Van kerkelijk naar spiritueel christendom (2)

Christelijkspiritueelcentrum

‘Op het dieptepunt van de geschiedenis werden ons de geschriften teruggegeven die ons een nieuw zicht geven op onze eigen christelijke traditie, en die wij ook nog eens bitterhard nodig blijken te hebben als een geestelijk baken en houvast om de weg vanuit het diepste donker naar het licht van een nieuwe tijd te vinden.’ Theoloog Hans Stolp heeft het hier over de Nag Hammadi-geschriften die in 1945 destijds in het zand bij de Nijl in Egypte in een aardewerken kruik gevonden. 52 Geschriften, allemaal van het spirituele christendom, die al eeuwenlang verdwenen waren.

We zien in onze tijd dat het kerkelijke christendom begint te sterven. Het instituut kerk blijkt niet wérkelijk meer in staat mensen te inspireren. Maar juist nu worden ons die oude spirituele geschriften in handen gegeven, waarin we inzichten vinden waarmee zoveel mensen in onze tijd wél iets kunnen en waarin zij een nieuwe inspiratie vinden.’

Maar die visie valt niet overal in goede aarde. De Tilburg School of Catholic Theology stelt dat ‘indien het esoterisch christendom een brugfunctie heeft, het vermoeden is dat het een brug met eenrichtingsverkeer is, namelijk de kerk uit’. ‘Esoterie is voor sommige gelovigen die de kritische zin missen,’ vindt RKDocumenten. ‘Sinds de 19de eeuw is esoterie de gebruikelijke verzamelnaam voor het spirituele leren en praktijken waarin de mens zogenaamd tot een kennis wordt gebracht die altijd al in hem of haar aanwezig zou zijn geweest.’ Is het esoterisch christendom dan niet verenigbaar met het christelijke geloof? ‘Nee,’ zegt de Jongerencatechismus van de Katholieke Kerk.

Geen verstandig mens hoeft dit wereldbeeld te delen, waarin het wemelt van de geesten, kobolden en (esoterische) engelen, waarin in tovenarij wordt geloofd en waarin ‘ingewijden’ over geheime kennis beschikken die aan het ‘domme volk’ onthouden wordt.’

Maar zonder esoterie was wetenschap niet gaan bloeien,’ beweert Kocku von Stuckrad, decaan van de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Esoterie begon al bij Plato’.

Er was, anders dan in de kerk, ruimte voor onafhankelijk denken. Zo kon Newton, die ook alchemistische werken schreef, tot zijn baanbrekende theorie van de zwaartekracht komen.’

Deze redenering wekt echter de ergernis van wiskundige Jan Willem Nienhuys, die de stelling bestrijdt dat natuurwetenschappers de esoterie dank verschuldigd zijn: ‘Als je lang genoeg doorgraaft kom je bij Adam en Eva uit. Moeten we die dan dankbaar zijn voor de ontdekking van DNA?’ Volgens classicus Anton van Hooff definieert Von Stuckrad wetenschap niet juist: esoterie is volgens Van Hooff de zoektocht naar absolute kennis, maar wetenschap een discussie zonder einde.

Volgens Von Stuckrad – die eerder stelde dat het heidendom uitgevonden is door het christendom: eerst waren het nog gewoon andere, maar gelijkwaardige religies – was en is de esoterie echter nog steeds de zoektocht naar het Zijn en heeft in een later stadium als onderdeel daarvan de wetenschap opgeleverd:

Wetenschap is dus een uitvloeisel van de esoterie. Dat is nuttig gebleken. Want dankzij de wetenschap komen we er nu achter dat in het universum alles met alles samenhangt en niets zeker is. Oftewel dat het magisch is. Hetgeen betekent dat de wetenschap eigenlijk uitgezocht is en derhalve de waarheden ervan niet langer de primaire bron van zelfsturing en daarmee tevens van besturing zijn.’

Stolps esoterische visie strookt volgens bisschop Jan Liesen niet met de rooms-katholieke geloofsleer. De prelaat vindt het bezwaarlijk dat Stolp ook persoonlijk het ‘esoterisch christendom belijdt’. Zo’n zes maanden geleden nog verbood hij een lezing van Stolp in de Franciscuskerk in Breda. ‘Ketters’ worden kennelijk nog steeds bestreden.

FeddemaAntropoloog en historicus Hans Feddema (foto: Twitter) stelde op 5 november – in zijn artikel Levenskunst met accent op onze innerlijke reis – bij Zinweb dat spiritualiteit de kern van ons bestaan raakt en ze gericht is op verbinding met het goddelijke, en op het beleven en toepassen van die relatie. Met als vier vruchten: innerlijke transformatie, zelfacceptatie, heel-wording en bewustzijnsverruiming.

De kerk leerde ons eeuwenlang dat we om in de hemel te komen in ‘verlossing’ moesten geloven door het ‘reinigende bloed’ van Jezus aan het kruis. Het maakte mede dat in het christendom onze innerlijke reis in het leven een stiefkind werd. En dus ook het werken aan innerlijke transformatie, zelfacceptatie, (zelf)heling, compassie en bewustzijnsverruiming. Waarom zou je in die zin aan jezelf werken, als het ‘bloed van Jezus’ de oplossing is?’

Naast het emotionele bestaansniveau, dat recent gelukkig wel iets meer aandacht krijgt, was ook het spirituele bestaansniveau lang stiefkind, aldus Feddema: helaas ook in de kerk, reden dat deze zich thans in een identiteitscrisis bevindt.

Een kerk die te weinig stil staat bij deze impasse, elke hervorming afwijst, ja ook in haar functioneren geen of weinig aandacht besteedt aan de innerlijke reis van de mens, dit niet (weer) tot haar hoofdaccent maakt, zal in de huidige tijd niet lang nog kunnen overleven.’

Feddema geeft als een van de vele voorbeelden dat als mensen samen mediteren of yoga doen, dat dit uitstraling heeft naar anderen.

Het genoemde doorbrekende nieuwe religieuze paradigma zal er wel bij varen, indien ze de verhalen van Jezus (‘het Koninkrijk van God zit in jullie’), Parcival, Odysseus en andere ‘helden’, de innerlijke reis expliciet een plaats geeft in haar religiositeit.’   

Gerelateerd: Van kerkelijk naar spiritueel christendom  (1)

Beeld: Centrum voor christelijke spiritualiteit – ‘Het centrum is een plek waar ik word opgebouwd en gemotiveerd om meer te leven in de rust. Ik zoek het regelmatig op, zodat ik ook thuis weer meer tijd aan mezelf ga besteden. En de diepte in ga met mijn relatie met God.’ (Inge)

Advertenties

‘Jezus blijft een mythe’

DoopJezus (2)

Een verslag over het symposium Het mysterie van Jezus toen… en nu? verscheen afgelopen maand in magazine Koorddanser. Waren er nieuwe inzichten over de persoon of mythe Jezus? Dat vroeg Ewald Wagenaar zich af in zijn artikel Jezus blijft een mythe. Hij gaf daarin de opvattingen weer van filosoof Tim Freke, de gnostici Jacob Slavenburg en Bram Moerland, en theoloog Tjeu van den Berk.

Volgens Wagenaar laat de online Zeitgeistfilm geen misverstand bestaan over het christelijke kerstverhaal en doet het je zelfs twijfelen aan het waarheidsgehalte in álle religies, omdat de rol van astrologie, dan wel astronomie, als onderliggend motief vaak zo evident is:

Het christelijke verhaal is een gejatte versie van een oudere religie die het weer ergens anders vandaan pikte en als je zo steeds verder in de tijd teruggaat, blijkt het ten diepste een astronomisch verhaal te zijn. Terugkeer van het licht tijdens de zonnewende, drie koningen (sterren) en een heel rijtje andere typische karakteristieken.’

Wagenaar vertelt dat Freke in zijn voordracht De ervaring van het mysterie het Jezus-mysterie als een mythe bestempelt – en toch bleven de 300 luisteraars in de Baarnse kerk zitten. Die zagen volgens Wagenaar in Jezus vermoedelijk vooral een symbool. Volgens Freke is Jezus gewoon wat we zelf zijn.

Nou is er geen enkele historische bron die het bestaan van Jezus bewijst. Zelfs de Joodse geschiedschrijver Josephus – de enige uit Jezus’ tijd die over hem schreef – bleek onbetrouwbaar. Er zijn ook zó veel meningen over Jezus dat je wel mag zeggen dat er net zo veel mensen als Jezussen zijn.’ (Freke)

Volgens Slavenburg – sprekend over Jezus in de esoterische traditie – is het huidige christendom niet gebaseerd op de leringen van de eerste christenen en bestond in het begin van het christendom de volgelingen van Jezus uit pacifistisch joods-christelijke leerlingen. Later is de toon in het christendom gezet door Rome, in taal, cultuur en sfeer van de heersers van die tijd.

Maar het niet in de officiële Bijbel opgenomen evangelie van Jacobus – de broer van Jezus – laat een heel andere Jezus zien: eentje van vlees en bloed en iemand die pas bij zijn doop de ‘Christus’ werd. Hij wist wel dat hij tot iets bijzonders geroepen was, maar in een oud geschrift van de vroege Judese christenen in Syrië staat dat bij Jezus’ doop de hemel zich opende en God sprak: ‘Heden heb ik jou verwekt’.’ (Slavenburg)

Volgens Wagenaar is de Jezus die Slavenburg ziet een gnostische en dat schuurt met het beeld in het collectieve bewustzijn van de christelijke Jezus zoals de kerk hem profileert. Van den Berk – Christus: archetype, dogma en symbool; de visie van Carl Gustav Jung – belichtte op het symposium Jezus in de archetypische oriëntatie van Jung:

Het grote mysterie is geworteld in de menselijke ziel, niet in de buitenwereld’, citeert hij Jung. De moderne mens moet van de metafysische Jezus een ervaring maken van de eigen ziel.(…) Het gaat om de numineuze ervaring die bij de beleving van religie hoort. (…) Jung zei hierover: ‘Je wordt opgenomen in het grote zelf.’

Tot hilariteit van het auditorium, aldus Wagenaar, vertelde Moerland – To be or not to be, that’s NOT the question, verhalen als dragers van betekenis – het door hemzelf aangepaste verhaal van Roodkapje die het paadje naar oma verlaat, daar Winnie de Poeh tegenkomt en samen van de honing gaan genieten:

Heeft Roodkapje bestaan of niet? Dat is geen zinvolle vraag voor het sprookje. Een verhaal hoeft helemaal niet waar te zijn om een betekenis te hebben. (…) Wat is de betekenis van Jezus, ongeacht of hij bestaan heeft? Die zit voor mij in de mystieke ervaring. (…) De aard en kwaliteit van de ervaring kenmerkt zich overal ter wereld op dezelfde manier: het ervaren van de eenheid van het al, een sterk besef van de eigen bestemming, afwezigheid van angst, tijdloos en een onderdompeling in liefde. Dat geeft de ervaarder een zeker weten, dit was wat werkelijk is.’

Zalig de mens die heeft geleden, zei Jezus. Lijden is dus deel van de werkelijkheid. In de leegte van het niet-weten is de liefde te vinden. Dat roept barmhartigheid op en – mits die geen vlucht wordt – kan dat als antwoord gelden op de uitnodiging van de Jezusmythe. Of dat wat uitmaakt? Maakt mij niet uit. Het is mijn verhaalperspectief en betekenisvol genoeg voor mij.’

Het artikel van Ewald Wagenaar staat in magazine Koorddanser, jaargang 32, nummer 335, december 2015.

Gerelateerd: Is religie een verkeerde interpretatie van mythologie?

Illustr: 13 januari Doopfeest (Antoine Coypel, De doop van Christus, c.1690) (Pinterest)