Weergaloos leven zonder religie

Abstract Figurative ballerina dancers painting

De schrijver van Filosofie voor een weergaloos leven, Lammert Kamphuis (1983), werd streng gereformeerd opgevoed. Er was in die tijd ruimte voor levensvragen, alleen… de antwoorden waren in beton gegoten. Vol van woorden als ‘zelfverloochening’, ‘erfzonde’ en ‘oordeel’. Werkelijke antwoorden op zijn levensvragen vond hij in de filosofie. Die bracht hem een enorm gevoel van vrijheid en ruimte. – De kerk blijft blijkbaar nog steeds iets waaruit je moet ontsnappen om weergaloos te leven.

Voor filosoof en theoloog Lammert Kamphuis geldt dat trouwens ook voor sektarische, atheïstische, linkse, kapitalistische, hedonistische en streberige milieus. Hij vindt het gezond om je bewust te worden van de denkbeelden die zich hebben vastgezet in je geest. Weergaloos leven kan je dus ook zonder atheïsme of links gedachtegoed. Maar ook dan geldt dat je je eerst moet losmaken van in beton gegoten antwoorden.

Als voordeel van filosoferen noemt hij het feit dat je beter in staat bent anderen te begrijpen: je leert je eigen overtuigingen te betwijfelen en daardoor meer open te staan voor andermans opvattingen. In zijn boek leert hij je zelfs wat meer op Jules Deelder te lijken, of om in elk geval lekker tegendraads te blijven. Hij waarschuwt er wel voor dat zijn boek geen tienstappenplan is om weergaloos te leven.

Weergaloos in de context van de titel betekent allereerst eenmalig. Je bent namelijk onvoorbereid wakker geworden in de unieke, onherhaalbare uitvoering van jouw eigen leven. Toch kan de filosofie je leven wel degelijk veraangenamen: door je wereld te verrijken door bijzondere perspectieven, door het makkelijker te maken om je in te leven in anderen, door je uit te dagen te experimenteren met nieuwe manieren van denken en handelen, en door je denkvaardigheden aan te reiken die je kunnen helpen beter voor jezelf te zorgen.’

Gelukkig zegt hij ook dat we niet moeten vergeten dat we in de eerste plaats sociale wezens zijn. Hij verwijst hierbij naar het prachtige motto van de Afrikaanse Ubuntu-filosofie dat zegt: ‘Ik ben, omdat wij zijn’.

Kamphuis noemt filosoferen een ‘training in perspectivische lenigheid’: je blijkt vrijer in je denken dan je ooit hebt gedacht. Maar filosoferen geeft geen antwoorden, echter wel de taal die in jou resoneert, waarbij je je thuis voelt. Niet antwoorden, maar vragen helpen je verder in het leven.

filosofievooreenweergaloosleven
D
ick Schinkelshoek van het Nederlands Dagblad voelt zich bij Kamphuis niet zo thuis. Met filosofie alleen red je het niet, is zijn gedachte. Wel heeft Kamphuis een goede pen…

‘… en kan hij met rake typeringen in een paar korte zinnen ingewikkelde filosofische ideeën schetsen. Filosofie voor een weergaloos leven is geen ingewikkeld boek om te lezen, tegelijk komen er tal van diepe en overdenkenswaardige gedachten voorbij. Dat is een prestatie.’

Schinkelshoek noemt de filosofie onder Kamphuis’ essays ‘een gesloten systeem’: misschien wel net zo gesloten als hij zelf de kerk van zijn jeugd ervaren heeft. Hoe de recensent aan deze gedachte komt, blijft onduidelijk. Kamphuis stelt juist dat je systemen moet ontsluiten en moet ontsnappen aan religieuze, sektarische, atheïstische, linkse, kapitalistische, hedonistische en streberige milieus.

Filosofie à la Kamphuis presenteert zich vragend, nieuwsgierig en wars van zekerheden maar kent aan de basis een stel zekerheden die muurvast liggen in een materialistisch soort atheïsme (of op z’n minst agnosticisme).’

Het christelijke Nederlands Dagblad mist duidelijk het geloof bij Kamphuis: ‘Verwacht maar geen genade.’ Als uitsmijter in zijn recensie stelt Schinkelshoek: ‘Religie zonder filosofie wordt dweepziek en dogmatisch, filosofie zonder religie is hooguit een doekje voor het bloeden.’ Dat is een mooie slotzin om nog lang over te filosoferen…

Zie: Filosofie voor een weergaloos leven | Lammert Kamphuis | De Bezige Bij, Amsterdam | 2018 | 256 blz. | € 17,99 | E-book € 9,99 |
Op 27 juni is er een special event in De Kleine Komedie in Amsterdam, waarin huisfilosoof Kamphuis van The School of Life (Amsterdam) je meeneemt langs de meest behulpzame filosofische inzichten. Tijdens dit event word je uitgedaagd om zelf meteen aan de slag te gaan met inzichten en gedachte-experimenten, zodat je nieuwe perspectieven krijgt op je eigen leven.

Zie ook: Filosoof zonder geloof (Blendle – Nederlands Dagblad)

Beeld: Reach beyond limits – Karina Llergo

Advertenties

Geloven in naturalisme of theïsme?

CupolaOfGenesisMosaicArtistItalianC1210SanMarcoVenice

Naturalisme en theïsme worden weleens elkaars tegenpolen genoemd. Volgens de filosofische stroming naturalisme – voortbouwend op het materialisme – bestaat alleen de natuur en het waarneembare als werkelijkheid. Stoffelijke materie is de enige werkelijkheid; alles kan worden uitgelegd in termen van materie en natuurlijke verschijnselen. Het naturalisme ontkent per definitie elke mogelijke bovennatuurlijke activiteit, God of goden. Theïsme is de (godsdienstfilosofische) opvatting dat goden echter wel bestaan, dat er een persoonlijke God bestaat en dat God of goden zich actief bemoeien met de wereld. De gedachte is dat naast het niveau van onze natuurlijke, alledaagse werkelijkheid er ook een bovennatuurlijke werkelijkheid bestaat, los van die natuurlijke werkelijkheid.

Naturalisme
V
olgens het naturalisme wordt de werkelijkheid verklaard uit natuurlijke processen; meer is niet nodig om alles te begrijpen. Bovennatuurlijke invloeden spelen geen enkele rol, ze bestaan niet. Wetenschap en godsgeloof sluiten elkaar uit. Alleen de natuur en het waarneembare als werkelijkheid bestaat en de mens is een deel van de natuur. Het gaat om feiten die vastliggen in de natuur. Het naturalisme stelt bovendien dat gevoelens van liefde, haat, schoonheid, spiritualiteit en dergelijke uiteindelijk slechts chemische reacties zijn.

Deze wetenschap ontkent op die manier God, daar alles immers slechts op natuurlijke wijze verklaard kan worden. Naturalisme staat daardoor op zichzelf als bron van onbetwistbare kennis. Als mensen bevinden we ons in een werkelijkheid waarin blinde natuurlijke processen plaatsvinden. Die verwijzen nergens naar, hebben geen doel of zin. Van bovennatuurlijke invloeden is geen sprake, laat staan van een hogere macht of intelligentie. Als gevolg van deze denkwijze is God een overbodige hypothese en wordt religie weleens een projectie van een wensdroom genoemd.

Volgens kosmoloog Sean Carroll is er slechts één enkele werkelijkheid. Geen afzonderlijke niveaus van het natuurlijke en het bovennatuurlijke: slechts één enkel materieel bestaan. Hij stelt dat wanneer je geïnteresseerd bent in objectieve waarheid, de wetenschap de enige weg is die je gaan kan, en dat wanneer het op feitelijke waarheidsaanspraken over de werkelijkheid aankomt, religies zich tot de wetenschap zullen moeten richten.

De Amerikaanse filosoof Alvin Carl Plantinga stelt dat als naturalisme waar is, dit betekent dat de rede is ontstaan op grond van mechanismen welke gericht zijn op overleving en niet op waarheid of waarheidsvinding. Je denkt kennis over de wereld te hebben, maar je zult nooit ware kennis over de wereld verkrijgen. Naturalisme wordt daarom weleens omschreven als een zelfweerleggend geloofssysteem.

Theïsme
Theïsme wordt wel omschreven als het geloof in een bovennatuurlijke, persoonachtige God, die zich met ieder mens afzonderlijk bezighoudt. Men spreekt soms van een ‘dubbeldekkerstructuur’: naast het niveau van onze natuurlijke, alledaagse werkelijkheid bestaat er ook een bovennatuurlijke werkelijkheid die los staat van die natuurlijke werkelijkheid. God is een bovennatuurlijke entiteit die losstaat van onze alledaagse werkelijkheid en af en toe ingrijpt om de zaken in banen te leiden. Theïsme begon ooit, ten tijde van de Verlichting, als een filosofisch systeem dat gaandeweg het geloof werd dat ook in kerken werd beleden.

Theïsten gaan uit van het standpunt dat men wetenschappelijk niet kan bewijzen dat God bestaat, en dat het geen zin heeft dit te willen doen: men moet ‘gewoon’ in God geloven. Geloven heeft volgens hen niets te maken met de rede, met rationeel en wetenschappelijk denken. Er zijn theïsten die beweren dat gelovigen kennis hebben van morele waarden die anderen zouden ontberen, omdat wetenschap slechts gaat over feiten en het geloof over goed en kwaad. Het leidt vaak tot stevige discussies over God die noodzakelijk zou zijn voor de moraal; dat zonder God er zelfs geen moraal meer is. Bovendien, zo wordt wel beweerd, kunnen we onze eigen moraal, de westerse, alleen maar begrijpen als we de joods-christelijke wortels ervan bestuderen. Anderen, zoals bioloog Frans de Waal, bestrijden dit en zeggen dat de oorsprong van de moraal in onze natuur ligt, niet in religie.

religionscience

Naturalisme en theïsme tegenpolen?
Bij bovengenoemde omschrijvingen van naturalisme en theïsme worden de verschillen duidelijk. Met wetenschap als onderscheid. Maar ook hierin verschillen naturalisten en theïsten. Dan is er geen sprake van onderscheid, maar van aanvulling, al willen sommigen daar weer niets van horen. Vooral in de discussies over creationisme (de opvatting dat ons universum in zes dagen is ontstaan door een Schepper, Adam en Eva de eerste mensen waren en dat dit alles is gebeurd ca. 6.000 – 10.000 jaar geleden overeenkomstig een ‘letterlijke’ lezing van het Bijbelboek Genesis) en de evolutieleer, slaat men elkaar soms met de wetenschap om de oren. Creationisten stellen dat wetenschap bedrijven vanuit het creationistisch denkkader houdbare en wetenschappelijk gefundeerde antwoorden oplevert. De achtergrond hierbij is de vraag of de evolutietheorie en het christelijk geloof met elkaar te verenigen zijn.

Wetenschappers vanuit de evolutietheorie bestrijden vaak de wetenschappelijke kwaliteit van het creationistisch denken. Deze discussie laaide weer op na het verschijnen van het boek En de aarde bracht voort van Gijsbert van den Brink, over christelijk geloof en evolutie. En onlangs verscheen Adam, waar ben je? (En wat doet het ertoe?) van Willem Ouweneel, een theologische evaluatie van de nieuwe evolutionistische hermeneutiek, dat ‘snoeihard’ (Trouw) uithaalt naar Van den Brink en verwante geesten.

En dus bestaat God
V
olgens sommige theologen staan wetenschap en geloof haaks op elkaar, volgens anderen kunnen ze elkaar aanvullen. Er zijn ook wetenschappers die misschien dan niet het bestaan van God willen bewijzen, maar wel argumenten aanvoeren die het bestaan van God tot waarschijnlijk maken. Filosoof Emanuel Rutten schreef er – samen met filosoof Jeroen de Ridder – het boek En dus bestaat God. ‘En dus bestaat God’ klinkt bijna als bewijs, terwijl de auteurs in het boek acht zogenaamde Godsargumenten geven. Zelf zegt Rutten dat er geen sprake is van een Godsbewijs, want ‘bewijzen doe je in de wiskunde en niet in de filosofie’. Rutten zelf spreekt dan ook altijd over ‘rationele argumenten voor het bestaan van God en niet van Godsbewijzen. Hij stelt dat filosofische argumenten voor het bestaan van God laten zien dat het waarschijnlijk is dat God bestaat. De filosoof noemt het conflict tussen geloof en wetenschap een mythe, omdat geloof en wetenschap elkaar juist prachtig aanvullen. Daarnaast zegt hij te geloven dat de rationele weg niet de enige weg is die naar God leidt: Er zijn meerdere wegen om God te kennen: niet alleen het verstand, maar ook het gevoel, de beleving en de ervaring. Geloof en wetenschap kunnen elkaar dus aanvullen. Dan kan je ook zeggen dat naturalisme en theïsme niet zozeer antipoden zijn, maar complementair, geen tegenpolen. Een voorbeeld hiervan zijn de Godsargumenten van Rutten. Volgens de filosoof vormen de rationele argumenten gezamenlijk een cumulatieve casus voor Gods bestaan die vele malen sterker is dan elk argument afzonderlijk. Ze blijven filosofische argumenten en conflicteren niet met wetenschap.

NOMA-model
Naturalisme en theïsme staan weliswaar haaks op elkaar, twee werelden die zich mijlenver uit elkaar bevinden, maar soms naderen ze elkaar als ze zich met elkaar bezighouden: God lijkt dan wel niet wetenschappelijk te bewijzen, maar is dus wel heel goed te beargumenteren. Heel concreet echter blijft, met het naturalisme – vanuit een zuiver wetenschappelijk, verklarend standpunt – God gewoon geen goede theorie te zijn. In een wereld zonder het bovennatuurlijke is geen plek voor theïsme.
Een mogelijke oplossing kan zijn af te stappen van het idee van tegenpolen en naturalisme en theïsme niet langer tegenover elkaar te zetten. Dan komt het zogenaamde NOMA-model in zicht: Niet-Overlappende Magisteria, een idee van evolutiebioloog Stephen Jay Gould, waarin hij spreekt over wetenschap en religie als elkaar aanvullende benaderingen. Naturalisme en theïsme zijn dan met heel verschillende vragen bezig, zonder dat er sprake is van tegenpolen. Naturalisme houdt zich dan met feiten bezig en religie met vragen over ethiek, waarde en doel.
Maar het kan nog anders… Einstein zou een religieus naturalist zijn geweest. Hij geloofde niet in een God die ingrijpt in de natuur, maar wel – in de lijn van Spinoza – dat God zich openbaart ‘in de geordende harmonie van wat bestaat’.

Bronnen o.a: Naturalisme en Theïsme, Piet Wesseling, in En God beschikte een wormEen pleidooi voor naturalisme, Alexander van Biezen, geloofenwetenschap.nl; God, iets of niets, Taede A. Smedes; De Verlichting belicht, Van theïsme tot atheïsme, Karel Poma; En dus bestaat God, Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder;.

Beeld: De koepel van de schepping in de San Marco, Venetie. Mozaiek ca. 1210 AD. (st-impact.nl)

Religion&Science: katholiekforum.net