Een revolutionaire herijking van filosofisch denken

philosophy (1)

‘De populariteit van levenskunst en mindfulness laat zien dat steeds meer mensen zoeken naar houvast in het leven zelf. Maar opvallend genoeg stellen zelfs levenskunstfilosofen niet de cruciale vraag: wat bedoelen we precies met ‘het leven zelf’? Dit vraagt Jan Warndorff zich af in zijn boek Geen idee: een radicale herijking van filosofisch denken en een originele en bevrijdende ‘levenscultuur’, met het boeddhisme, Teilhard de Chardin en Ortega y Gasset als voornaamste oriëntatiepunten.

Het lijkt Warndorff de hoogste tijd dat we leren denken en leven ‘op de hoogte der tijden’, een favoriete uitdrukking van zijn favoriete wijsgeer, de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset (1883-1955).

In het mondiale dorp hebben we dringend behoefte aan een visie en een moraal die niet alleen mensen verbindt en tot een gezamenlijke toekomst inspireert, maar ons ook bevrijdt uit het naargeestige keurslijf van ‘functioneren in de maatschappij’. Een levensfilosofie die ons aanmoedigt om goed te zorgen voor onszelf, voor elkaar, voor deze gehele planeet; en die recht doet aan en gegrond is in wat elk mens met eigen ogen kan zien en met eigen verstand kan bevatten, ongeacht zijn culturele achtergrond. De hoogste tijd, kortom, voor een zogenaamde filosofie van het boerenverstand.’ (Uit: Geen idee)

Op 16 juni spreekt Warndorff op het symposium Originele visies op de levenskunst in de Leidse Universiteit: Van levenskunst naar levenscultuur. Hij studeerde aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en heeft zich daarnaast verdiept in het boeddhisme, Teilhard de Chardin, en in de levensfilosoof bij uitstek, José Ortega y Gasset. Onlangs verscheen zijn debuut bij Lemniscaat uitgeverij Geen idee: filosofie van het boerenverstand.

Deze ‘filosofie van het boerenverstand’ staat geheel in het teken van de moraal: ‘Zie van zoveel mogelijk, zoveel mogelijk te houden.’ Warndorff wisselt analytische hoofdstukken af met praktische intermezzo’s, rijk aan doorleefde voorbeelden, en zo komt hij tot een filosofische innovatie die zowel het leven als het denken op een ander spoor zet.’ (Lemniscaat)

Als Warndorff zich afvraagt wat is leven, dan is dat voor hem heel eenvoudig: geen idee! Waarmee volgens hem toch heel veel is gezegd.

Allereerst is het een nauwkeurige omschrijving van de aard van het leven zelf: dit is geen idee, geen denkbeeld, geen stukje fantasie, maar echte, dampende, ademende werkelijkheid. Aangezien het leven alles omvat wat ieder afzonderlijk mens beleeft, zelfs wat ieder levend wezen beleeft, is de werkelijkheid zo duizelingwekkend groot en divers dat elke pretentie haar te kunnen bevatten of zelfs te overzien volstrekt belachelijk is.’ (Lemniscaat)

Voor Warndorff gaat levenscultuur ook over de vraag wat het betekent om te houden van al die andere levende wezens om ons heen – van planten en dieren tot mensen, in verschillende gradaties van nabijheid.

Verder onderzoek ik manieren om ons rechtstreeks en aanhoudend te interesseren voor het wonderlijke verschijnsel van het leven zelf, onder andere door middel van meditatieve praktijken. Deze filosofie van het boerenverstand mondt uit in een slotbeschouwing waarin ik weer uitzoom naar het niveau van ‘het mondiale dorp’ waar ik mee begonnen ben: hoe gaan we om met het wereldwijde leed en geweld, en wat is de rol van politiek in de samenleving?’ (Uit: Geen idee)                

Volgens Hans van Rappard van de Stichting Filosofie Oost-West is Geen idee een sprankelend betoog dat met een verbluffend vanzelfsprekend uitgangspunt ons leven verdedigt tegenover de koloniserende machten van godsdienst, politiek, wetenschap en maatschappij.

Vertrouwen op het boerenverstand betekent dat we denkend uitgaan van wat iedereen allang weet, en handelend voortborduren op wat iedereen allang doet. Toch zal deze filosofie, ondanks of juist vanwege de eenvoud, letterlijk revolutionair blijken te zijn. In de kern draait zij om de erkenning en doordenking van het feit dat wat alle mensen met elkaar gemeen hebben juist in het eigene schuilt, in het veranderlijke, in het oneindige verschil. Daar houvast in vinden vergt een draai van honderdtachtig graden in de manier waarop we denken.’ (Uit: Geen idee)

Zelden lees je zoveel oprechte verwondering terug in een filosofische publicatie. Het herinnert ons aan de wonderlijke, fundamenteel onbegrijpelijke en soms ook pijnlijke gegevenheid van het leven. Dit is geen academische studie, maar een persoonlijk filosofisch-spiritueel verhaal.’ – Merel Kamp in Trouw (Lemniscaat)

Symposium: Originele visies op levenskunst | Door de Leidse werkgroep Filosofie en Spiritualiteit | Vrijdag 16 juni 2017 | 13.30-16.30 uur | Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, Leiden, zaal 003 | Toegang gratis

Zie: Minisymposium Filosofie en spiritualiteit

Beeld: Studium Generale Universiteit Utrecht

Het horzelachtige van het geloof

ScheppingvanAdamMichelangelo

Religie prikt, op vele manieren. ‘Het steekt, je wordt er door aangestoken, op het hinderlijke af.’ Dat zegt ‘proefgelover’ Stephan Sanders, die in Trouw maandelijks het woord God in de mond neemt om te zien of hij het kan uitspreken zonder te giechelen. De Duitse priester Thomas Frings vindt dat de kerk het verlangen naar het evangelie weer moet gaan wekken. Priester Anton Mullink (1938) daarentegen veranderde radicaal van mening over het bestaan van God en werd atheïst. De Britse komiek Stephen Fry noemde God een ‘utter maniac’. In Ierland dreigt hij vervolgd te worden voor blasfemie. 

‘Vrijheid van meningsuiting, zeker wanneer het over religie gaat, moet altijd verdedigd worden. Het is op zichzelf geen nieuwigheid dat ook in West-Europa niet altijd vrij kan worden gesproken over dit onderwerp. Maar deze mogelijke aanklacht doet iedere liberaal, maar hopelijk ook iedere redelijke gelovige, huiveren. Ook omdat Fry in zijn uitspraken geen enkele gelovige beledigd heeft. Hij laat dat bewust buiten beschouwing. Het enige wat hij heeft gedaan is, een God waarvan hij zelfs stelt dat die niet eens bestaat, ridiculiseren. Hij spreekt over de kwaadaardigheid van een in zijn ogen fictief personage. Dergelijke uitspraken willen vervolgen grenst aan het infantiele.’ (Rik de Jong, Jalta)

Mullink wordt niet vervolgd, ook al ziet hij religie als een bedenksel van mensen, als hersenspoeling om gelovigen te onderwerpen aan instituties. Hij kwam, oog in oog met armoede, tot het inzicht dat de kerk en het geloof irrelevant zijn in het licht van de problemen waarmee de bevolking kampte. Boeddha had een soortgelijke ervaring, maar ging een heel andere kant op. Zo veel mensen, zo veel goden zou je kunnen zeggen. Of je beziet alles van de buitenkant, het materiële, of je gaat naar binnen toe en komt tot heel andere inzichten.

De kiem voor twijfel werd gelegd op mijn 22ste. Een docent filosofie op het seminarie zei dat we het scheppingsverhaal niet letterlijk moesten nemen. Voor het eerst werd ik geprikkeld niet alles klakkeloos aan te nemen. Na mijn wijding tot priester in 1965 merkte ik dat ik moeite had met het gegoochel en het opgelaten gedoe tijdens de eucharistievieringen.’ (Mullink)

Volgens Frings kraakt het hele kerkelijke systeem in zijn voegen en hij vraagt zich af of de zoektocht naar zingeving ook is afgenomen en waarom er zo weinig mensen zoeken in de kerk.

Beide kanten, zowel de kerk als degenen die naar de kerk gaan, lijken helemaal niet te willen veranderen. Mensen eisen dat er een religieuze traditie blijft bestaan, waar ze in hun dagelijks leven amper vorm aan geven. De kennis over het geloof smelt als sneeuw voor de zon.’ (Frings)

Sanders voelt zich net zo belachelijk als al die andere kerkmensen en vindt het christelijk geloof ontzettend onpraktisch, ook al is de onhandigheid van het huidige christendom hem lief geworden.

‘Het maakt het de gelovigen voortdurend lastig, het stelt vragen naar een bovenmenselijke moraal die niet te begrijpen valt, hooguit te aanvaarden. Het geloof loopt niet synchroon met het wereldse, de hele tijd word je geconfronteerd met wat je ‘eigenlijk’ zou moeten doen, en ‘eigenlijk’ zou moeten laten. Het is niet direct de stem van God, als het wel gelovige superego dat hier spreekt. De gelovige krijgt te maken met een vergroot exemplaar.’ (Sanders)

Ik keer terug naar Meister Eckhart die bovenstaande allemaal geruis zou vinden. Volgen hem kunnen we in het eeuwige nu leven, zonder waarom. Volgens Dominicaan Leo Oosterveen is mysticus Eckhart niet in de laatste plaats populair bij mensen die op afstand staan van het kerkelijke christendom, maar niettemin toegang zoeken tot de religieuze dimensie in hun bestaan. Eckhart bidt God om God te verlaten.

Hij relativeert kerkelijke, religieuze en kloosterlijke leefregels en houdt afstand van ascese en de zucht naar extase en visioenen. Alle nadruk legt hij op het ‘laten’: achterlaten van allerlei Godsbeelden waaraan we gehecht zijn, maar ook je verlaten op God, op het toelaten van God die verborgen is achter God: de verborgen Godheid.’ (Oosterveen)

Voor Eckhart gaat het volgens Oosterveen niet alleen om een achterlaten van onze Godsbeelden, maar ook om voorbij God te komen zoals Hij zich in tijd en ruimte openbaart.

Laten is een ‘leven zonder waarom’, voorbij elk ‘om te’, een leven dat binnentreedt in de Godheid, in de eeuwige eenheid, het ‘eeuwige nu’. Beter gezegd: het gaat erom dat dit ‘eeuwige nu’ ons leven binnentreedt en het transformeert. Ware armoede is niet dat we alles opgeven om God een plaats te bereiden (een eigen prestatie), ware armoede is dat God zelf in ons voor zichzelf een plaats bereidt en zo in ons ‘werkt’.’ (Oosterveen)

Geraakt door Eckhart? Er is een prekencyclus waarin Eckhart de Godgeboorte in de grond van de ziel uit de doeken doet. Wat je als individu daarvoor moet doen? Eigenlijk niets; je moet er vooral iets voor laten: de fixatie op het eigene. Hoe? Zoals een kind leeft in de werkelijkheid in plaats van in het ‘ik’. Lees Welmoed Vlieger: Eenvoud bij Meister Eckhart.

Zie:

De wereld had geen evangelie nodig, maar voedselpakketten

‘Het kerkelijk systeem kraakt in z’n voegen’

‘Het christelijk geloof blijkt ontzettend onpraktisch’

Meister Eckhart: Leven in het eeuwige nu, zonder waarom

Stephen Fry mogelijk vervolgd wegens blasfemie

Beeld: De schepping van Adam (detail) is een onderdeel van het fresco op het gewelf van de Sixtijnse Kapel in Vaticaanstad geschilderd door Michelangelo rond 1511. (sporenvangod.nl)

Neuroscience and the Soul: zoeken naar de ziel

neuroscienceandthesoul (2)

Natuurwetenschappers stellen dat elke overtuiging niet door redenen wordt veroorzaakt maar door een bepaalde hersentoestand. ‘Wij zijn ons brein’, zeggen ze. Dat heet fysicalisme. Als het waar is kan het fysicalisme geen gebruik maken van begrippen als intentie, verlangen, besluit, bedoeling, wens en mening om te verklaren waarom wij ons op een bepaalde manier gedragen.

Hersenwetenschapper Dick Swaab betoogt dat het gedrag van mensen helemaal kan worden verklaard op grond van de natuurkundige en chemische reacties die in de hersenen plaatsvinden. Er is geen ziel, er is geen geest, er is geen ‘ik’. De hersenwetenschap (neuroscience) heeft de ziel (soul) overbodig gemaakt. Theoloog dr. G.A. (Gert) van den Brink stelt echter in het RD: ‘Mens is meer dan alleen zijn brein’.

Van den Brink vraagt zich af of iedere mens een ziel heeft die los van het lichaam kan (voort)bestaan, of dat de geest van de mens slechts een bijproduct is van chemische processen.

De klassieke filosofie, de grote wereldgodsdiensten en ook onze intuïtie erkennen dat er naast stof of materie een tweede component is die fundamenteel niet tot materie kan worden herleid, namelijk geest. Ook de meeste hedendaagse theologen huldigen deze opvatting, die wordt aangeduid als dualisme.’

neuroscienceandthesoul (1)

De meeste moderne filosofen en de meerderheid van de natuurwetenschappers stellen daarentegen dat de werkelijkheid uiteindelijk slechts uit één component bestaat, een component die allereerst onderzoeksvoorwerp is van de natuurwetenschappen (fysica). Zelfbewustzijn, intenties en verlangens zijn volgens het fysicalisme bijproducten van natuurlijke processen.

Ongeveer zoals de verf op een doek een schilderij doet ontstaan, zo ontstaat de menselijke geest vanuit neurologische processen. Consequentie van deze visie is uiteraard dat een mens niet kan voortbestaan zonder hersenactiviteit. Er is dus geen leven na de dood. Evenmin kunnen er lichaamsloze personen (God, engelen, geesten) bestaan.’

Het boek Neuroscience and the Soul: The Human Person in Philosophy, Science, and Theology laat volgens Van den Brink zien dat het gesprek beslist nog niet ten einde is.

Willam Hasker en Eric LaRock wijzen erop dat er voor alle waarneming een waarnemer nodig is. Er moet een subject, een individu, een ‘ik’ bestaan. Zo’n ‘ik’ is volgens het fysicalisme echter niet mogelijk. Maar als er geen waarnemer is, is er geen waarneming, en zonder waarneming kan ook de natuurwetenschap niet bestaan.’

Wie beweert dat mentale handelingen (bijvoorbeeld wilsbesluiten) geen veroorzakende kracht hebben, moet volgens Van den Brink de vrije wil ontkennen, ontneemt elk mens zijn verantwoordelijkheid, en schiet uiteindelijk zichzelf in zijn voet.

Als elke overtuiging niet door redenen wordt veroorzaakt maar door een bepaalde hersentoestand, geldt dat ook voor de overtuiging dat het fysicalisme correct is. Dan heeft het dus geen zin redenen voor deze overtuiging aan te dragen, aldus Richard Swinburne.’

Neuroscience and the Soul: The Human Person in Philosophy, Science, and Theology | Thomas M. Crisp, Steven L. Porter & Gregg A. Ten Elshof (eds.) | uitg. Eerdmans | Grand Rapids | 2016 | ISBN 978 0 8028 7450 4 | 284 blz. | $ 38,-

Zie: ‘Mens is meer dan alleen zijn brein’

Beeld: Foto op omslag Neuroscience and the Soul