Filosofische ontmoeting met Spinoza

HanvanRulerPD

Buitengewoon hoogleraar in de Geschiedenis van de Filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Han van Ruler, vertelde woensdagavond in Zaal 3 in Den Haag geestdriftig en met humor over Benedictus de Spinoza. De lezing was georganiseerd door de stichting Nacht van de Filosofie Den Haag: een filosofische ontmoeting met Spinoza. Hij was die dag precies 341 jaar dood. Van Ruler vertelde heel toegankelijk over de mens Spinoza, die kritisch omging met zowel religie als de politiek. Filosofie was daarbij het instrument dat Spinoza vaardig hanteerde. Van Ruler: ‘Iedereen gebruikte Spinoza toen in zijn voordeel, voor- en tegenstanders, net als in deze dagen trouwens’.

Nieuw voor mij was de suggestie van Van Ruler, medevertaler van een van de vele in het Nederlands vertaalde Ethica’s – samen met Corinna Vermeulen – dat de verbanning van Spinoza, in 1656, uit de Sefardische gemeente, wellicht vanwege financiële perikelen geschiedde. Het was niet zeker of het alleen maar verband hield met zijn filosofische ideeën. Het meest bekende verhaal is echter dat de Spinoza zich weigerde te conformeren aan de joodse gemeenschap. Hij was toen 23, en de verbanning moet in die tijd een schok voor hem zijn geweest. Maar hij liet zich er niet door afschrikken.

In de tijd van Spinoza roerde zich vooral vele dominees over de geschriften van Spinoza. Zelf durfde Spinoza het niet aan sommige geschriften van hem onder zijn naam te publiceren, ook de drukker werd niet vermeld. Spinoza bracht wat teweeg. Sommigen wilden zelfs niets meer met filosofie te maken hebben. Spinoza ging veel te ver. Hugenoten echter genoten er zo van, dat ze mede door Spinoza niets meer met religie te maken wilden hebben. Iedereen gebruikte Spinoza voor zichzelf: atheïsten eerden hem als atheïst, maar veel progressieve gelovigen waren enthousiast over zijn nieuwe Godsbeeld – in tegenstelling tot de orthodoxen. Voor beide partijen werd Spinoza een superheld. Anderen zagen in hem een mystieke of rationele held.

De Ethica – die pas na zijn dood verscheen – is een soort theorie van alles, van de werkelijkheid als geheel; Spinoza begon al vroeg met het schrijven ervan. Zijn ideeën handelden over politiek en religie. Voor de filosoof was de Bijbel geen waarheid, maar konden de verhalen erin mensen bijsturen. Voor Spinoza was het een ‘gewoon boek’. Mensen ‘bijsturen’ zag hij ook als taak van de politiek èn de filosofie. Filosofie had de taak de politiek te helpen. Bijbel, politiek en filosofie konden de mensen ‘de goede kant uitsturen’. Spinoza was voor vrijheid van godsdienst en filosofie. Hij vond wel dat godsdienst intolerant kon zijn, maar wilde geen godsdienst verbieden. Hij was ook voorstander van vrijheid van meningsuiting.

Spinoza stelde dat in de wereld niets zelfstandig functioneert: alles is onderdeel van één groots proces. Dat proces noemde hij God, of de natuur. Spinoza had het vooral op kennis: je moet je verstand gebruiken: voor een verstandig mens is een ander verstandig mens nuttig, zo oreerde hij. Spinoza wilde geen onvolledige kennis, maar volledige kennis: daar ging het om. Rationaliteit. Gebruik van de rede was belangrijk voor de filosoof. Hij vond ook dat hoe beter het lichaam van de mens functioneerde, hoe blijer de mens. Hoe zwakker de mens, hoe verdrietiger. En vrijheid? Is het gevolg van verstand. De mens moet zichzelf leren begrijpen, ook door intuïtieve kennis: dat leidt tot tevredenheid met jezelf en de wereld.

Van Ruler bracht voor mij een Spinoza over als serieus religieuze denker, weliswaar afkerig van dogma’s en godsdienst, maar iemand die hartstochtelijk God / de Natuur liefhad. En de filosofie.

Bijeenkomst: Zaal 3, Den Haag, Nacht van de Filosofie met Han van Ruler (21-02-2018)
Foto: Han van Ruler (PD)

Advertenties

Evolutie en de zin van ons bestaan

beeldthuisisdekosmos

Het essay Thuis in de kosmos van godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes ‘scherpt de geest van iedereen die hier wel eens over nadenkt of misschien zelfs mee worstelt. Heerlijk filosofisch leesvoer, niet alleen voor verweesde gelovigen, maar ook voor nihilistische atheïsten.’ Een wervend commentaar van wetenschapsjournalist Govert Schilling. ‘In het onmetelijke heelal is de aarde nergens te vinden en komt de mens net kijken. Dat schuurt soms met de menselijke behoefte aan zingeving. Nergens voor nodig, aldus Smedes.’

Volgens Smedes is er geen enkele wetenschappelijke theorie die de mens in de afgelopen eeuwen zo aan het denken heeft gezet, op zoveel manieren en via zoveel wegen en omwegen, als de evolutietheorie: de natuurwetenschappelijke theorie die de ontwikkeling van het leven op onze thuisplaneet Aarde beschrijft en verklaard. Zijn boek kreeg daarom ook als ‘ondertiteling’ mee: Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan. Het natuurwetenschappelijke verhaal van de evolutie van het heelal en van het leven op Aarde wordt volgens Smedes door religieuze naturalisten en sommige wetenschappers wel het Epos van Evolutie genoemd.

Hoewel de naam van Charles Darwin (1809-1882) helemaal met deze theorie is vergroeid, was het niet Darwin die het idee introduceerde. Het idee dat onze wereld in ontwikkeling is, is veel ouder dan Darwin en gaat terug tot de presocratische filosofen.’ (Uit: Thuis in de kosmos)

Het was volgens Smedes wel Darwin die voor het eerst aan de hand van talrijke observaties beschreef aan welke wetten en mechanismen de ontwikkeling van het leven op Aarde gehoorzaamt.

Bovendien wees hij al heel subtiel op de implicaties die zijn theorie had voor ons wereldbeeld en mensbeeld. Daarmee raakte Darwin een gevoelige snaar in de ziel van de westerse mens.’

Darwins theorie raakt aan alles wat ons dierbaar is, en daarmee ook aan de vraag naar de zin van alles: de zin van het bestaan, de zin van de kosmos, de zin van mijn en van jouw leven. Ik wil in dit essay laten zien wat voor een grandioze visie in het evolutionaire denken besloten ligt. Een visie die in mijn ogen door gelovigen én ongelovigen gedeeld kan worden, en die hen wellicht kan verbinden in een gedeelde visie op de zin van ons bestaan.’ (Uit: Thuis in de kosmos)

De omschrijving vertelt dat het heelal miljarden jaren geleden ontstond. De eerste sterren kregen vorm en uit hun elementen kwamen planeten voort, waaronder onze Aarde. Niet lang na het ontstaan van de Aarde ontstaat er leven, dat evolueert en waarvan ook de mens een product is. Ons lichaam verraadt nog onze herkomst: 90% van de elementen uit onze lichamen is afkomstig van de eerste sterren.

Dit is het Epos van Evolutie, het natuurwetenschappelijke verhaal waarin verteld wordt over hoe de evolutie van het leven op Aarde ligt ingebed in de evolutie van het heelal. Dit Epos is ook een zingevend verhaal. Smedes stelt dat de mens een speciale plaats inneemt als het organisme waarin de kosmos tot zelfbewustzijn is gekomen. Hij formuleert de contouren van een nieuw wereldbeeld en beschrijft de filosofische en ethische implicaties ervan. Een indringend essay dat, geïnspireerd door wetenschappelijke, filosofische en religieuze inzichten, een radicaal andere manier voorstelt om naar mens en wereld te kijken die tegemoetkomt aan hedendaagse existentiële vragen.’ (Uit: Thuis in de kosmos, cover)

thuisindekosmos

Het Nederlands Dagblad vraagt zich in de kritische recensie van Thuis in de kosmos af: stel dat alles toeval is: deze wereld had er niet hoeven zijn, en wij mensen ook niet; er is geen groter plan, geen God die alles bestuurt; dan is alles uiteindelijk zinloos, toch?

Niet waar, zegt theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes. Ook als je de evolutietheorie omarmt tot in zijn uiterste consequentie dat alles toeval is, hoef je niet per se nihilist te worden. Het ‘epos van evolutie’ draagt zin in zichzelf, betoogt Smedes in zijn essay Thuis in de kosmos. Daarmee kiest hij een middenpositie tussen de nihilistische atheïst, die mensen oproept zelf zin te scheppen, en de Godgelovige (christelijk, islamitisch of …) die de zin van zijn bestaan beschouwt als van Boven gekregen.’ (Dick Schinkelshoek, ND)  

Volgens Smedes schreef Darwin ook over de invloed van die theorie op zijn levensbeschouwing: dat de evolutietheorie van hem een atheïst maakte, is een hardnekkige mythe.

En nee, Darwin bekeerde zich niet op zijn sterfbed tot het christendom – ook dat is een mythe. Darwin had weliswaar theologie gestudeerd met als doel predikant te worden, maar had dit niet zozeer gedaan vanuit een innerlijke roeping: het was vooral een vlucht geweest.’

Theologie dus als vlucht, maar het was wel de theologie die hem tot de natuur bracht. In de tijd van Darwin waren veel theologen ‘naturalisten’, dat wil zeggen liefhebbers van de natuur die ook de natuur bestudeerden. De bestudering van de natuur was toen nog niet voorbehouden aan natuurwetenschappers (die benaming bestond nog niet), maar was deels een liefhebberij van theologen.’ (Uit: Thuis in de kosmos)

Thuis in de kosmos Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. |  Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49

Zie voor recensie: Wees heilig, want de evolutie is heilig (Blendle – Nederlands Dagblad)
Beeld: martkinternational.info

De mens als neurologische computer

darwin.ichtus.visje.sticker‘Vernietig de schepper van de dingen, om zodoende het oneindige universum te begrijpen’. Dat is volgens filosoof Daniel Dennett de betekenis van het symbool van een vis met het woord ‘Darwin’ erin. Een variatie op het bekende visje als christelijk symbool, ICHTHYS, acroniem voor het Griekse equivalent van ‘Jezus Christus Gods Zoon en Redder’. DARWIN zou dan staan voor ‘Delere Auctorem Rerum Ut Universum Noscas’, door Dennett met een knipoog vrij vertaald in ‘Vernietig de schepper van de dingen, om zodoende het oneindige universum te begrijpen’.

Tijdens een lunch in zijn hotel aan de Herengracht in Amsterdam kreeg Arthur Veenstra, auteur bij iFilosofie, de gelegenheid om Dennett nog een keer te vragen waarom wij echt ‘zombies’ zouden zijn, een wezen zonder werkelijk bewustzijn. Eerder schreef Veenstra het artikel We zouden zombies kunnen zijn, een kritische recensie over Van bacterie naar Bach en terug, over de evolutie van de geest. Volgens Veenstra claimt Dennett daarin een ‘kronkelig pad door een oerwoud van filosofie en wetenschap’ te hebben gevonden, dat leidt naar verbeterde antwoorden op de grote vragen over ons bewustzijn.

De provocerende stelling dat wij alleen maar ‘materiële objecten’ zijn, en dat ons bewustzijn dus een fysisch neuraal verschijnsel is, raakt iedereen in de kern. Het is een directe aanval op zowel religieuze als agnostische overtuigingen. Stel dat wij volledig fysisch causaal zijn gedetermineerd. Is dan de betekenis van het leven, vrije wil en moraliteit niet ook een illusie? Een betekenisloos verhaal dat wij onszelf vertellen? Dennett heeft zich de afgelopen vijfentwintig jaar verrijkt met inzichten uit neurowetenschappen, filosofie, biologie en computerwetenschappen, en belooft ons daarmee in dit boek – van ongeveer 500 pagina’s – een nog overtuigender antwoord te geven op de bewustzijnsvraag.’ (Uit: We zouden zombies kunnen zijn)

Dennett heeft zich tot op heden vooral op de hoe-vraag geconcentreerd: hoe werkt ons bewustzijn?; hoe zijn allerlei cognitieve processen geëvolueerd?, maar is zich nu op de wat-vraag aan het richten is: wat is datgene waardoor wij ons bewust zijn van al die cognitieve processen?

De illusie van bewustzijn ontstaat doordat wij tegelijkertijd het model en dat wat het model vertegenwoordigt waarnemen. Als we dat model, de representatie van de wereld, het medium noemen, moeten we niet de fout maken om een ‘geest in het medium’ te bedenken, een geest die naar het model van de wereld zit te kijken.’ (Uit: Lunchen met Dennett)

We zijn toch niet een soort neurologische computer, vraagt Veenstra zich af. Een dergelijke computer bestaat volgens hem alleen uit atomen en elektronen die gedachteloos volgens de wetten van de natuur reageren. Hij vat zijn twijfel samen door te verwijzen naar een argument van David Chalmers: computers en zombies ‘run dark’: ze hebben geen innerlijke bewuste ervaring, terwijl wij dat overduidelijk wel hebben. Volgens Dennett zijn wij vanbinnen echter donker zoals een computer en is er geen reden om magisch denken te omarmen en een ‘geest in het medium’ uit te vinden.

Al met al vindt Veenstra toch, dat als je met extravagante claims komt als: ‘bewustzijn is een illusie’ en ‘jij bent een zombie’, dat soort stellingen om veel overtuigender argumenten vragen. Maar net als bij het lezen van Dennetts recente boek is Veenstra nu ook weer enorm onder de indruk van zijn omvangrijke en inspirerende kennis over de werking van ons brein, al heeft hij hem nog steeds niet weten te overtuigen van zijn visie op de aard van het bewustzijn.

Voor alles heeft de lunch mij duidelijk gemaakt dat het succes van Dennetts boeken Bewustzijn Verklaard in de jaren negentig en Van Bacterie naar Bach en terug in 2017 niet uit de lucht komt vallen. Ze zijn ontsprongen aan een bewustzijn dat een tomeloze lust heeft naar kennis over het bewustzijn zelf.’ (Uit: Lunchen met Dennett)

Zie:
We zouden zombies kunnen zijn (iFilosofie.nl)
Lunchen met Dennett (pdf)

Beeld: stickerland.nl