Bevrijd van de bezetting door het godsidee

Godsidee

‘Het mysterie van bewustzijn en kosmos wordt bevrijd van de bezetting door het godsidee. Het mysterie komt vrij in de oorspronkelijke, want onherleidbare dimensies van ons bestaan: ruimte, tijd en bewustzijn en in mijzelf en in de medemens als mededrager van dat mysterie. Deze dimensies bevatten, omvatten en constitueren mijn bestaan en zijn het ultieme dat past bij het hedendaagse denken over de werkelijkheid.’

Aan het woord is filosoof Arnold Ziegelaar in het artikel Het wonder van de werkelijkheid. Hij houdt een pleidooi voor een derde weg tussen godsgeloof en natuurwetenschappelijke reductie: een non-theïstische, aardse mystiek, die openstaat voor het wonder van de werkelijkheid.

Je kunt feeling hebben voor het wonder van de natuur zonder in God te geloven. Religieuze gevoeligheid en atheïsme sluiten elkaar niet uit. Voor de atheïst staan meer opties open dan een koud nihilisme. De natuur is grootser dan de natuurwetenschap. Natuurwetenschap verklaart verschijnselen binnen de natuur, maar put haar volheid daarmee niet uit. En bovenal: de natuurwetenschap verklaart niet waarom er überhaupt natuur is.’

Ziegelaar herdefinieert eigenlijk de schijnbare tegenstelling van atheïsme en religiositeit, waarbij religiositeit verlangen en streven naar zingevende innigheid met het ultieme is. Het ultieme is dan het meest diepe of oorspronkelijke niveau van de werkelijkheid. Het hangt van de specifieke inhoud van dit ultieme af of men atheïstisch is of niet. Atheïsme is de stelling dat er geen God als transcendente, persoonlijke schepper van de kosmos, bestaat.

Maar als het ultieme gedefinieerd wordt als (Bewust-)zijn, Leegte, Tao, Natuur of het Idee, dan kan een atheïst religieus zijn. Elke conceptie van het ultieme definieert een eigen soort religiositeit. De crisis van het theïsme is dus niet noodzakelijk een crisis van de religiositeit als zodanig. De levensbeschouwelijke vraag van vandaag is of er een ultieme gedacht en ervaren kan worden dat eigen is aan de levensbeschouwelijke situatie van nu.’

De filosoof heeft het over de crisis van het theïsme. De wegen naar God zijn onbegaanbaar; godsargumenten hebben geen bewijskracht; het godsidee is geen waarborg voor het bestaan van God buiten dat idee; God wordt vervangen door natuurwetenschappelijke verklaringen. En het zinloos lijden in de wereld is in tegenspraak met het bestaan van een liefdevolle, morele God. Hiermee verklaart Ziegelaar de opkomst en groei van het atheïsme.

Blijven echter de grondvragen waarom ‘er iets is en niet eerder niets’ en waarom ‘er iets voor mij aanwezig is en niet eerder niets’. Op het eerste waarom is het antwoord: dit is het bestaansmysterie: waarom er überhaupt een natuur is. Het tweede verwijst naar bewustzijn: dat er iets voor mij aanwezig is.

De fysica verklaart verschijnselen binnen de natuur, maar verklaart niet waarom er überhaupt een natuur is. Dit is het bestaansmysterie. De fysica verklaart ook niet waarom er openheid voor die natuur er is, waarom er iets voor mij aanwezig is. Bewustzijn verzet zich tegen inlijving in het begrippenstelsel van de fysica. Dit is het zijnsmysterie.’

Bewustzijn creëert de natuurlijke werkelijkheid niet, stelt Ziegelaar, maar is dat waaraan zij zich openbaart. Verder lijkt de fysische werkelijkheid noodzakelijk voor bewustzijn, want een bewustzijn dat zich nergens van bewust is, is geen bewustzijn. Ook kunnen we volgens de filosoof niet uitsluiten dat specifiek fysisch bestaan een noodzakelijke voorwaarde voor bewustzijn is, zonder er een voldoende voorwaarde voor te zijn.

Bewustzijn, zo stelt de filosoof, is door sommige denkers opgevat als een argument voor het bestaan van God: het zijnsmysterie wordt dan ingezet voor het theïsme.

Bewustzijn is echter geen bewijs dat God bestaat. Als God bestaat, dan is er bewustzijn, maar niet andersom. Bewustzijn kan immers een oorspronkelijke dimensie zijn die niet afleidbaar is uit iets anders. Bewustzijn is eigen aan God als hij bestaat, maar we kunnen bewustzijn niet uit God verklaren voor zover God nog iets anders is dan bewustzijn. Het zijnsmysterie kan niet met een Godsidee worden doorgrond.’

We weten niet zeker of het bewustzijn inderdaad een noodzakelijke voorwaarde heeft in fysische processen, stelt Ziegelaar ten slotte.

Het bewustzijn als openheid voor ruimte, tijd, medemens en als voorwaarde voor de dood, geeft zijn gronden niet aan ons mee. We zijn een voorwaardelijke openheid die haar voorwaarden niet (volledig) kent. In die openheid kunnen we echter wel contemplatief worden en ons verwonderen, verbijsteren en gelukkig prijzen dat we delen in het mysterie van bestaan en zijn.’

Zie: Het wonder van de werkelijkheid (Bron: Tijdschrift voor geestelijke leven,  4, 2018, Nabije vreemden. Themanummer over gelovigen en ongelovigen in gesprek.) (De Bezieling)

Beeld: thedayofthelord.hatenablog.com

Arnold Ziegelaar studeerde theoretische fysica en wijsbegeerte aan de universiteit van Leiden. Thema’s die de filosoof in het bijzonder interesseren, zijn: natuur, religie, kunst, goed en kwaad, zingeving en bewustzijn. In 2015 kwam zijn boek Aardse mystiek, een inleiding in de filosofie verwondering uit bij ISVW uitgevers. In 2016 verscheen Oorspronkelijk bewustzijn. Zie zijn pagina ‘Publicaties’.

Advertenties

Religie, humanisme, en de mystieke ervaring

portal-mirror-apofyliet.nl

Abraham H. Maslov was een humanistisch psycholoog die religieuze (top)ervaringen bestudeerde vanuit de gezonde ontwikkeling van de mens. Hij vatte die op als mystieke ervaringen, losstaand van enige religie en die voor kunnen komen bij zowel religieuze als niet-religieuze mensen. Hij schreef Religie en topervaring. Dit boek, uit 1964,  blijkt nauwelijks aan actualiteit te hebben ingeboet, zo visionair was al het in die tijd.

Het bijzondere van Maslov (1908 – 1970) is dat hij inderdaad, zoals H.C.J. Duijker in het voorwoord schrijft, een essay schreef als ‘pleidooi voor een niet-dogmatische, onbevangen, realistische bezinning op de mens en zijn mogelijkheden’. In deze tijd van eindeloze discussies over seculariteit en religie, schreef Maslov meer dan vijftig jaar geleden over topervaringen, en haalde ze uit het beperkende straatje van religieuze of mystieke ervaringen.

Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, bv. in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende. Het gaat om het besef deel te zijn, zich als deel te ervaren van een ruimer geheel in tijd en ruimte: we zijn een deel van de geschiedenis en dragen het leven verder doorheen generaties, en zijn deel van deze planeet en van een gigantische kosmos.’ (Uit: Herstelrecht tussen toekomst en verleden, red. Lieven Dupont, blz. 172)

Topervaringen
Ieder mens, religieus of niet, kan topervaringen (ook wel piekervaringen genoemd) meemaken. Maslov maakt het woord ‘religieus’ los van zijn begrensde ‘samenhang met het bovennatuurlijke, kerken, rituelen, dogma’s, beroepsgeestelijken, enzovoorts. Hij past het in principe toe op heel het leven. Maslov noemt godsdienst in die zin dan ook een geestesgesteldheid die men in iedere levensactiviteit kan bereiken. Een atheïst zou ook een ‘religieuze ervaring’ kunnen doormaken. Maslov verhaalt bijvoorbeeld van een overtuigd marxiste die echter een echte topervaring wel moest ontkennen, omdat deze ervaring in strijd was met heel haar materialistisch-mechanische levensfilosofie.

Maslov noemt topervaringen eerder een kenmerk van gezondheid dan een van een neurose of psychose. Ze kunnen pathologisch zijn, stelt de humanistisch psycholoog, maar ze zijn dit vaker niet dan wel: ‘ze moeten vaker hoog gewaardeerd dan gevreesd worden’. Hij wil aantonen dat ‘geestelijke waarden een natuurlijke betekenis hebben, dat ze niet het uitsluitend bezit van georganiseerde kerken zijn’. Die geestelijke waarden vindt hij behoren ‘tot de algemene verantwoordelijkheid van heel de mensheid’. Het geestelijk leven lijkt eerder alleen maar tot het terrein van de georganiseerde godsdienst te behoren. Maslov zet zich hier met kracht en argumenten tegen af.

Wetenschap en religie
D
e psycholoog stelt dat er iets aan het veranderen is, zowel binnen de wetenschap als binnen de religie. De wetenschapsbeoefenaar gaat hierdoor ‘minder bekrompen’ naar religieuze vraagstukken kijken. De wetenschap maakt zich los en onafhankelijk van de georganiseerde religie, en er ontstaat een nieuw type humanistische wetenschapsbeoefenaar die ‘bestrijdt dat de gevestigde godsdiensten de enige arbiters zijn in alle vraagstukken van geloof en zeden’. Voor gelovigen, maar natuurlijk ook voor ieder ander mens, pakt dit positief uit en wordt er niet meer slechts vanuit religieus oog- en standpunt naar hen gekeken. De wetenschap kan, onafhankelijk, vragen beantwoorden van mensen die topervaringen meemaken.

Dit is dan ook van belang voor atheïsten. Immers, wat moeten zij met hun topervaringen als die alleen maar mogelijk zouden zijn binnen een religieuze context? ‘Religieuze antwoorden zouden zij moeten verwerpen,’ zo stelt Maslov. En dat is wat Maslov nu juist niet wil. Hij wil voorbij de religieuze beperkingen. 
Nu ook de wetenschap er open voor staat, kunnen religieuze- of topervaringen bekeken worden als ‘diep geworteld in de menselijk natuur’ en dus wetenschappelijk worden bestudeerd. Zonder de beperkingen van de georganiseerde religie. Maslov: ‘Wij kunnen thans bestuderen wat in het verleden gebeurde en toen slechts in bovennatuurlijke termen verklaarbaar was.’ Mensen met allerlei top- en transcendente ervaringen konden vanaf toen ook beter terecht voor hulp en erkenning. Daarvòòr hielden zij zich veelal bezig met het afweren van hun ervaringen, waarvan ze vaak niets snappen of weten wat er binnen in henzelf gebeurt.

Verlichtingen
M
aslov stelt ook dat door onderzoek van topervaringen wij de gegronde hoop mogen koesteren dat ‘wij meer zullen begrijpen van de grote openbaringen, bekeringen en verlichtingen, waarop de georganiseerde godsdiensten gebaseerd zijn’. Hij laat onder andere hiermee zien, dat hij religie niet afschrijft, maar ook de moeite waard is te bestuderen. Er ontstaat een toenemende mogelijkheid tot het samengaan van religieuze en niet-religieuze visies, vooral ook dat ze niet zo veel van elkaar hoeven te verschillen. We zullen de mens niet langer in enge hokjes hoeven zetten, maar erkennen dat menselijke ervaringen en ideeën zowel religie als het secularisme overstijgen.

De psycholoog zegt hierover dat met ‘onlangs ter beschikking gekomen psychologische gegevens een nieuwe mogelijkheid tot een positief, naturalistisch geloof, een ‘gewoon geloof’, zoals de Amerikaanse filosoof John Dewey het noemde. Of tegenwoordig ook wel: humanistische psychologie. In onze tijd, waarin nog altijd veel verhitte discussies, congressen en symposia plaatsvinden over religie en het seculiere, is dat pure winst. Er is wellicht helemaal niet zo veel verschil tussen mensen. We kijken echter niet ver genoeg, te veel nog naar verschillen en te weinig naar overeenkomsten.

religieentopervaringmaslov

Vrijzinnig godsdienstigen en non-theïsten
M
aslov maakt melding van het feit dat vrijzinnig godsdienstigen, maar ook de non-theïsten, te veel de nadruk leggen op kennis van de onpersoonlijke wereld. Het gaat hen slechts om rationele kennis en zij laten het irrationele, het anti-rationele, het niet-rationele, links liggen. ‘Zij ruimen in hun systemen geen fundamentele plaats voor het geheimzinnige, het onbekende, het onkenbare, het gevaar opleverende weten of het onuitsprekelijke’. Hij heeft het dan ook onder meer over het feit dat zij ook voorbij gaan aan ‘ervaringen van overgave, van eerbied, van devotie, van toewijding, van nederigheid en offervaardigheid, van ontzag en het gevoel van kleinheid’. Dit noemt hij naast het feit dat die ervaringen veel als ‘lager’ of ‘niet goed’ worden beschouwd, dat ‘inexacte, onlogische, metaforische, mythische, symbolische, tegenstrijdige, dubbelzinnige en ambivalente’. (Zie als actueel voorbeeld een brief van het Humanistisch Verbond.)

God als het ‘Zijn zelf’
Wanneer Maslov zegt dat ‘als God gedefinieerd wordt als het ‘Zijn zelf’; als het ‘integratieprincipe in het heelal’; als ‘de zinrijkheid van de kosmos’ of op een andere niet-persoonlijke wijze, waartegen zullen de atheïsten dan nog vechten?’
Hij zet dit naast de gedachte van theoloog en filosoof, Paul Tillich, in zijn formulering van godsdienst als ‘bekommering om uiteindelijke zaken’.
Maslov formuleert de humanistische psychologie op dezelfde manier en stelt vervolgens de vraag wat dan nog het verschil is tussen een gelovige in het bovennatuurlijke en een humanist. Voor Maslov mogen verschijnselen als mysterie, dubbelzinnigheid, gebrek aan logica, tegenstrijdigheid, mystieke en transcendente ervaringen, geacht worden geheel binnen het domein der natuur te liggen. Ook het onverklaarde en op het ogenblik onverklaarbare, ESP [buitenzintuiglijke waarneming, PD] vallen hieronder.


Humanistische psychologie
Maar indien kan worden aangetoond dat de religieuze vragen (die tegelijk met de kerken werden uitgebannen) gerechtvaardigde vragen zijn, dat deze vragen bijna hetzelfde zijn als de diepgaande, ernstige, essentiële problemen van het soort, waarover Tillich spreekt en van het soort, op grond waarvan ik de humanistische psychologie zou willen definiëren, dan zouden deze humanistische sekten veel nuttiger voor de mensheid kunnen worden dan nu het geval is.
Ze zouden inderdaad zeer wel een sterke overeenkomst kunnen gaan vertonen met de gereorganiseerde kerkorganisaties. Het is best mogelijk dat er op de lange duur niet veel verschil tussen hen zou bestaan, indien beide groepen het primaire belang en de realiteit van de fundamentele persoonlijke openbaringen (en hun gevolgen) aanvaarden.
En indien ze het erover eens konden worden al het overige te beschouwen als secundair, bijkomstig, als niet noodzakelijke, niet wezenlijk bepalende kenmerken van religie, zouden ze zich kunnen concentreren op het onderzoek van de persoonlijke openbaringen – de mystieke ervaring, de topervaring, de persoonlijke verlichting – en van het B-kennen [de topervaring, PD] dat daaruit zal voortvloeien. (Uit: Religie en topervaring)


Doorredenerend komt Maslov tot de slotsom dat een van de gevolgen van de aanvaarding van ‘de opvatting van een natuurlijke, algemene, fundamentele, persoonlijke religieuze ervaring is, dat daardoor ook atheïsme, agnosticisme en humanisme hervormd zullen worden’. Genoemde richtingen hebben volgens Maslov godsdienst te veel met kerken vereenzelvigd: ze hebben te veel verworpen.

Beeld: apofyliet.nl