Theïstische evolutie als nieuw paradigma?

creation

Een paradigma wordt door historicus Thomas Kuhn ook wel een wereldvisie genoemd. Steeds weer nieuwe waarnemingen kunnen een paradigma echter relativeren of zelfs aanvallen. Dat kan zo ver gaan, dat er een nieuw wereldbeeld ontstaat. Twee paradigma’s – een paradigma wordt ook wel een set van dogma’s genoemd – die met elkaar botsen zijn het creationisme en de alom aanvaarde evolutieleer.

Er bestaat niet één wetenschappelijk feit dat in tegenspraak is met de Bijbel. Het christelijke wereldbeeld staat haaks op het seculiere wereldbeeld en daarom is er een strijd gaande tussen twee geloven, betoogde de christelijke chemicus dr. Peter de Jong zaterdag [9 juni tijdens het Scheppingscongres in Zwolle].’ (RD)

Nog altijd is de evolutieleer het dominante paradigma, waarover sommigen direct zeggen dat het niet met natuurwetenschappelijke middelen kan worden bewezen. Zo wordt ook over het creationisme gesproken.

De evolutieleer is een wetenschappelijke theorie die stelt dat het leven op aarde is ontstaan vanuit één voorouder, de eencellige. Uit de eencellige zijn steeds meer nieuwe soorten ontstaan. Het creationisme, ook wel pseudowetenschap genoemd door de ‘echte’ wetenschap, gelooft heilig in een creatio ex nihilo: géén geleidelijke ontwikkeling van het leven. Het is gebaseerd op de Bijbel als onfeilbare openbaringsbron. Tegen Goddelijke openbaring is de wetenschap natuurlijk niet opgewassen.

Het volgende citaat van A. J. Mattill is hierbij wel interessant. (Ronduit voer voor atheïsten…) Het komt uit:  Three Cheers for the Creationists, Free Inquiry 2 (Spring), p. 17, 1982, en luidt:

Die christenen die het scheppingsverhaal als een mythe of allegorie zien, ondermijnen de rest van de Schrift, want als er geen Adam was, was er geen zondeval; en als er geen zondeval was, dan is er geen hel; en als er geen hel is, dan is er geen enkele reden voor Jezus als tweede Adam en vleesgeworden zaligmaker, gekruisigd en opgestaan… Evolutie is daarmee het krachtigste wapen om het christelijk geloof te vernietigen!’

_BijbelgeloofNaEden

In de discussie dringt zich een ‘derde paradigma’ op, een soort ‘harmoniedenken’: ‘theïstische evolutie’, oftewel de opvatting dat God doelgericht gebruik maakt van evolutie om levende wezens te laten ontstaan. Theïstisch evolutiedenken wordt dan wel gezien als een knieval voor een bepaalde vorm van wetenschap, maar het is een plausibele these dat God via de evolutie zijn doel tot stand brengt.

‘Prof. dr. Mart-Jan Paul, docent aan de Christelijke Hogeschool Ede en oudtestamenticus aan de Evangelische Theologische Faculteit in het Belgische Leuven, pleitte onlangs tijdens het Scheppingscongres voor de ‘klassieke’ visie op het boek Genesis. Daarin wordt volgens hem de basis gelegd voor het Bijbelse patroon van schepping, zondeval en herschepping. De zogenoemde theïstische evolutie is onaanvaardbaar, aldus Paul.’ (RD)

Creationisme afficheert zich meer en meer als wetenschappelijke theorie. Wat te denken van kakelvers wetenschappelijk onderzoek dat op een recente oorsprong van mens en dier wijst? En ook nog op hetzelfde moment? De schepping en de zondvloed kunnen goed als verklaring van de wetenschappelijke bevindingen dienen, betogen moleculair biologisch onderzoeker dr. Peter Borger en geoloog/bioloog drs. Tom Zoutewelle eergisteren in het RD. (Opvallend: in de rubriek ‘Opinie’ en niet bij ‘Wetenschap’.)

Dat de oorsprong van mens en dier zeer recent is, is natuurlijk wel wat creationisten altijd beweerd hebben. Deze genetische bevindingen van onze tijd zijn dan ook in overeenstemming met wat het eerste Bijbelboek ons in eenvoudige bewoordingen overlevert. We kunnen Genesis dus gewoon serieus nemen en als geschiedenis lezen.’

De vraag uit de wetenschappelijke wereld wordt vaak opgeworpen of het creationisme zich wel houdt aan wetenschappelijke criteria. Meestal wordt de vraag gesteld dat, gezien de Bijbelvisie, of het creationisme wel kritisch genoeg kan zijn naar de eigen resultaten, omdat die op grond van dezelfde Bijbelvisie immers als geopenbaarde waarheid al vaststaan. De wetenschap lijkt geen toereikend antwoord te hebben op het geloof in God, terwijl diehardgelovigen het scheppingsmodel met behulp van wetenschap ook niet echt hard kunnen maken.

Wie in een schepping gelooft, staat vaak alleen, zo weet de christelijke chemicus uit eigen ervaring. ‘De geschiedenis van de wetenschap toont aan dat de meerderheid het altijd bij het verkeerde eind had,’ aldus dr. De Jong, die christelijke wetenschappers opriep in gesprek te gaan met seculiere wetenschappers.’ (RD)

Nog niet zo lang geleden verscheen En de aarde bracht voort van Gijsbert van den Brink, hoogleraar Theology & Science aan de Vrije Universiteit, tevens theoloog en dominee bij de Gereformeerde Bond. Vanuit zelfs een gereformeerde visie werd daarin gesteld dat er evolutie was. Van den Brink zegt er wel direct bij dat de mens wel altijd de bedoeling was van God. En onlangs – zo schreef ik al in een vorig blog – zag Adam, waar ben je? (En wat doet het ertoe?) van ‘ontstaansagnost’ Willem Ouweneel het daglicht, een theologische evaluatie van de nieuwe evolutionistische hermeneutiek, dat ‘snoeihard’ (Trouw) uithaalt naar Van den Brink en verwante geesten.


Adam, waar ben je? gaat over theologische bezwaren. Veel christelijke theologen hebben hun oorspronkelijke bezwaren overboord gezet. Ouweneel betoogt daartegenover in dit boek dat als wij aannemen dat er een menselijke evolutie was, we dan toch onmogelijk de Bijbelse boodschap van Genesis 1-3, van Romeinen 5 en van 1 Korinthiërs 15 kunnen vasthouden. Het thema van dit boek is niet de evolutieleer op zichzelf. Veeleer gaat het om de vraag of, als wij de menselijke evolutie aannemen, het orthodoxe christendom overeind gehouden kan worden. (Boekenroute)


creationisthumorusers.skynet.be

In de discussie is dat idee van Mattill een opmerkelijke gedachte: als de evolutietheorie waar is en als Adam en Eva niet werkelijk bestaan hebben – die conclusie erbij wordt getrokken – je niet langer van een historische zondeval kan spreken. Immers, als Adam en Eva niet werkelijk bestaan hebben, dan heeft ook een historische zondeval, zoals die in Genesis beschreven wordt, nooit plaatsgevonden. En, daar komt nog bij, tot grote schrik van velen, vooral van de christelijke kerk, dat als ook die zondeval nooit heeft plaatsgevonden, wat dan nog de betekenis is van het verlossingswerk van Jezus?

Het idee van de zondeval wordt volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes vaak metaforisch opgevat: Adam en Eva hebben niet alleen niet bestaan, het zijn verhaalpersonages die symbool staan voor de mens. De zondeval heeft dan nooit plaatsgehad. Volgens Smedes is er geen ontkomen aan te concluderen dat de zondeval nooit kan hebben plaatsgevonden als een historisch te lokaliseren gebeurtenis.

De evolutieleer heeft dus nogal wat impact op het gelovig denken en het creationisme in het bijzonder. Of er een paradigma-verschuiving plaats zal vinden? Misschien ontstaat er inderdaad dat nieuwe paradigma, waarin beide visies – die van het creationisme en de evolutieleer – complementair aan elkaar worden. Dan zou dat het paradigma zijn van de theïstische evolutie.

Beeld: ‘Schepping’ (philosophicaldisquisitions.blogspot.com)

Advertenties

Geloven in naturalisme of theïsme?

CupolaOfGenesisMosaicArtistItalianC1210SanMarcoVenice

Naturalisme en theïsme worden weleens elkaars tegenpolen genoemd. Volgens de filosofische stroming naturalisme – voortbouwend op het materialisme – bestaat alleen de natuur en het waarneembare als werkelijkheid. Stoffelijke materie is de enige werkelijkheid; alles kan worden uitgelegd in termen van materie en natuurlijke verschijnselen. Het naturalisme ontkent per definitie elke mogelijke bovennatuurlijke activiteit, God of goden. Theïsme is de (godsdienstfilosofische) opvatting dat goden echter wel bestaan, dat er een persoonlijke God bestaat en dat God of goden zich actief bemoeien met de wereld. De gedachte is dat naast het niveau van onze natuurlijke, alledaagse werkelijkheid er ook een bovennatuurlijke werkelijkheid bestaat, los van die natuurlijke werkelijkheid.

Naturalisme
V
olgens het naturalisme wordt de werkelijkheid verklaard uit natuurlijke processen; meer is niet nodig om alles te begrijpen. Bovennatuurlijke invloeden spelen geen enkele rol, ze bestaan niet. Wetenschap en godsgeloof sluiten elkaar uit. Alleen de natuur en het waarneembare als werkelijkheid bestaat en de mens is een deel van de natuur. Het gaat om feiten die vastliggen in de natuur. Het naturalisme stelt bovendien dat gevoelens van liefde, haat, schoonheid, spiritualiteit en dergelijke uiteindelijk slechts chemische reacties zijn.

Deze wetenschap ontkent op die manier God, daar alles immers slechts op natuurlijke wijze verklaard kan worden. Naturalisme staat daardoor op zichzelf als bron van onbetwistbare kennis. Als mensen bevinden we ons in een werkelijkheid waarin blinde natuurlijke processen plaatsvinden. Die verwijzen nergens naar, hebben geen doel of zin. Van bovennatuurlijke invloeden is geen sprake, laat staan van een hogere macht of intelligentie. Als gevolg van deze denkwijze is God een overbodige hypothese en wordt religie weleens een projectie van een wensdroom genoemd.

Volgens kosmoloog Sean Carroll is er slechts één enkele werkelijkheid. Geen afzonderlijke niveaus van het natuurlijke en het bovennatuurlijke: slechts één enkel materieel bestaan. Hij stelt dat wanneer je geïnteresseerd bent in objectieve waarheid, de wetenschap de enige weg is die je gaan kan, en dat wanneer het op feitelijke waarheidsaanspraken over de werkelijkheid aankomt, religies zich tot de wetenschap zullen moeten richten.

De Amerikaanse filosoof Alvin Carl Plantinga stelt dat als naturalisme waar is, dit betekent dat de rede is ontstaan op grond van mechanismen welke gericht zijn op overleving en niet op waarheid of waarheidsvinding. Je denkt kennis over de wereld te hebben, maar je zult nooit ware kennis over de wereld verkrijgen. Naturalisme wordt daarom weleens omschreven als een zelfweerleggend geloofssysteem.

Theïsme
Theïsme wordt wel omschreven als het geloof in een bovennatuurlijke, persoonachtige God, die zich met ieder mens afzonderlijk bezighoudt. Men spreekt soms van een ‘dubbeldekkerstructuur’: naast het niveau van onze natuurlijke, alledaagse werkelijkheid bestaat er ook een bovennatuurlijke werkelijkheid die los staat van die natuurlijke werkelijkheid. God is een bovennatuurlijke entiteit die losstaat van onze alledaagse werkelijkheid en af en toe ingrijpt om de zaken in banen te leiden. Theïsme begon ooit, ten tijde van de Verlichting, als een filosofisch systeem dat gaandeweg het geloof werd dat ook in kerken werd beleden.

Theïsten gaan uit van het standpunt dat men wetenschappelijk niet kan bewijzen dat God bestaat, en dat het geen zin heeft dit te willen doen: men moet ‘gewoon’ in God geloven. Geloven heeft volgens hen niets te maken met de rede, met rationeel en wetenschappelijk denken. Er zijn theïsten die beweren dat gelovigen kennis hebben van morele waarden die anderen zouden ontberen, omdat wetenschap slechts gaat over feiten en het geloof over goed en kwaad. Het leidt vaak tot stevige discussies over God die noodzakelijk zou zijn voor de moraal; dat zonder God er zelfs geen moraal meer is. Bovendien, zo wordt wel beweerd, kunnen we onze eigen moraal, de westerse, alleen maar begrijpen als we de joods-christelijke wortels ervan bestuderen. Anderen, zoals bioloog Frans de Waal, bestrijden dit en zeggen dat de oorsprong van de moraal in onze natuur ligt, niet in religie.

religionscience

Naturalisme en theïsme tegenpolen?
Bij bovengenoemde omschrijvingen van naturalisme en theïsme worden de verschillen duidelijk. Met wetenschap als onderscheid. Maar ook hierin verschillen naturalisten en theïsten. Dan is er geen sprake van onderscheid, maar van aanvulling, al willen sommigen daar weer niets van horen. Vooral in de discussies over creationisme (de opvatting dat ons universum in zes dagen is ontstaan door een Schepper, Adam en Eva de eerste mensen waren en dat dit alles is gebeurd ca. 6.000 – 10.000 jaar geleden overeenkomstig een ‘letterlijke’ lezing van het Bijbelboek Genesis) en de evolutieleer, slaat men elkaar soms met de wetenschap om de oren. Creationisten stellen dat wetenschap bedrijven vanuit het creationistisch denkkader houdbare en wetenschappelijk gefundeerde antwoorden oplevert. De achtergrond hierbij is de vraag of de evolutietheorie en het christelijk geloof met elkaar te verenigen zijn.

Wetenschappers vanuit de evolutietheorie bestrijden vaak de wetenschappelijke kwaliteit van het creationistisch denken. Deze discussie laaide weer op na het verschijnen van het boek En de aarde bracht voort van Gijsbert van den Brink, over christelijk geloof en evolutie. En onlangs verscheen Adam, waar ben je? (En wat doet het ertoe?) van Willem Ouweneel, een theologische evaluatie van de nieuwe evolutionistische hermeneutiek, dat ‘snoeihard’ (Trouw) uithaalt naar Van den Brink en verwante geesten.

En dus bestaat God
V
olgens sommige theologen staan wetenschap en geloof haaks op elkaar, volgens anderen kunnen ze elkaar aanvullen. Er zijn ook wetenschappers die misschien dan niet het bestaan van God willen bewijzen, maar wel argumenten aanvoeren die het bestaan van God tot waarschijnlijk maken. Filosoof Emanuel Rutten schreef er – samen met filosoof Jeroen de Ridder – het boek En dus bestaat God. ‘En dus bestaat God’ klinkt bijna als bewijs, terwijl de auteurs in het boek acht zogenaamde Godsargumenten geven. Zelf zegt Rutten dat er geen sprake is van een Godsbewijs, want ‘bewijzen doe je in de wiskunde en niet in de filosofie’. Rutten zelf spreekt dan ook altijd over ‘rationele argumenten voor het bestaan van God en niet van Godsbewijzen. Hij stelt dat filosofische argumenten voor het bestaan van God laten zien dat het waarschijnlijk is dat God bestaat. De filosoof noemt het conflict tussen geloof en wetenschap een mythe, omdat geloof en wetenschap elkaar juist prachtig aanvullen. Daarnaast zegt hij te geloven dat de rationele weg niet de enige weg is die naar God leidt: Er zijn meerdere wegen om God te kennen: niet alleen het verstand, maar ook het gevoel, de beleving en de ervaring. Geloof en wetenschap kunnen elkaar dus aanvullen. Dan kan je ook zeggen dat naturalisme en theïsme niet zozeer antipoden zijn, maar complementair, geen tegenpolen. Een voorbeeld hiervan zijn de Godsargumenten van Rutten. Volgens de filosoof vormen de rationele argumenten gezamenlijk een cumulatieve casus voor Gods bestaan die vele malen sterker is dan elk argument afzonderlijk. Ze blijven filosofische argumenten en conflicteren niet met wetenschap.

NOMA-model
Naturalisme en theïsme staan weliswaar haaks op elkaar, twee werelden die zich mijlenver uit elkaar bevinden, maar soms naderen ze elkaar als ze zich met elkaar bezighouden: God lijkt dan wel niet wetenschappelijk te bewijzen, maar is dus wel heel goed te beargumenteren. Heel concreet echter blijft, met het naturalisme – vanuit een zuiver wetenschappelijk, verklarend standpunt – God gewoon geen goede theorie te zijn. In een wereld zonder het bovennatuurlijke is geen plek voor theïsme.
Een mogelijke oplossing kan zijn af te stappen van het idee van tegenpolen en naturalisme en theïsme niet langer tegenover elkaar te zetten. Dan komt het zogenaamde NOMA-model in zicht: Niet-Overlappende Magisteria, een idee van evolutiebioloog Stephen Jay Gould, waarin hij spreekt over wetenschap en religie als elkaar aanvullende benaderingen. Naturalisme en theïsme zijn dan met heel verschillende vragen bezig, zonder dat er sprake is van tegenpolen. Naturalisme houdt zich dan met feiten bezig en religie met vragen over ethiek, waarde en doel.
Maar het kan nog anders… Einstein zou een religieus naturalist zijn geweest. Hij geloofde niet in een God die ingrijpt in de natuur, maar wel – in de lijn van Spinoza – dat God zich openbaart ‘in de geordende harmonie van wat bestaat’.

Bronnen o.a: Naturalisme en Theïsme, Piet Wesseling, in En God beschikte een wormEen pleidooi voor naturalisme, Alexander van Biezen, geloofenwetenschap.nl; God, iets of niets, Taede A. Smedes; De Verlichting belicht, Van theïsme tot atheïsme, Karel Poma; En dus bestaat God, Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder;.

Beeld: De koepel van de schepping in de San Marco, Venetie. Mozaiek ca. 1210 AD. (st-impact.nl)

Religion&Science: katholiekforum.net