Wetenschappelijke blik te beperkt

Trouw

Ethiek – In het debat over levenskwesties moet ruimte zijn voor onbenoembare intuïtie, voor God, meent Jos Frantzen. (Trouw, 16 juli 2018)

Een nieuw discours inzake ethiek, daarvoor pleit Sophie Rutenfrans (Opinie 21 juni). De patstelling dient doorbroken te worden tussen hen die primair geloof hebben in de wetenschap en hen die religie het primaat geven. Haar oproep is zonder meer te loven. Maar de oplossing?

Feitelijk wil zij de discussie verplaatsen naar het wetenschappelijke domein: ‘kunnen we het idee van God als menselijk construct gebruiken?’ En daarmee zou de patstelling inderdaad opgeheven zijn. De religieus geïnspireerde mensen worden gewoon monddood gemaakt. God gaat nu eenmaal het menselijke begrip, en dus de wetenschap, te boven.

De wetenschappelijke blik op de ‘werkelijkheid’ verschilt van de spirituele, de religieuze. Theoloog Eugen Drewermann heeft dat ooit mooi verwoord: Stel, je gaat op een stralende zomerdag wandelen. Je loopt door een bloeiende alpenwei. De bijen zoemen, de krekels tjirpen. Prachtig, denk je?

Nu kijk ik er als bioloog naar. Ik zie een en al moord en doodslag. Het ene dier eet het ander, insecten vreten aan de planten, en zelfs de planten concurreren op leven en dood. Als wetenschapper ben ik gefascineerd door deze droge, dode feiten. Dat geldt echter niet voor de wandelaar. Die bewondert en geniet juist van het leven. En vergelijkbaar met de wandelaar, ervaart ook een geïnspireerd mens de werkelijkheid.

Werkelijkheid in modellen
In de wetenschap proberen wij de werkelijkheid in modellen, constructen, te vatten. Of het nu gaat om evolutie, elementaire deeltjes, het heelal, moleculaire processen, of het weer. Die modellen zijn altijd maar een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Wij brengen per definitie alles terug tot voor de mens begrijpelijke dimensies van ruimte en tijd. Maar, wij weten nooit hoe sterk die vereenvoudiging is.

Ook leiden wetenschappelijke modellen tot zaken die wij als mensen niet meer kunnen waarnemen. Het gaat dan om atomen, elektronen, DNA, dinosaurussen, de oerknal en ga zo maar door.

Het is paradoxaal, maar de wetenschap heeft in zekere zin ons waarnemingsvermogen drastisch ingeperkt. Wij zien alleen nog datgene wat wetenschappelijk verantwoord is. Feitelijk bepaalt een select clubje wetenschappers meer en meer ons waarnemingsvermogen. God verwordt tot een menselijk construct zoals Sophie Rutenfrans stelde. En zo een construct is makkelijk te plaatsen in neuropsychologische wetenschapstheorie. Theorie die weliswaar te populariseren is maar uiteindelijk alleen door een kleine kring van wetenschappers wordt opgesteld.

Religieus geïnspireerde mensen durven te tasten voorbij de grenzen van de wetenschap. Zij weten dat er meer is dan zij feitelijk kunnen weten. Intuïtie noemen we dat. Die is niet voorbehouden aan een select clubje mensen. Wereldwijd hebben wij het over miljarden mensen. In de tijd, over duizenden jaren. En dan heb ik het alleen nog maar over mensen die zich tot een religie bekennen. Het lijkt mij echter niet al te gewaagd om te stellen dat ieder mens zijn intuïtie heeft voor het goede. Intuïtie die ruimte krijgt als wij onze ratio bij gelegenheid kunnen uitschakelen en wij tegelijk onze emoties in toom weten te houden.

Essentie
Wetenschap heeft in vele opzichten zijn waarde voor de maatschappij bewezen. Inzake levenskwesties schiet het echter per definitie tekort. Wetenschap laat geen ruimte voor de moeilijk te verwoorden essentie van het menselijk leven. Een essentie die de mensheid gaande heeft gehouden, zelfs in de meest donkere tijden. Laten we voor dat essentiële, onbenoembare, intuïtie, God, of hoe wij het ook duiden, ruimte maken in ethische discussies. Hoe bedreigend dat ook moge zijn voor de moderne mens. Er is een wereld te winnen.

Jos Frantzen, directeur Driehoek Research Support

Foto: colourbox

Advertenties