd kennen weinig mensen nog zusters en wel moslima’s en dan is het natuurlijk al gauw ‘mevrouw’. Het ging bij een andere leider over de Oerknal en professor Dijkgraaf wiens wetenschap ‘onwijs’ werd gevonden: ‘dat ie dat gelooft!’.

Zeer serieus spraken sommigen leiders zich uit, waarvan er een al rond 2030 het einde der tijden verwacht en de ander nu al medelijden had met de verdoemden die Jezus niet volgden. Dat loopt voor hen niet goed af. Hij vond het triest die mensen te zien. Het Boeddhisme werd wel een religie genoemd. Een opperrabbijn legde uit dat hij een keppel draagt om zich te herinneren dat daarboven God is. Hij had ook nog een hoed op, misschien bedoeld om God goed bij zich te houden? Over de gebruiken van de joden ging het. Iemand had een buurman-goj ingehuurd om tijdens de sabbat het licht aan te doen, want dat mogen joden niet. Tegenwoordig maken joden van steeds meer elektronica gebruik voor zowel het automatisch openen van de koelkast op bepaalde tijden, alsook om de verlichting aan en uit te laten doen. Sommige rabbijnen vertrekken al een dag eerder met de auto om ergens de volgende dag – als ze niet mogen rijden – te kunnen preken. Het Hogere stelt soms hoge eisen.


Nico Tydeman (Boeddhistisch leraar), Marianne van Praag (rabbijn), Binyomin Jacobs (opperrabbijn), Claartje Kruijff (predikant en ritueelbegeleider), Everard de Jong (hulpbisschop van Roermond), Orlando Bottenbley (baptistenpredikant), Abdulwahid van Bommel (imam), Ashis Mathura (hindoepriester), Azzedine Karrat (imam), Jotika Hermsen (Boeddhistisch leraar), Madre de Maria Anima Christi (rooms-katholiek zuster) en Floris van Binsbergen (bevindelijk-gereformeerd predikant) spreken met Coen Verbraak over gevoelige onderwerpen zoals euthanasie, abortus en homoseksualiteit. (NTR)


Katholieken bidden de rozenkrans zelfs wel eens in de auto, verklapte de hulpbisschop. Dat leek Verbraak toch wel een beetje link. Als ik het goed beluisterde, kwam er wel eens eentje tegen de vangrail. De leiders kregen de vraag of en hoe ze bidden. Is uw werk een vak of een roeping, wilde Verbraak ook weten en door wie werd u dan geroepen? ‘Dan wilt u zeker horen dat God mij riep,’ reageerde een leider en liet dat verder in het midden. Over de heilige schriften werd gezegd dat ze deels letterlijk genomen worden, maar ook deels als metafoor gezien. De imams waren wars van IS, dat had niets te maken met de islam.

Imam_Azzedine_Karrat ©NTR-Lilian_van_RooijImam Azzedine Karrat © NTR-Lilian van Rooij – Kijken in de ziel: Religieuze leiders

En zo schoten de eerste twee uitzendingen snel alle kanten uit, soms in zeer ernstige toon, soms breeduit lachend. Ik doe er hier slechts summier verslag van. De uitzendingen zullen de kijker zeker positief verrassen. De leider die het einde der tijden verwachtte rond 2030 zat in de zaal en zijn telefoon ging luid af. Hij kon dat ding natuurlijk niet uitzetten, stel dat hij een vervroegde afkondiging van Het Einde zou missen. Al met al boeiende en flitsende uitzendingen. Veelbelovend voor de andere vier uitzendingen die binnenkort in een reeks van zes van start gaan.

Eén gemiste kans, moet ik melden. Het was interessant geweest en juist in dit tijdsgewricht best passend, als er, niet direct een atheïst, maar toch wel een religieus humanist bijvoorbeeld, voor deze serie zou zijn gevraagd. Iemand met een positief, naturalistisch geloof, een ‘gewoon geloof’, zoals de Amerikaanse filosoof John Dewey het noemde, of een ‘humanistisch geloof’, zoals filosoof en psycholoog Erich Fromm dat formuleerde.

Foto: Coen Verbraak in Desmet Studio’s in zijn voorwoord van de preview (PD)

Kijken in de ziel – Religieuze leiders, vanaf 23 juli, 21.10 uur NPO 2

Advertenties

Promoveren op Jezus als Zoon van God

Fourth_ecumenical_council_of_chalcedon_-_1876

Filosoof en theoloog Geurt Roffel stelt dat wie in de diversiteit aan interpretaties tot een eigen antwoord wil komen op de vraag of Jezus de Zoon van God is, in gesprek moet gaan met anderen. Hij gaat dit gesprek aan door de interpretaties te onderzoeken die zes internationaal toonaangevende christologen geven van de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’. Dat doet hij op twee elkaar aanvullende manieren, die hij ontleent aan de filosofen Hans-Georg Gadamer en Jacques Derrida.


De eeuwige Koning Christus vroeg aan Zijn leerlingen, voordat Hij aan Petrus, de zoon van Johannes, het bestuur van de Kerk beloofde, wat de mensen en wat zij, de apostelen zelf, van Hem dachten, en prees toen op heel bijzondere wijze het geloof, dat over iedere aanval en stormloop van de helse macht zou zegevieren en dat Petrus, helder verlicht door de hemelse Vader, had uitgesproken met deze woorden: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ (Mt. 16, 16) (rkdocumenten.nl)


Volgens theoloog Tjerk de Reus gaat het debat over de vraag wie Jezus is, altijd weer verder en luistert Roffel naar verschillende visies. Hij schreef het boek En wie ben ik volgens jullie?, gebaseerd op zijn proefschrift – waarmee hij 28 juni promoveerde – over de vraag of Jezus de Zoon van God is. Het vertrekpunt van Roffels studie ligt ver terug in de geschiedenis, ruim vijftienhonderd jaar.

Ik begin bij het concilie van Chalcedon, gehouden in het jaar 451. Daar ging het om de vraag hoe in Jezus het goddelijke en het menselijke kunnen samengaan. In feite sluit ik aan bij het gesprek van destijds, met gesprekspartners uit het heden. Ik vind niet dat we leeruitspraken van het verleden moeten verheffen tot absolute waarheid, maar je moet je er wel toe verhouden, als je vandaag wilt nadenken over wie Jezus was.’ (Roffel)


Om Chalcedon te begrijpen is het nodig te weten dat er in die tijd een sterke opvatting heerste, met name in Constantinopel en Antiochië, dat de twee kanten van Jezus, de goddelijke en de menselijke, sterk van elkaar onderscheiden konden worden. Men zag in Jezus een groeiproces, waarbij het menselijke zich in zijn leven steeds meer naar het goddelijke heeft gevoegd. Wie deze opvatting niet deelden waren bang dat Jezus zo in twee personen werd opgesplitst. Zij beklemtoonden vooral diens eenheid en gingen er vanuit dat die al vóór de geboorte, bij de conceptie, tot stand was gekomen. Vertegenwoordigers van deze stroming waren vooral in Alexandrië te vinden. (Trouw)


geurt-roffel Copyright © 2018. PKN Classis Apeldoorn

Volgens de Rijksuniversiteit Groningen koos Geurt Roffel (foto) voor de hoofdtitel ‘En wie ben ik volgens jullie?’ omdat daarmee het uitgangspunt een persoonlijke vraag van Jezus aan een gemeenschap van mensen is; Jezus stelde deze vraag immers aan zijn leerlingen.

Dat vraagt zowel om een individueel antwoord, als om verbinding van dat antwoord met anderen die ook antwoorden op de vraag.’ (Roffel)

Bij elk van de zes christologen geeft Roffel, volgens De Reus, weer hoe hij hun interpretaties van de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’ aan de hand van Gadamer ofwel Derrida heeft geanalyseerd, en wat zijn kanttekeningen daarbij zijn.

De manieren waarop beide filosofen teksten interpreteren, hebben volgens Roffel hun sterke en zwakke punten – die komen in zijn proefschrift aan de orde – maar helpen hem om in het slothoofdstuk resultaten uit de eerdere hoofdstukken bijeen te brengen en te structureren tot een coherente eigen visie op de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’.’


Dat Jezus een ‘wezenseenheid’ met God is, zoals Chalcedon verwoordt, betekent een ‘vergaande verbondenheid’ tussen Jezus en God, aldus Roffel. Hij vindt Chalcedon een geslaagde poging om het geloof in Jezus Christus te belijden, omdat in deze verbondenheid ‘twee onverenigbare uitersten’ zijn samengekomen. ‘Enerzijds worden God- en mens-zijn niet vermengd, noch veranderd en staan zij op zich. Anderzijds zijn ze zo hecht verbonden dat ze niet te scheiden zijn en ook niet te delen. De afstand is zowel onoverbrugbaar groot als onvoorstelbaar klein.’ (vroegekerk.nl)


Toen Roffel Derrida’s werkwijze navolgend, met veel afstand naar de verschillende visies keek, zag hij waar hij zich te gemakkelijk door elk van de christologen had laten overtuigen.

Ik bekeek welke alternatieven zichtbaar werden als ik er met meer afstand over nadacht en moest mezelf dwingen om mijn voorbehoud onder woorden te brengen en te beargumenteren, en tegen de theologen in te denken. Zo ontstaat ruimte voor een eigen visie, die ik in het slothoofdstuk uitwerk. Het mooie aan het hele proces vind ik dat juist pluraliteit kans biedt op verbinding, omdat iedereen in gesprek eigen visies kan ontwikkelen.’ (Rijksuniversiteit Groningen)

enwienenikvolgensjullie

Het prettige van Roffels studie vindt De Reus zijn inclusieve manier van denken: hij ziet geen enkele reden om neer te kijken op de christelijke traditie der eeuwen en de vroege concilies, maar hij neemt ook hedendaagse vragenstellers serieus. Bij die vragenstellers hoort hijzelf ook, zoals hij in de inleiding van zijn boek aangeeft.

De Reus vindt het opvallend hoezeer dit door het hele boek een persoonlijke toonzetting oplevert. ’Ik wilde niet alleen op een rijtje zetten wat die zes theologen vinden’, licht Roffel toe. ’Het schrijven van mijn boek was voor mij in zekere zin een oefening in ‘overgave’ aan een ander, aan denkbeelden en inzichten die mij worden aangereikt.’

En tegelijk wilde Roffel, volgens De Reus, zich ‘overgeven’ aan datgene wat je niet begrijpen kunt. Met die persoonlijke toon sluit Roffel zijn boek ook af. Jezus leefde in zo’n unieke verbondenheid met God, constateert hij, dat hij 2000 jaar na dato nog steeds door vele christenen wordt aangeduid als de Zoon van God. ‘Ook door mij’, besluit Roffel.

Zie:
Is Jezus de zoon van God, of was hij een bijzonder mens? (Tjerk de Reus)
* ‘Met meer tijd had Nestorius Chalcedon kunnen accepteren’ (De Vroege Kerk)
* En wie ben ik volgens jullie? (Rijksuniversiteit Groningen) 

Beeld: Het Vierde Oecumenische Concilie in de Sint-Eufemiakerk in Chalcedon, 451 – Een schilderij door Vasily Surikov

Foto Geurt Roffel: Copyright © 2018. PKN Classis Apeldoorn